| |
Doel: Vaststellen van hyperurikemie.
Vereiste klinische informatie: Standaardinformatie bij aanvraag laboratoriumonderzoek (o.a. identificatie, leeftijd, geslacht).
Beschrijving methodes: Urinezuur wordt veelal spectrofotometrisch bepaald. Centraal staat de omzetting van urinezuur met behulp van uricase waarbij H2O2 wordt gevormd. Vervolgens zijn er verschillende vervolg reacties, maar meestal wordt de peroxidase reactie gebruikt, waarbij H2O2 met 4-aminofenazon wordt omgezet in een quinonkleurstof, welke spectrofotometrisch wordt gemeten (= Trindermethode). Belasting voor de patiënt Venapunctie, urineportie of 24-uurs urine. Voorbereiding patiënt Geen specifieke voorbereiding; afname kan op elk moment van de dag plaatsvinden. Materiaalafname/Fixatie Afname van bloed middels venapunctie; scheiding van serum of plasma middels centrifugeren. Vindt de bepaling niet op dezelfde dag plaats, dan dient het monster gekoeld te worden bewaard. Stoorfactoren Anticoagulantia geven verlaagde urinezuurwaarden bij methodes, die uricase toepassen. Bij andere methodes (Trinder) stoort α-methyldopa, metimazol en oxyfenbutazon.
Mogelijke toepassingen:
- verdenking op en follow-up van jicht
- verdenking op hyperuricemie (nierstenen, nierfunctieverlies, stoornissen in de vetstofwisseling en koolhydraatstofwisseling etc.)
- hematologische maligniteiten
- cytostaticagebruik
- screening van metabole ziekten
Inmiddels hebben verschillende studies aangetoond dat urinezuur als risicofactor voor cardiovasculaire aandoeningen gebruikt zou kunnen worden.
Interpretatie: Urinezuur is het eindproduct van het katabolisme van purines (guanine, hypoxanthine, adenine) onder invloed van xanthine-oxydase. Neerslaan van het slecht oplosbare urinezuur als kristallen veroorzaakt jicht. Bij de meeste zoogdieren wordt urinezuur omgezet in het goed oplosbare allantoïne, behalve bij de mens en mensapen. Per dag wordt 5-6 mmol geproduceerd, waarvan een kwart via de darmen wordt uitgescheiden en de rest via de nieren. Het gefiltreerd uraat wordt in de proximale tubulus grotendeels teruggeresorbeerd. Excretie vindt vooral plaats door actieve secretie verderop in de tubulus. De urinezuurhomeostase wordt vooral gestuurd door aanpassing van deze secretie. De uraat-terugresorptie is gekoppeld aan de proximale Na+-terugresorptie. De urinezuurconcentratie wordt aldus sterk beïnvloed door zowel renale als extrarenale factoren. Primaire hyperurikemie wordt veroorzaakt door een verminderde renale uraatsecretie (in 90% van de gevallen) en/of een verhoogde uraatproductie (10%). Een primaire hyperuricemie kan zijn:
- idiopathisch;
- geassocieerd met glucose-6-fosfatasedeficiëntie: de overmaat glucose-6-fosfaat veroorzaakt een toename van ribosefosfaat, dat vervolgens leidt tot een verhoogde purinesynthese;
- gepaard met hypoxanthine-guaninefosforibosyltransferasedeficiëntie (Lesch-Nyhan-syndroom). Deze deficiëntie bij dit X-chromosomaal-linked syndroom leidt tot verminderde resynthese van AMP en GMP, afkomstig uit afbraak van DNA en RNA. Hierbij valt de (negatieve) feedback op de purinesynthese weg.
Secundaire hyperurikemie ontstaat bij:
- overmatige weefselafbraak (bv. infecties) of tumoren;
- verhoogde nucleïnezuurstofwisseling (polycythaemia vera, myeloïde leukemie, hemolytische en pernicieuze anemie, lymfoom, multipel myeloom, heavy chain disease);
- zwangerschapstoxicose;
- nierinsufficiëntie (GFR beneden 25 ml/min.): uremie, loodintoxicatie, alcoholmisbruik;
- ketoacidose.
Bij patiënten met jicht wordt relatief vaak een (subklinische) hypothyroïdie gevonden. Controleer zo nodig de TSH. Hypo-uricemie komt zelden voor, behalve bij de behandeling van hyperurikemie met bijvoorbeeld allopurinol. Een xanthine-oxydasedeficiëntie leidt tot hypo-uricemie, evenals uricosuricagebruik (probenicide) en hoge doses salicylaten. Sensitiviteit/Specificiteit Sensitiviteit en specificiteit zijn afhankelijk van het type aandoening en de vastgestelde referentiewaarden.
Vergelijking andere methodes: Voor het bepalen van de nierfunctie kan de urinezuur bepaling het beste gecombineerd worden met ureum en creatinine.
Referentiewaarden: urinezuur (serum)
- mannen 0,20-0,42 mmol/l
- vrouwen 0,12-0,34 mmol/l
urinezuur (urine)
- 1,2-4,0 mmol/24 uur, bij normaal dieet
Tarief (excl. ordertarief): �?� 1,41
Literatuur: Achtergrondinformatie
- Maesaka JK, Fishbane S. Regulation of renal urate excretion: a critical review. Am J Kidney Dis 1998; 32: 917-33
.
- Rich MW. Uric acid: is it a risk factor for cardiovascular disease?. Am J Cardiol 2000; 85: 1018-21
.
- Uric acid. In: Thomas L (ed.). Clinical laboratory diagnosis. Frankfurt: TH-books, 1998: 208-14
.
- Wilcox WD. Abnormal serum uric acid levels in children. J Pediatr 1996; 128: 731-41
.
|
|