| |
Doel: Bepaling van γ-glutamyltransferase (γGT) bij verdenking op lever- en galwegaandoeningen en verdenking op alcoholmisbruik.
Vereiste klinische informatie: Standaardinformatie bij aanvraag van laboratoriumonderzoek (identificatie, leeftijd, geslacht, etc.).
Beschrijving methodes: Analysemethodes Het meest wordt gebruik gemaakt van een IFCC-methode, met als substraat 3-carboxy-GLUPA, bij een meettemperatuur van 37°C. Bij enzymatische splitsing van dit substraat ontstaat een gekleurd product; de mate waarin dit plaatsvindt, is een maat voor de enzymactiviteit. Belasting voor de patiënt Venapunctie. Voorbereiding patiënt Geen specifieke voorbereiding; afname kan op elk tijdstip van de dag plaatsvinden. Materiaalafname/Fixatie Afname van bloed middels venapunctie; scheiding van serum of plasma middels centrifugeren. Indien bepaling dezelfde dag plaats vindt bewaren bij kamertemperatuur. Vindt de bepaling niet dezelfde dag plaats, dan dient het monster gekoeld te worden bewaard. Stoorfactoren Vrij hemoglobine (hemolyse), citraat, oxalaat, fluoride en heparine verlagen de γGT-activiteit.
Mogelijke toepassingen:
- diagnostiek van levercelbeschadigingen met cholestase
- controle van patiënten op alcohol(ge/mis)bruik
- controle van de leverfunctie van patiënten die anticonvulsiva of andere hepatotoxische geneesmiddelen voorgeschreven krijgen
Interpretatie: γGT is een carboxypeptidase, een enzym dat eindstandig peptidenbindingen kan splitsen. γGT doet dat aan die kant van het peptide of eiwit, waar zich de vrije carboxylgroep bevindt. Door γGT wordt alleen glutamaat afgesplitst en overgedragen op andere aminozuren als acceptor (vandaar de naam 'transferase') of op water (hydrolase). γGT is in vrijwel alle cellen, behalve in bot en spiercellen, aanwezig en gelokaliseerd in de celmembranen, waar het mogelijk een transportfunctie voor aminozuren heeft. In hoge concentratie komt γGT voor in niertubulusepitheel en prostaatweefsel, in mindere mate in galwegepitheel, hepatocyt (in cytosol!), borstelzoom van dunnedarmvilli en pancreas. Het γGT dat in serum aanwezig is, is vrijwel altijd afkomstig van het hepatobiliaire systeem. De excretie van γGT vindt plaats door de lever via de gal. γGT komt in serum in vele vormen voor; deze zijn posttranslationeel gevormd door wijzigingen in het siaalzuurgehalte van het koolhydraatdeel van het enzym of door koppeling van γGT aan lipoproteïnen of membraanresten. Verhoging van γGT: γGT is evenals ALAT en ASAT verhoogd bij elke vorm van levercelbeschadiging. Bij acute hepatitiden en vetlever is de toename gematigd (tot 2-5x bovengrens van normaal). Bij chronische persisterende hepatitis en cirrose is γGT vrijwel altijd normaal; bij chronische agressieve hepatitis en alcoholhepatitis daarentegen sterk verhoogd. γGT is vooral verhoogd bij extrahepatische (tot dertigmaal) en intrahepatische (tot tienmaal) galwegobstructie. γGT is voor de diagnostiek van cholestase gevoeliger (en sneller) dan AF. Bij primair levercarcinoom met metastasen is γGT sterk verhoogd in evenredigheid met de tumorgroei. Bij botziektes is γGT niet verhoogd, in combinatie met AF kan γGT gebruikt worden voor het bepalen van de herkomst van een verhoogde AF. Alcoholgebruik van enige omvang gaat gepaard met een geïsoleerde γGT-verhoging (AF is vrijwel normaal) door inductie van de synthese in de hepatocyt. Normalisatie van γGT geschiedt binnen 2-4 weken na staken van de consumptie. γGT stijgt bij leveraandoeningen vaak eerder dan parameters als AF en/of ALAT/ASAT. Een op zichzelf staande verhoging van γGT kan echter ook veroorzaakt zijn door alcoholgebruik of geneesmiddelen. Verder onderzoek bij een hoge γGT is dus noodzakelijk om de achterliggende pathologie te ontdekken. Voor de controle op alcoholmisbruik wordt vaak een combinatie van CDT, γGT en MCV gebruikt.1,2 Geneesmiddelen zoals fenytoïne en fenobarbital veroorzaken eveneens door inductie een toename van de γGT-synthese in de hepatocyt. In serum is de γGT-toename maximaal tweemaal de bovengrens van normaal. Andere geneesmiddelen zoals thyrostatica, aminopyrine, meprobamaat, fenothiazinen, azathioprine en thiazidediuretica veroorzaken een lichte γGT- en AF-verhoging. Controle op de leverfunctie bij langdurig gebruik van genoemde middelen is geïndiceerd. Sensitiviteit/Specificiteit Als indicatie voor alcoholmisbruik geldt dat, indien voor de specificiteit 90% aangehouden wordt, de sensitiviteit ± 39% bedraagt.
Valkuilen: Diverse geneesmiddelen veroorzaken, door inductie van de synthese door de hepatocyt, een γGT-stijging.
Vergelijking andere methodes: In combinatie met AF kan γGT gebruikt worden voor het bepalen van de herkomst van een verhoogde AF. Voor de controle op alcoholmisbruik wordt vaak een combinatie van CDT (Carbohydrate Deficient Transferrine) γGT en MCV gebruikt.1,2
Referentiewaarden: Bij gebruik van een IFCC-methode (substraat 3-carboxy-GLUPA, meettemperatuur 37°C) zijn de referentiewaarden voor γGT bij: mannen: < 45 U/l vrouwen: < 35 U/l
Tarief (excl. ordertarief): �?� 1,41
Literatuur: Referenties
- Gama R, Starkey B, Hussein A, et al. Increased g-glutamyltransferase in hypertriglyceridemia: the value of carbohydrate-deficiënt transferrin measurement. Ann Clin Biochem 1998; 35: 432-3
.
- Sillanaukee P, Olsson U. Improved diagnostic classification of alcohol abusers bij combining carbohydrate-deficient transferrin and g-GT. Clin Chem 2001; 47: 681-5
.
Achtergrondinformatie
- Moss DW, Henderson AR. Clinical enzymology. In: Burtis CA, Ashwood ER (eds). Tietz textbook of clinical chemistry. 3rd ed. Philadelphia: Saunders, 1999: 686-9
.
- Thomas L (ed.). Labor und Diagnose . 5. erw. Aufl. Frankfurt/Main: TH-books, 2000: 107-16
.
|
|