• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Behandeling

Print 

In de herfst en winter, wanneer het buiten langer donker is, kunt u last krijgen van een winterdepressie. U voelt zich dan somber en lusteloos, heeft concentratie- en energie problemen. Vaak hebt u ook een grote slaapbehoefte en veel behoefte aan eten. Om het gebrek aan licht te compenseren, kunt u lichttherapie krijgen. Ongeveer zeventig procent van de patiënten die lijdt aan een winterdepressie, heeft hier baat bij. Lichttherapie houdt in dat u vijf dagen achter elkaar drie kwartier voor een speciale lamp zit die licht uitstraalt vergelijkbaar met daglicht. De meeste patiënten merken na een week effect.

Op de polikliniek Winterdepressie van het UCP kunt u lichttherapie krijgen. U leest hier hoe u in aanmerking kunt komen voor deze therapie en hoe de therapie verloopt.

Winterdepressie

Bij een winterdepressie heeft u klachten die ook bij andere vormen van depressie voorkomen. U bent bijvoorbeeld somber, besluiteloos of futloos. U heeft weinig energie, U voelt zich minderwaardig en hebt nergens zin in. U bent sneller geïrriteerd en functioneert minder goed op uw werk en in uw sociale leven.

Kenmerkend voor een winterdepressie is dat u daarnaast vaak veel meer behoefte heeft aan slaap. Ook heeft u meer behoefte aan eten. U snoept de hele dag door of heeft vreetbuien waarbij u vooral zoetigheid en koolhydraatrijk voedsel eet. Het komt minder vaak voor dat iemand die een winterdepressie heeft, juist lijdt aan slapeloosheid en verlies aan eetlust.

Opvallend aan een winterdepressie is dat deze klachten op een bepaald moment in het najaar of de winter ontstaan en in het voorjaar of de zomer weer volledig verdwijnen. Om van een winterdepressie te kunnen spreken, moet u de klachten gedurende meerdere jaren vrijwel jaarlijks hebben.

Diagnose

Denkt u een winterdepressie te hebben, dan kan uw huisarts u doorverwijzen naar de polikliniek Winterdepressie van het UCP. U krijgt dan een intakegesprek met een psycholoog. Is de diagnose winterdepressie gesteld, dan wordt gekeken of u baat heeft bij lichttherapie.

Voorbereiding

Is bij de intake op de polikliniek gebleken dat u op dat moment lijdt aan een winterdepressie, dan krijgt u meteen een afspraak voor lichttherapie. Om het verloop van uw depressie te kunnen volgen, vult u wekelijks vragenlijsten in. Dit heeft als doel om zo snel mogelijk een beginnende winterdepressie op te sporen, omdat een op dat moment aangeboden lichttherapie het meest effectief is.

Het kan ook zijn dat u op het moment van de intake nog niet aan een winterdepressie lijdt. U wordt dan gevraagd gedurende de herfst en winter wekelijks een ingevulde vragenlijst op te sturen naar het UCP. Als uit de beantwoording van de lijst blijkt dat u last krijgt van een winterdepressie, neemt het UCP contact met u op. Er wordt dan een afspraak gemaakt voor lichttherapie.

Tijdens deelname aan het winterdepressieprogramma mag u geen slaap- en stemmingsbeïnvloedende medicijnen gebruiken. Dat geldt ook voor sommige andere medicijnen. In combinatie met lichttherapie kunnen deze medicijnen uw gezichtsvermogen op lange termijn beschadigen. Bij het intakegesprek krijgt u hier meer informatie over.

De behandeling

Voor de lichttherapie komt u gedurende een week (maandag t/m vrijdag) naar de polikliniek Winterdepressie. U gaat dan drie kwartier voor een lichtbak zitten die helder wit licht geeft. Dit licht is vergelijkbaar met het daglicht drie kwartier na zonsopgang. Deze lichtsterkte wordt aangeduid met 10.000 lux.

Het licht moet via uw ogen in uw lichaam worden ‘opgenomen’. U moet daarom uw ogen openhouden tijdens de behandeling. Het is aan te raden om één keer per minuut een paar seconden recht in het licht te kijken. De rest van de tijd kunt u iets anders doen, bijvoorbeeld lezen. Na de behandeling gaat u weer naar huis.

Sommige patiënten merken na drie tot vier dagen lichttherapie al effect. De meeste mensen merken in de week na de lichttherapie verbetering.

Bijwerkingen

Soms treden er bijwerkingen op. De bijwerkingen waar u mogelijk last van kunt krijgen, zijn de volgende:

  • Nadat u voor de lichtbak heeft gezeten, kunt u zich licht in het hoofd voelen en suf. Let hier op als u zelf met de auto bent gekomen. Wacht eventueel een kwartier voor u wegrijdt.
  • Tijdens de behandelweek kunt u last hebben van hoofdpijn, jeukende of prikkelende ogen en misselijkheid. Dit gaat vanzelf over als de therapie is afgelopen.
  • In een zeldzaam geval wordt u hyperactief door de behandeling. U heeft dan het gevoel de hele wereld aan te kunnen en bent vol energie. Als dit een hinderlijke vorm aanneemt, kan de dagelijkse behandeling worden verkort naar bijvoorbeeld een half uur of worden gestaakt.


Na afloop

Een week na de lichttherapie, komt u voor een nagesprek naar de polikliniek. Er wordt dan gekeken of de behandeling voldoende effect heeft gehad. Heeft u nog steeds klachten, dan kunt u nog een week lichttherapie krijgen. Heeft de behandeling geen enkel effect gehad, dan wordt u terugverwezen naar degene die u naar het UCP heeft verwezen.

Het is mogelijk dat u na een week therapie de hele winter geen klachten meer heeft. Het kan ook zijn dat u een terugval krijgt. Blijf daarom de vragenlijsten invullen en opsturen zodat een eventuele nieuwe depressie snel wordt herkend en u tijdig kunt worden behandeld.

Meer informatie

Voor meer informatie over uw behandeling of voor advies kunt u contact opnemen met De Balie van het UCP, telefoon (050) 361 88 80.