Als je de ziekte van Duchenne hebt, gaan je spieren steeds minder goed werken. Dit komt doordat je spieren het eiwit dystrofine niet of te weinig aanmaken. Dit eiwit zorgt voor de stevigheid en het herstel van spieren. Als je deze eiwitten niet hebt, worden je spieren langzaam zwakker en heb je steeds minder kracht.
Wat gebeurt er bij de ziekte van Duchenne?
Omdat de spieren zwakker worden en afbreken, krijg je moeite met bewegen. Vaak worden eerst de beenspieren zwakker. Kinderen gebruiken daarom vaak hun armen om overeind te komen (Gowers-manoeuvre). Lopen, rennen en traplopen wordt moeilijk. Later worden ook de armen en rompspieren zwakker. Duchenne heeft ook gevolgen voor andere spieren:
- armen en schouders: het bewegen van de armen en het optillen van dingen wordt lastiger
- hart: het hart is een spier, die kan door Duchenne zwakker worden. Hierdoor kun je problemen met je hart krijgen
- de longen: de spieren die helpen bij ademen (ademhalingsspieren) worden zwakker, waardoor ademhalen en hoesten moeilijker wordt
- spieren in de rug: door de ziekte van Duchenne werken de rugspieren niet goed, hierdoor groeit de ruggengraat krom. Dit heet scoliose
Duchenne is een progressieve ziekte, dat betekent dat de ziekte steeds erger wordt.