Vulva- of vaginaplastiek

Vulva- of vaginaplastiek is een geslachtsaanpassende operatie voor een transvrouw. Als u een jaar in het transitietraject zit en dat gaat goed, dan komt u in aanmerking voor een geslachtsaanpassende operatie. Voor de transvrouw kan dat een vulva- of een vaginaplastiek zijn.

Een vulva- of vaginaplastiek is een mogelijke operatie bij genderdysforie. Voor deze operatie heeft u eerst nog een gesprek met een psycholoog.

Voor deze operatie krijgt u informatie van de plastisch chirurg over de operatie en bespreken we die uitgebreid. Ook maakt de medisch fotograaf een paar foto's van uw geslacht. We kunnen ons goed voorstellen dat dit erg lastig voor u is. Het is nodig om het uiteindelijke resultaat vast te leggen.

Vulva- of vaginaplastiek

Vulvaplastiek

U kunt kiezen voor een vulvaplastiek, een ondiepe vagina. Uiterlijk ziet dit er hetzelfde uit als een vaginaplastiek. Het verschil is dat we bij een vulvaplastiek een vagina-ingang van een paar centimeter maken. Dat betekent ook dat geslachtsgemeenschap niet mogelijk is. Een voordeel is dat u de vagina niet hoeft te spoelen en open hoeft te houden door te dilateren.

Vaginaplastiek

Bij een vaginaplastiek maken we een diepe vagina van ongeveer 15 centimeter. Geslachtsgemeenschap is in principe mogelijk.

Er zijn verschillende mogelijkheden om een vagina te maken. We bekijken samen welke optie voor u het beste is:

  • De vagina wordt gemaakt van de huid van de penis. Dit heet een penisinversie vaginaplastie. Dat kan alleen als er genoeg lengte en diameter is van de penishuid. Meestal is dit een normaal ontwikkelde penis, die niet besneden is. Tijdens de operatie korten we de plasbuis in en halen we de teelballen, zaadstrengen en zwellichamen weg. De clitoris wordt gemaakt van een deel van de eikel. De zenuwen en bloedvaten die voor het gevoel en de doorbloeding zorgen, blijven behouden.

  • Bij een kleine penis is het niet mogelijk om alleen met penishuid een voldoende diepe vagina te maken. We gebruiken dan een stukje huid van de balzak om de penishuid mee te verlengen. Als het nodig is ontharen we deze huid tijdens de operatie. De operatie zelf is verder hetzelfde als de standaard penisinversie vaginaplastiek.

  • Soms is er te weinig huid om een voldoende diepe vagina te maken. Zelfs niet met transplantatiehuid. In dat geval is een darmvaginaplastiek een optie. Een deel van de darm wordt dan gebruikt als binnenbekleding van de vagina. Deze operatie doen we nog niet in het UMCG. We verwijzen u door naar het Amsterdam UMC.

De prostaat blijft altijd zitten. U kunt in de toekomst dus prostaatkanker krijgen. Let daarom op plasproblemen.

Voorwaarden operatie

Er zijn een paar voorwaarden voor de operatie:

  • De voorwaarde voor deze operatie is dat u niet rookt. Als u rookt, moet u tenminste 6 weken voor de operatie helemaal gestopt zijn. Door het roken heeft u namelijk meer kans op wondinfecties, waardoor weefsel kan afsterven. Als u toch rookt in deze periode, gaat de operatie niet door.

  • U moet niet te zwaar en niet te licht zijn. Een goed gewicht zit tussen een BMI van 18 en 30. Dit is belangrijk, want u herstelt sneller en heeft minder kans op complicaties. 

  • De huid waarmee de binnenkant van de vagina wordt gemaakt, mag u naar eigen keus ontharen. Het is geen absolute voorwaarde meer voor de operatie.

    Plekken die definitief moeten worden onthaardPlekken die definitief mogen worden onthaard. U gaat voor het definitief ontharen naar een huidtherapeut. Zo'n behandeling duurt ongeveer 6 maanden. U kunt hier al mee beginnen tijdens de hormoonbehandeling. Na de operatie mag u voor het ontharen tot 1000 euro terugvragen van het UMCG. Maar dat kan alleen als u hier ook geopereerd bent. Tijdens uw eerste gesprek krijgt u hier meer informatie over.

    Op het plaatje ziet u wat onthaard moet worden. Het is niet nodig om meer huid dan dit definitief te ontharen. Afhankelijk van hoe de wond geneest, kan schaamhaar ook littekens verbergen. Het extra ontharen valt buiten de declaratie.

  • Voor uw operatie leert u hoe u uw bekkenbodemspieren goed aanspant en ontspant. Dit is nodig zodat u na de operatie goed kunt (uit)plassen en ontlasting kunt hebben. Het ontspannen is ook belangrijk omdat u na de operatie moet dilateren om de vagina open te houden.

De behandeling stap voor stap

  1. Ongeveer 6 weken voor de operatie krijgt u 1 brief met de operatiedatum en 2 afspraakbrieven. U heeft een afspraak bij de anesthesist om u voor te bereiden op de narcose. U heeft ook een afspraak bij Plastische chirurgie met de zaalarts en een verpleegkundige. Zij vertellen u over de opname en de operatie.

  2. U wordt een dag voor de operatie opgenomen in het ziekenhuis. De opname duurt ongeveer een week. Op de dag van de opname krijgt u laxeermiddelen om uw darmen schoon te maken.

  3. De operatie zelf duurt 4 tot 6 uur. Als u erg zenuwachtig bent kunt u voor die tijd een rustgevend medicijn krijgen. Voor deze operatie gaat u onder narcose. Hoe de operatie verloopt hangt af van het soort plastiek.

  4. U heeft 3 dagen bedrust. U ligt op een speciaal luchtmatras om te voorkomen dat u drukplekken krijgt door het liggen. Ook krijgt u speciale sloffen tegen trombose.

    Om de huid in de vaginaholte in de juiste positie te laten genezen, krijgt u een tampon ingebracht in de vagina. Dit is een condoom gevuld met gazen. Deze blijft 5 dagen zitten. U krijgt ook een verband over de wond. Zolang u dit verband heeft, heeft u een katheter voor het plassen. Na 3 tot 5 dagen wordt alles door de arts weggehaald.

    Na het verwijderen van het verband mag u rustig aan uit bed en kunt u dus naar het toilet en de douche. Vanaf dat moment leert u hoe u moet dilateren. U krijgt een dilatatieset van de afdeling. U leert ook uw vagina te spoelen.

    Na het verwijderen van de katheter moet u binnen enkele uren spontaan een goede hoeveelheid hebben geplast. Soms is dat lastig door de zwelling. Na het plassen scannen we uw blaas om te controleren of deze goed leeg is. Als uw blaas niet leeg genoeg is, dan plaatsen we de katheter terug. Na ongeveer 2 weken wordt deze opnieuw verwijderd.

  5. Als het goed gaat met u, kunt u ongeveer een week na de operatie naar huis. U krijgt een recept mee tegen de pijn.

    Als u naar huis gaat, krijgt u ook materiaal mee voor het spoelen van de vagina. Thuis gaat u door met dilateren. Dit is nodig om de nieuwe vagina open te houden. Dit doet u in het eerste half jaar na de operatie minstens 2 keer per dag. Dilateren moet daarna voor altijd. Maar vaak is dan 3 keer per week voldoende. Geslachtsgemeenschap zorgt er ook voor dat de vagina goed open blijft. Als u heeft gekozen voor een vulvaplastiek is dilateren niet nodig.

    U moet 6 weken rustig aan doen. Dat betekent dat u niet zwaar mag tillen, sporten of zwaar werk mag verrichten. U mag ook niet in bad, naar de sauna of het zwembad. Het is fijn als u iemand om u heen heeft die voor u kan zorgen.

  6. Als u naar huis gaat, krijgt u een afspraak mee voor controle op de polikliniek. Deze controle is ongeveer 2 weken na uw ontslag uit het ziekenhuis.

  • Er zijn complicaties mogelijk bij deze operatie. Voorbeelden zijn:

    • Nabloeding of bloeduitstorting. Dit is meestal vrij kort na de operatie. Soms moet u meteen weer geopereerd worden om de bloeding te stoppen.
    • Prolaps van de vagina. De nieuwe vagina komt naar buiten.
    • Wondinfectie. Bij elke operatie is er een risico op wondinfectie. U krijgt daarom voor de operatie al antibiotica.
    • Afsterven van weefsel door slechte doorbloeding. Afhankelijk van het huidverlies en de genezing, is soms een kleine hersteloperatie nodig.
    • Vernauwing plasbuis. Door littekenweefsel kan een vernauwing ontstaan waardoor de plasstraal sproeit of scheef gaat. Dit kan met een kleine ingreep verholpen worden.
    • Langzame genezing van de wond. Soms gaat de wond een beetje open, vooral als er spanning op de wond staat. Bijvoorbeeld bij de ingang van de vagina. Dit geneest vaak vanzelf. Wel kan het wat langer gevoelig blijven.
    • Pijn die niet over gaat.

Complicaties bij een vulva- of vaginaplastiek

Er zijn complicaties mogelijk bij deze operatie. Voorbeelden zijn:

  • Nabloeding of bloeduitstorting. Dit is meestal vrij kort na de operatie. Soms moet u meteen weer geopereerd worden om de bloeding te stoppen.
  • Prolaps van de vagina. De nieuwe vagina komt naar buiten.
  • Wondinfectie. Bij elke operatie is er een risico op wondinfectie. U krijgt daarom voor de operatie al antibiotica.
  • Afsterven van weefsel door slechte doorbloeding. Afhankelijk van het huidverlies en de genezing, is soms een kleine hersteloperatie nodig.
  • Vernauwing plasbuis. Door littekenweefsel kan een vernauwing ontstaan waardoor de plasstraal sproeit of scheef gaat. Dit kan met een kleine ingreep verholpen worden.
  • Langzame genezing van de wond. Soms gaat de wond een beetje open, vooral als er spanning op de wond staat. Bijvoorbeeld bij de ingang van de vagina. Dit geneest vaak vanzelf. Wel kan het wat langer gevoelig blijven.
  • Pijn die niet over gaat.

Heeft u nog vragen?

U kunt het Genderteam bellen van maandag tot en met vrijdag, tussen 8.00 en 16.30 uur. U kunt ook een e-mail sturen.

Heeft deze informatie je geholpen?