Verwijsinformatie Nucleaire geneeskunde en moleculaire beeldvorming

Verwijsinformatie voor patiënten geïndiceerd voor beeldvormend en functieonderzoek, tevens botdichtheidsmeting.

Wie kan verwijzen?

Huisarts, specialist

  • Regulier

    Intern UMCG: via EPD.
    Extern: Verwijzer stuurt fax of brief.
    Patiënt krijgt uitnodigingsbrief met afspraak thuis.

    Semi-spoed

    Intern UMCG: via EPD.
    Extern: Verwijzer stuurt fax en/of meldt telefonisch aan.
    Patiënt krijgt uitnodigingsbrief met afspraak thuis.

    Spoed

    Intern UMCG: plaats direct een aanvraag in EPD.
    Extern: Verwijzer meldt telefonisch aan stuurt direct een fax. Patiënt krijgt uitnodigingsbrief met afspraak thuis en/of wordt telefonisch opgeroepen.


  • Nucleaire geneeskunde
    HPC EB50
    Postbus 30.001
    9700 RB Groningen

    Bezoekadres: Langstraat 4

    Fax: (050) 361 16 87

    Telefoonnummer voor patiënt:
    PET-scan (050) 361 33 11
    ma - vrij 8.30 - 16.30 uur  
    Nucleaire geneeskunde (SPECT)  (050) 361 13 19 
    ma - vrij 8.30 - 16.30 uur

    Telefoonnummer voor verwijzer:
    PET-scan (050) 361 33 11
    ma - vrij 8.30 - 16.30 uur  
    Nucleaire geneeskunde (SPECT)  (050) 361 13 19 
    ma - vrij 8.30 - 16.30 uur

    Telefoonnummer voor wijzigen afspraak:
    PET onderzoek  (050) 361 33 11
    ma - vrij 8.30 - 16.30 uur  
    Nucleaire geneeskunde (SPECT) (050) 361 13 19 
    ma - vrij 8.30 - 16.30 uur

    Telefoonnummer voor collegiaal overleg:
    (050) 361 13 13
    ma - vrij 8.30 - 17.00 uur
    voor PET onderzoek pieper 77811 via (050) 361 61 61
    voor conventionele nucleaire geneeskunde (SPECT) pieper 55 524 via (050) 361 61 61 
    Avond en weekend dienstdoende arts via (050) 361 61 61 61


  • Hoofd polikliniek

    drs. G. Stormezand

    Afdelingshoofd

    prof. dr. R.A. Dierckx

    Aan de afdeling verbonden professionals

    Artsen:
    Dr. A.H. Brouwers
    Prof. dr. R.A. Dierckx
    Prof. dr. A.W.J.M. Glaudemans
    Prof. dr. J. Pruim
    Dr. R.H.J.A. Start

    Klinisch fysici:
    Dr. J.R. de Jong
    Dr. ir. A.T.M. Willemsen

    Radiochemici:
    Prof. dr. P.H. Elsinga
    Dr. G. Luurtsema
    Dr. E.F.J. de Vries

    Ziekenhuisapothekers:
    Dr. M.N. Lub-de Hooge
    Dr. H.H. Boersma


  • Voorbereiding

    Nucleair geneeskundig onderzoek vraagt in het algemeen weinig voorbereiding van de kant van patiënt en aanvrager. Er zijn echter een aantal uitzonderingen op deze regel. De belangrijkste uitzonderingen zijn de noodzaak tot een aangepaste voorbereiding in geval de patiënt lijdt aan diabetes mellitus en een FDG-PET scan dient te ondergaan, het afzien van caffeine-houdende producten voor een hartonderzoek, en speciale maatregelen indien de patiënt bekend is met nierfalen (eGFR < 45) of met een contrastallergie en hij/zij een contrast enhanced CT in dezelfde sessie zal ondergaan. Een nadere uitwerking is gegeven bij de individuele tabjes.

    Of een patiënt nuchter moet zijn, staat vermeld bij de informatie over het individuele onderzoek.

    Contrastallergie

    Radiofarmaca zijn in het algemeen niet allergeen. In de praktijk doen allergische reacties zich dan ook alleen voor als een nucleair geneeskundig onderzoek in dezelfde sessie wordt gecombineerd met een diagnostische of  'contrast-enhanced' CT-onderzoek, waarbij de patiënt ook een röntgencontrastmiddel krijgt toegediend.
    Bij een patiënt met een bekende allergie tegen röntgencontrastmiddelen moeten dan extra maatregelen worden genomen:

    • 50 mg prednisolon per os 13, 7 en 1 uur voor de contrastinjectie en

    • 2 mg Tavegil per os 1 uur voor de contrastinjectie

    Bij alleen late huidreactie: Tavegil 2 mg per os 1 uur voor het onderzoek

    Patiënten thuis ontvangen van ons, bij de oproep voor het onderzoek, een recept voor beide middelen. In geval van een opgenomen patiënt wordt telefonisch contact gezocht met de afdeling waar de patiënt is opgenomen, teneinde de instructies te overleggen.
    Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om een bekende allergie duidelijk aan te geven bij de aanvraag.

    Voor alle duidelijkheid: in geval van een reguliere PET/CT of een SPECT/CT wordt geen contrastmiddel toegepast. Een diagnostische CT moet in de aanvraag altijd als een extra onderzoek worden aangevraagd.

    Contrastnefropathie

    Het UMCG volgt -op grond van wetenschappelijke overwegingen- een wat liberaler beleid dan veel andere ziekenhuizen als het gaat om maatregelen ter preventie van contrastnefropathie ten gevolge van het gebruik van röntgencontrastmiddelen.

    Indien uw patiënt een combinatieonderzoek zal ondergaan, waarbij ook een diagnostische of 'contrast-enhanced' CT-scan zal worden gemaakt (en dus röntgencontrastmiddel wordt toegediend), dan is het noodzakelijk om in de aanvraag een recente eGFR te vermelden. De waarde mag niet ouder zijn dan 1 jaar.

    Wanneer een geldige eGFR ontbreekt, zal aan het verzoek tot een diagnostische CT geen gehoor worden gegeven.

    De indicaties voor hydratie zijn:

    • M. Kahler of M. Waldenström met uitscheiding van lichte ketens in de urine

    • eGFR < 30 ml/min. Eventueel acetylcysteine/theophylline bijgeven.

    • in geval van een eGFR tussen 30 en 45 ml/min:

      • bij diabetes mellitus

      • bij 2 van de volgende risicofactoren: perifeer vaatlijden, hartfalen, leeftijd >75 jaar, anemie (Ht < 0,39 bij mannen, < 0,36 bij vrouwen), symptomatische hypotensie, verminderd effectief circulerend volume, diuretica, NSAID-gebruik.

    Bij een eGFR > 45 ml/min is geen hydratiebeleid noodzakelijk; patiënten met een eGFR tussen 45 en 60 ml/min zullen naderhand wel worden gecontroleerd op de nierfunctie.

    Het door ons gehanteerde hydratieprotocol bestaat in principe uit  1 liter NaCl 0,9% intraveneus vóór en 1 liter NaCl 0,9% intraveneus ná het onderzoek, voor zover de conditie van de patiënt dit toelaat.  [NB. In geval van prehydratie vervalt de noodzaak tot het drinken van 1 liter water voorafgaand aan een FDG-PET-scan.]

    De verantwoordelijkheid voor de hydratie ligt bij de aanvrager/behandelaar. Vooraf zullen wij contact opnemen met de aanvrager over datum en tijdstip waarop de scan zal worden verricht, zodat u uw maatregelen kunt nemen.

    Voorbereiding bij diabetes

    Een FDG-PET scan in het kader van een oncologisch lijden of ontstekings-problematiek  vraagt een speciale voorbereiding, die afwijkt van de normale voorbereiding.

    Eerst en vooral is het van belang dat de diabetes bij de aanvraag wordt gemeld zodat de juiste voorzorgsmaatregelen kunnen worden genomen.

    Orale antidiabetica

    Patiënten die uitsluitend behandeld worden met orale antidiabetica dienen hun medicatie te continueren. Zoals iedere patiënt dienen zij minimaal 4 uur voor het onderzoek nuchter te blijven, met uitzondering van de noodzaak ruim (1 liter) te drinken (water, koffie of thee zonder suiker of melk).

    Insuline

    Patiënten die behandeld worden met insuline (alleen of in combinatie) dienen 's ochtends een licht ontbijt te nemen met een aangepaste hoeveelheid insuline. Daarna blijven ze nuchter, m.u.v. het drinken van water/koffie/thee (zonder suiker!). Wij zullen de patiënt rond het middaguur inplannen.

    Kort voor het onderzoek insuline toedienen teneinde de bloedsuikerspiegel te verlagen is een kunstfout; het FDG wordt met het glucose vanuit de bloedbaan in de spieren gedreven met als gevolg een hoge achtergrondactiviteit en een slechte scankwaliteit.

    Glucose infuus

    Het intraveneus toedienen van glucose is niet toegestaan vanaf 6 uur voor het onderzoek. Bestaande infusen dienen tijdelijk te worden vervangen door bv. NaCl 0,9%. In geval van intraveneuse toediening van vocht, vervalt de noodzaak tot de normale orale vochtbelasting.

    Hartonderzoek

    Myocardscintigrafie kan -naast de ruststudie- worden uitgevoerd met hetzij adenosine als stressor, hetzij ergometrie. De keuze voor een van beiden wordt ingegeven door meerdere factoren, niet in de laatste plaats de conditie van de patiënt.

    Caffeïne

    In geval van ergometrie is het wenselijk, maar in geval van adenosine een absolute noodzaak, dat de patiënt gedurende enige tijd geen caffeïnehoudende middelen heeft gebruikt.

    Concreet houdt dit in:

    • Vanaf 18.00 uur vóór de dag van het onderzoek mag geen koffie, thee, chocola, cacao of cola meer worden genuttigd.

    • Caffeïnehoudende medicijnen moeten worden gestaakt (bv, pijnstillers zoals paracof, panadol plus, finimal).

    Het zich niet houden aan deze regels zal betekenen dat het onderzoek geen doorgang kan vinden.

    Dipyridamolhoudende geneesmiddelen

    Het gebruik van (combinatie)middelen waarvan dipyridamol een van de bestanddelen vormt (bv. Persantin, Asantin), is een absolute contraindicatie voor het gebruik van adenosine. Dergelijke middelen dienen drie dagen van te voren te worden gestaakt als de medische conditie dat toelaat, of het onderzoek kan geen doorgang vinden.