Hiervoor wordt vrijwel altijd een antistollingsmedicijn voorgeschreven, ook wel een bloedverdunner genoemd.
Er zijn drie veelgebruikte bloedverdunners:
-
Heparine: dit wordt toegediend via een infuus of door middel van spuitjes onder de huid. Wanneer toediening door een infuus noodzakelijk is, zal u waarschijnlijk worden opgenomen in het ziekenhuis. Bij toediening via spuitjes onder de huid kan dit worden aangeleerd aan uzelf of aan een mantelzorger of kan de thuiszorg hiervoor worden ingeschakeld.
-
Vitamine K antagonist: deze middelen gaan de werking van vitamine K tegen. Vitamine K is nodig voor de aanmaak van een aantal stollingseiwitten in uw lichaam. De meest gebruikte middelen zijn acenocoumarol en fenprocoumon. Bij het gebruik van deze middelen wordt u begeleid door de trombosedienst.
-
Nieuwe antistollingsmiddelen: in de laatste jaren zijn er nieuwe medicijnen ontwikkeld voor de behandeling van trombose en longembolie. Deze middelen worden de directe orale anti-coagulantia (DOAC) genoemd. Bij deze middelen is het vaak niet nodig om het bloed te laten controleren door de trombosedienst. Voorbeelden van deze middelen zijn: dabigatran, rivaroxaban en apixiban.
Bij een trombosebeen of -arm wordt ook vaak een elastische kous voorgeschreven. Deze kous stimuleert de bloeddoorstroming. Hierdoor helpt de kous bij het voorkomen van klachten op de lange termijn. Het is de bedoeling dat u de kous gedurende twee jaar na de trombose dagelijks draagt. Daarnaast is het bij een trombosebeen belangrijk om het been in het begin weinig te belasten. Het been hoog leggen (op een stoel of een kussen in bed) kan daarnaast helpen om de pijn en zwelling te verminderen.
Om te voorkomen dat u nogmaals een trombose of een longembolie krijgt, zijn er twee belangrijke adviezen voor u:
-
Blijf in beweging. Vermijd langdurig stilzitten, stilstaan of stilliggen. Probeer een aantal keer per dag in beweging te komen, door bijvoorbeeld een wandelingetje te maken. Beweeg ook elk halfuur even met uw voeten om de bloeddoorstroming te bevorderen.
-
Leef gezond. Eet gezond en gevarieerd met veel groenten en fruit en weinig verzadigde vetten. Daarnaast is het erg belangrijk om niet te roken.