Een verpleegkundige haalt u op en brengt u naar de ruimte waar we de voorbereiding voor het plaatsen van de stent doen. U krijgt daar ook eerst nog uitleg over de behandeling.
Voor deze behandeling krijgt u sedatie. Dit krijgt u via een infuus. Daarom krijgt u alvast een infuusnaald in uw arm. Via het infuus krijgt u ook een pijnstiller en antibiotica.
Dan gaat u naar de behandelkamer. Hier kunt u ook nog vragen stellen als u die hebt. Omdat u sedatie krijgt, krijgt u een sensor op uw vinger. Dit is een soort knijpertje. Zo meten we de hartslag en het zuurstofgehalte in het bloed. We houden ook uw bloeddruk in de gaten. U krijgt een drankje dat schuimvorming tegengaat in de slokdarm en maag. En u slikt een gel door om de keel te verdoven. U krijgt ook een bijtring in uw mond. De bijtring beschermt uw tanden. Als u een kunstgebit heeft, doet u die uit.
We brengen een endoscoop via de mond in de slokdarm. Een endoscoop is een dunne, flexibele buis met een camera. Met de endoscoop bekijken we waar de stent moet komen. Het inbrengen van de endoscoop doet geen pijn, maar kan wel naar voelen. U kunt het gevoel hebben dat u moet overgeven of moet boeren. U kunt gewoon blijven ademen. Probeer zo goed mogelijk te ontspannen.
Door de endoscoop brengen we dan een voerdraad de mond en slokdarm in. Dit is een dunne draad. De endoscoop halen we er uit. We schuiven dan de stent over de voerdraad naar de goede plek in de slokdarm. Tijdens het plaatsen van de stent maken we röntgenfoto's. Zo kunnen we zien of de stent op de goede plek zit. Soms gebruiken we contrastmiddel bij het plaatsen. Dit helpt ons om de slokdarm beter te zien op de röntgenfoto's. Als de stent op de goede plek zit, halen we de voerdraad er uit. Na het plaatsen zet de stent langzaam uit, zodat die goed gaat passen.
Het plaatsen van een stent in de slokdarm duurt ongeveer 20 tot 30 minuten.