Lymfeklierkanker in de hals: na de behandeling

Hoe erg iemand last heeft van bijwerkingen verschilt per persoon. Mogelijke bijwerkingen zijn:

  • bewegingsbeperking/pijn schouder/nek
  • bijwerkingen bestraling
  • bijwerkingen combinatie chemotherapie en bestraling
  • droge mond
  • haaruitval
  • huidreacties
  • irritatie en ontsteking slijmvliezen mond
  • littekens
  • lymfoedeem
  • pijn
  • problemen met eten en drinken
  • problemen met seksualiteit
  • smaakverandering en/of -verlies
  • moeheid

De uitgebreide informatie is hieronder te lezen:

  • Bij een halsklierdissectie zijn er lymfeklieren uit uw hals weggehaald. Deze zitten vlakbij de hersenzenuw die de monnikskapspier van prikkels voorziet. De monnikskapspier is de spier die vooral de zijwaartse beweging van de arm ondersteunt. Soms is het nodig de zenuw door te snijden om de lymfeklieren goed te kunnen weghalen. In beide gevallen kan het voorkomen dat de zenuw na de operatie tijdelijk of blijvend niet meer goed werkt. Als de zenuw niet meer goed functioneert, krijgt de monnikskapspier geen signalen meer om aan te spannen. Uw schouder staat dan vaak lager en kan minder goed bewegen. Door de operatie en door de uitval van de monnikskapspier kunt u last krijgen van pijn in uw nek en/of schouder. Ook kunt u misschien uw arm aan die kant moeilijk heffen en minder goed belasten.

    De verminderde beweeglijkheid en de pijn kunnen leiden tot stijfheid van nek of schouder. Om dit te voorkomen, is het belangrijk dat u regelmatig uw nek en schouder oefent. Uw fysiotherapeut heeft dit met u besproken. Op deze pagina vindt u een brochure met deze adviezen en oefeningen.

  • Afhankelijk van de plaats van de tumor treden tijdens de bestraling regelmatig bijwerkingen op. Bijwerkingen van de bestraling kunnen zijn:

    • moeheid
    • huidreacties
    • misselijkheid
    • heesheid
    • droge mond (bij bestraling van de mond en/of keel)
    • pijn
    • slikproblemen
    • smaakverlies
    • beschadiging van het slijmvlies van de mond- en keelholte (bij bestraling van de mond- en keelholte).
  • Chemotherapie versterkt de mogelijke bijwerkingen van de bestraling. Omdat de chemotherapie per patiënt verschilt, verschillen ook de bijwerkingen per patiënt. Uw arts geeft u informatie over welke bijwerkingen u kunt verwachten. De bijwerkingen kunnen in meer of mindere mate optreden of zelfs wegblijven. Het uitblijven van de bijwerkingen wil niet zeggen dat de therapie niet aanslaat. De meeste bijwerkingen van de chemotherapie verminderen of verdwijnen na de behandeling. Mogelijke bijwerkingen zijn:

    • misselijkheid
    • verminderde eetlust
    • (tijdelijke) smaakverandering
    • haaruitval
    • beschadiging van de nieren
    • tintelende vingers
    • diarree of juist verstopping
    • infectie
    • bloedarmoede
    • verhoogde bloedingsneiging
    • verminderde conditie;
    • tijdelijke irritatie en ontsteking van de slijmvliezen in de mond.
  • Een droge mond kan ontstaan door bestraling, een operatie waarbij de speekselklieren zijn beschadigd of verwijderd en chemotherapie. Door mondademhaling kunt u ook een droge mond krijgen. Het speeksel in de mond wordt aangemaakt in een speekselklieren bij de bovenste kiezen, onder de tong en achter de ondertanden. Daarnaast zijn er nog een aantal kleine speekselklieren. Speeksel heeft verschillende belangrijke functies, namelijk:

    • het beschermt het gebit tegen gaatjes
    • het beschermt de slijmvliezen van de mond
    • het helpt bij de spijsvertering: tijdens het kauwen wordt speeksel toegevoegd, waarna het eten kan worden doorgeslikt
    • het speelt een belangrijke rol bij de smaak, omdat smaakstoffen uit eten oplossen in speeksel.

    Als de speekselklieren te weinig of geen speeksel produceren, zorgt dat ervoor dat:

    • er tandvleesontstekingen en gaatjes kunnen ontstaan
    • u problemen heeft bij eten, het praten en het slikken
  • De mondhygiënist kijkt op de dag van de diagnose of u een eigen gebit heeft, gaatjes heeft en of het tandvlees gezond is. Dit is belangrijk omdat bestraling schadelijk kan zijn voor uw tanden, kiezen en slijmvliezen. Als het nodig is, maakt de mondhygiënist een behandelplan.

    Alle patiënten die bestraald worden, komen elke dag bij de mondhygiënist. Dit geldt ook voor patiënten met een gebitsprothese. De mondhygiënist maakt uw mond (het gebit en de slijmvliezen) goed schoon en onderzoekt of er een beginnende ontsteking is. U krijgt in deze periode ook instructies voor mondverzorging thuis.

    Na de bestralingsbehandeling en ontslag uit het ziekenhuis blijft u onder controle bij de mondhygiënist van het UMCG. Hoe vaak en hoe lang deze controle duurt, hangt af van uw (na)behandeling.

    Na een operatie komt de mondhygiënist de dag na de operatie bij u langs op de verpleegafdeling. Hij maakt uw mond (het gebit en de slijmvliezen) goed schoon en onderzoekt of er problemen zijn. Zodra u weer kunt lopen, gaat u naar de mondhygiënist op de polikliniek Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie. U krijgt in deze periode ook instructies voor uw mondverzorging thuis.

  • Poets 2 keer per dag uw tanden om uw gebit schoon te maken, het glazuur te beschermen en gaatjes te voorkomen. Een zachte borstel is beter voor uw tandvlees. Een tandpasta met fluoride is belangrijk. Sommige tandpasta’s voelen te scherp aan voor de slijmvliezen. Er zijn tandpasta’s die fluoride bevatten én prettig zijn in het gebruik.

    Gebruik mondspoeling na het poetsen. Dit remt tandvlees- en mondslijmvliesontsteking en de vorming van gaatjes en geeft een frisse adem. Als een mondspoeling te scherp aanvoelt in uw mond, kunt u een oplossing van zouten soda gebruiken. Los 1 afgestreken theelepel keukenzout en 1 afgestreken theelepel soda op in 1 liter water.

    Kauw op kauwgom om uw speekselproductie te stimuleren. Er is zelfs een speciale kauwgom tegen een droge mond. Kauwgom met Xylitol is goed voor de speekselproductie en beschermt tegen gaatjes.

    Gebruik een mondbevochtigingsgel als uw mond extreem droog is. De gel zorgt ervoor dat uw tong en slijmvliezen weer soepel en zacht worden. Ook beschermt de mondgel beter tegen irritatie van de slijmvliezen. U kunt de mondhygiënist vragen welk product u het best kunt gebruiken.

    Meer informatie over een droge mond en mondverzorging kunt u lezen in de UMCG-brochures ‘De droge mond en de gevolgen’ en ‘Mondverzorging bij intensieve chemotherapie’.

  • Door chemotherapie kunnen uw haar, wenkbrauwen en wimpers tijdelijk uitvallen. U kunt u advies vragen aan een haarwerkspecialist vóórdat uw haar dunner wordt. De haarwerkspecialist kan bij het adviseren van een pruik of haarstukje rekening houden met uw haarkleur en coupe. De oncologieverpleegkundige kan u informatie geven over een haarwerkspecialist bij u in de buurt.   

    Ook wenkbrauwen en wimpers kunnen uitvallen. U kunt een afspraak maken met een schoonheidsspecialiste om uw wenkbrauwen ‘in te tekenen’ met permanente make-up. Hierbij wordt met een dunne naald kleurstof in de huid aangebracht. Het beste is om dit te doen voordat uw eigen wenkbrauwen uitvallen. De ingetekende wenkbrauwen hebben dan precies dezelfde vorm als die van uzelf.

  • Door bestraling kan uw huid verkleuren of allergisch reageren. Daarnaast kan uw huid droog of schilferig worden. Gebruik geen zeep en crème en dep uw huid voorzichtig droog. Gebruik ook geen anti-allergische producten. Uw huid kan tijdens sommige behandelingen extra gevoelig zijn voor zonlicht. Blijf daarom in de schaduw te blijven en bescherm uw huid extra met een beschermingsfactor hoger dan 30. Ongeveer een half jaar na de bestralingsbehandeling kunt u eventueel beginnen met het camoufleren van ontsierende plekken.

  • Chemotherapie en bestraling kunnen problemen geven met de slijmvliezen in de mond, wat kan leiden tot:

    • een droge mond
    • een pijnlijke of geïrriteerde mond
    • smaakverlies
    • kauwproblemen
    • slechte tegen warm en koud voedsel in de mond kunnen, wat kan leiden tot eet- en drinkproblemen
    • een geïnfecteerde mond.

    Als irritatie van het mondslijmvlies door een schimmel wordt veroorzaakt, zoals candida albicans, dan kan deze met medicijnen worden bestreden. Daarom is een goede mondhygiëne erg belangrijk.

  • Na een operatie en/of bestraling kunnen er littekens achterblijven. Die kunnen pijnlijk zijn, jeuken, dikker worden of verkleefd raken aan het onderliggende weefsel. Een operatie laat vaak zichtbare gevolgen achter, zoals littekens. Als de tumor ruim weggehaald is, kan dat ook zorgen voor veranderingen in de vorm van uw gezicht en/of de hals. Heel soms heeft iemand een prothese nodig.

    De huidtherapeut kan met littekenmassage en/of speciale littekenpleisters, bijvoorbeeld van siliconen, littekens camoufleren. Een huidtherapeut kan u hier meer over vertellen.

    Op de site van de Nederlandse Vereniging voor Huidtherapeuten, kunt u een huidtherapeut bij u in de buurt vinden. Voor de camouflage van littekens kunt u ook terecht bij een schoonheidsspecialiste die hiervoor een opleiding heeft gevolgd. Dit geldt ook als u advies nodig heeft om de overgang tussen uw eigen huid en de prothese te camoufleren. Aandacht voor uiterlijke verzorging bij kanker is voor veel mensen belangrijk. Een goed verzorgd uiterlijk geeft ook een beter gevoel.

  • Een operatie kan lymfklieren en lymfvaten beschadigen. Hierdoor kan de afvoer van weefselvocht verstoord raken en een ophoping van lymfevocht ontstaan. Dit heet lymfoedeem en kan zorgen voor een zwelling, spanning in de huid en soms pijn. Uw arts kan u doorverwijzen naar een fysiotherapeut die gespecialiseerd is in het behandelen van deze klachten. We kunnen u ook verwijzen naar een huidtherapeut.

  • Pijn is een waarschuwingssignaal. U kunt pijn hebben voor, tijdens en/of na een behandeling. Dit komt door de tumor die druk uitoefent op bepaalde zenuwen of botten, of door de wond na de operatie of door weefselverharding tijdens of na de bestraling. Emoties, zoals onzekerheid over de toekomst en angst voor pijn en voor de dood, kunnen de pijnbeleving versterken.  Pijn kan de kwaliteit van uw leven erg beïnvloeden. Voortdurende pijn leidt vaak tot slaapproblemen en chronische vermoeidheid. De emotionele gevolgen van pijn kunnen zich uiten in stemmingsverandering, neerslachtigheid en zelfs depressiviteit.

    De beste behandeling van pijn is het voorkomen of wegnemen ervan. Bij kanker is dit niet altijd mogelijk. Medicijnen helpen soms onvoldoende. Een aanvullende behandeling tegen pijn, zoals een bestraling, operatie of chemotherapie, kan helpen. Bespreek uw pijnklachten met uw arts. Die bekijkt met u waar de pijn vandaan komt, hoeveel pijn u heeft en hoe u met de pijn functioneert in uw dagelijkse leven. Hij adviseert u over pijnbestrijding die is gericht op het onderdrukken van pijn met zo min mogelijke bijwerkingen. Pijnbestrijding is ingewikkeld en daarom worden uw pijnklachten soms besproken door het Hoofd-halsbehandelteam. De huisarts kan u helpen in uw thuissituatie. Die kan direct inspelen op veranderingen in de (pijn)situatie en contact opnemen met de dienstdoende arts of het Pijnteam van het UMCG. Meer informatie staat in de brochure 'Pijnbestrijding bij kanker' van KWF Kankerbestrijding.

  • Bij een operatie in de mond of keelholte kan het nodig zijn spieren, zenuwen en/of weefsel weg te halen die betrokken zijn bij het slikken. Bijvoorbeeld de tong of het gehemelte. Er kunnen slikproblemen ontstaan door:

    • afname van de beweeglijkheid of het gevoel in de tong
    • een verminderd gevoel van de keelholte, waardoor u niet voelt wanneer u moet slikken. Eten of drinken kan dan in de luchtpijp of neusholte terecht komen
    • minder speeksel (xerostomie)
    • beperkte mondopening (trismus)
    • smaakverlies

    Door deze oorzaken is er meer kans op verslikken. Omdat goed eten en drinken belangrijk is voor uw gezondheid, en omdat met plezier eten en drinken een rol speelt in uw sociale leven, kan het nodig zijn om uw voeding aan te passen. De logopedist kan u op verschillende manieren ondersteunen bij uw slikproblemen.

    Goede voeding zorgt voor een goede conditie van uw lichaam en het herstel na een behandeling. Het is daarom belangrijk voeding te gebruiken die voldoende energie (calorieën) en voedingsstoffen bevat. Door slikproblemen kan het nodig zijn om vloeibaar, gemalen of zacht eten te eten. Zo krijgt u alle voedingsstoffen binnen die u nodig heeft. De diëtist kan u adviezen geven om zo aangenaam en goed mogelijk te blijven eten.

    Stichting Klankbord heeft in samenwerking met Millerbooks een kookboek uitgegeven"'Als eten even moeilijk is'. Dit boek bevat recepten voor patiënten die problemen hebben met eten, slikken en smaak. Meer informatie over problemen met eten en drinken staat in de UMCG-brochure: ‘Voeding bij hoofd-hals bestraling’. En in de brochures ‘Voedingsadvies bij hoofd-halsbestraling’ en ‘Voeding bij Kanker’ van KWF Kankerbestrijding.

  • Door uw ziekte en de bijbehorende onzekerheid kunt u minder of geen zin hebben in lichamelijk contact of seks. Als er beperkingen op seksueel gebied zijn, heeft dit ook gevolgen voor uw partner. Uw relatie kan hierdoor onder druk komen te staan. Voor sommige mensen zijn de gevolgen van de ziekte voor hun seksuele leven zo ingrijpend, dat zij seksualiteit niet meer als onderdeel van hun leven kunnen of willen zien. Bespreek seksuele problemen met uw arts, verpleegkundig specialist of de huisarts.

  • Smaakverlies door een operatie is blijvend doordat weefsel dat nodig is bij het proeven, is weggehaald. Smaakverlies door chemotherapie kan tijdelijke smaakverandering geven. U kunt een metaalsmaak proeven. Bestraling kan het slijmvlies van de mond- en keelholte beschadigen. Soms verandert de smaak. De smaak herstelt geleidelijk in het eerste jaar na de bestraling. Sommige patiënten ervaren een verandering van de smaak op de langere termijn.

  • Door een operatie, bestraling of chemokuur kunt u vermoeid raken en emotioneel zijn. Sommige mensen raken sneller geïrriteerd, kunnen zich minder goed concentreren of kunnen moeilijker op bepaalde woorden komen. Dit kan een gevoel van onzekerheid geven.

    Tijdens een behandeling heeft uw lichaam tijd nodig om te herstellen. Hou hier rekening mee in uw dagelijkse leven. Neem voldoende tijd om te rusten, maar probeer rust wel af te wisselen met activiteiten. U kunt uw dagelijkse activiteiten gewoon blijven doen, u moet misschien uw tempo wel aanpassen. Vermoeidheid na een behandeling kan snel herstellen. Bij sommige patiënten kan de vermoeidheid echter langer blijven bestaan.

    Meer informatie over vermoeidheid bij kanker staat in de brochure van KWF Kankerbestrijding ‘Vermoeidheid na Kanker’.

Nazorg bij kanker in de lymfeklieren in de hals

Als u weer naar huis mag, is het mogelijk dat u thuis hulpmiddelen en/of zorg nodig heeft. De transferverpleegkundige overlegt met u en uw naasten wat u precies nodig heeft. De transferverpleegkundige zorgt ervoor dat u bij thuiskomst de benodigde zorg en/of hulpmiddelen heeft. Meer informatie over ‘zorg thuis’ vindt u op de website ‘Toekomst na kanker’ onder aan deze pagina. 

Overdracht van zorg

Uw behandelend arts stelt uw huisarts schriftelijk op de hoogte van uw situatie en draagt hiermee de zorg voor u over aan uw huisarts. Uw huisarts behandelt u in de thuissituatie. Als u algemene vragen en/of problemen heeft (bijvoorbeeld als u zich grieperig voelt), belt u eerst met uw huisarts. Als dat nodig is, kan uw huisarts altijd overleggen met uw behandelend arts in het UMCG. Bij vragen en/of problemen die te maken hebben met uw ziekte, kunt u contact opnemen met het UMCG. Telefoonnummers vindt u onder het kopje “Tussentijds contact met het ziekenhuis”.

Eerste controle op de polikliniek

Bij ontslag uit het UMCG krijgt u een afspraak mee voor uw eerste controle op de polikliniek.

Controles op de polikliniek KNO/Kaakchirurgie

Na uw behandeling in het UMCG blijft u onder controle. In de eerste 2 jaar komt u elke 3 maanden naar de polikliniek KNO of MKA voor controle. Een controle bestaat uit een onderzoek door de arts of specialistisch verpleegkundige. Als u ook bestraald bent, worden de 3-maandelijkse controles om-en-om gedaan door de radiotherapeut en de hoofdbehandelaar (de kaakchirurg of KNO-arts).

Als na 2 jaar de uitslagen nog steeds goed zijn, wordt de tijd tussen de controles steeds langer. Als alles goed blijft gaan, blijft u in totaal 5 jaar onder controle. Daarna zijn uw behandeling en nazorg afgerond. Soms is er om speciale redenen ook na 5  jaar nog controle.

Tussentijds contact met het UMCG

Als u tussentijds klachten of vragen heeft die te maken kunnen hebben met uw ziekte, kunt u ons bellen. Dit kan ook als u onzeker bent over uw situatie. Afhankelijk van wie uw behandelend arts is (de kaakchirurg, de KNO-arts en/of de radiotherapeut) belt u tijdens kantooruren met:

  • de oncologieverpleegkundige van de afdeling KNO, telefoon: (050) 361 28 98. 
  • de medewerker van de zorgadministratie van de afdeling Kaakchirurgie, telefoon: (050) 361 38 09.
  • de dienstdoende radiotherapeut via de telefooncentrale van het UMCG, telefoon: (050) 361 61 61.

Buiten kantooruren met:

  • KNO: bij problemen die direct te maken hebben met uw operatie kunt bellen met de verpleegafdeling A1VA, telefoonnummer (050) 361 25 48.
  • Kaakchirurgie: u belt met de zorgadministratie, telefoonnummer (050) 361 38 09. U hoort dan een bandje met daarop een verwijzing naar een telefoonnummer dat u in spoedgevallen kunt bellen. Of u krijgt direct iemand van de telefooncentrale van het UMCG aan de lijn.
  • Radiotherapie: voor de radiotherapeut die dienst heeft belt u het algemene nummer van het UMCG: (050) 361 61 61.

Voeding

In het UMCG heeft u mogelijk begeleiding gehad van een diëtist. U heeft daarbij adviezen en instructies gekregen. Als u vragen heeft over uw voeding kunt u contact opnemen met uw diëtist. Als u nog geen contact heeft gehad met een diëtist, kunt u dit via uw specialist regelen. Afhankelijk van de aard van uw vragen, verwijst uw behandelend arts u door naar een diëtist in het UMCG of een diëtist bij u in de buurt.

Slik- en spraakrevalidatie

In het UMCG heeft u mogelijk begeleiding gehad van een logopedist. U heeft daarbij adviezen en instructies gekregen. Voor verdere begeleiding bent u verwezen naar een logopedist bij u in de buurt. Tijdens één van de controles op de polikliniek KNO kan een combinatieafspraak plaatsvinden, waarbij de logopedist uit het UMCG beoordeelt hoe uw slik- en spraakrevalidatie verloopt.

Stoppen met roken

Als uw behandelend arts u heeft geadviseerd om te stoppen met roken, kan hij u voor hulp doorverwijzen.

Hulp bij verwerken

De psychosociale begeleiding in het UMCG kan u helpen bij het verwerkingsproces. Afhankelijk van uw hulpvraag kunt u hulp krijgen van een medisch maatschappelijk werker, een geestelijk verzorger of een medisch psycholoog. Meer informatie vindt u via de link onderaan de pagina. U verlaat dan deze site over hoofd-halskanker.

Oncologische revalidatie

Als u voor kanker wordt behandeld of behandeld bent, kunt u last hebben van bijkomende problemen. Vermoeidheid, verminderde fitheid of angstige gevoelens kunnen uw dagelijks functioneren in de weg staan. Het UMCG Centrum voor Revalidatie heeft een revalidatieprogramma voor mensen die behandeld worden of behandeld zijn voor kanker. Meer informatie vindt u via de link onder aan de pagina.

Workshop Goed verzorgd, Beter gevoel

Het UMCG verzorgt workshops ‘Goed verzorgd, beter gevoel’. Deze gratis workshops zijn speciaal voor mensen met kanker, tijdens of (kort) na hun behandeling.

Tijdens de workshop krijgt u adviezen over huidverzorging en make-up. U krijgt ook een presentatie van een haarwerkspecialist. Daarna gaat u onder leiding van een schoonheidsspecialiste zelf aan de slag. Meer informatie over deze workshops en over de stichting ‘Goed verzorgd, beter gevoel’ kunt u vinden via de link onder aan deze pagina.

Heeft deze informatie je geholpen?