Elk jaar worden in Nederland ongeveer 10 kinderen met fenylketonurie (PKU) en 1 á 2 met tyrosinemie type I (TT1) geboren. Dit zijn beide zeldzame tot zeer zeldzame ziekten, die worden opgespoord met de hielprik bij pasgeborenen.
TT1
Bij TT1 is er een probleem in de stofwisseling waardoor ernstige leverschade ontstaat als dit niet behandeld wordt. Op jonge leeftijd kan de leverschade leiden tot leverfalen, nierschade en soms ook hartspierproblemen. Later kan er leverkanker ontstaan, en kan er sprake kan zijn van verlammingsverschijnselen.
PKU
Bij PKU ontwikkelen de hersens zich niet goed. Als PKU niet behandeld wordt, kan dit zorgen voor zeer ernstige ontwikkelingsachterstand, epilepsie, en heftige gedragsproblemen. Door het op tijd opsporen en behandelen van de ziekte met een dieet is de ontwikkeling binnen de grenzen van normale ontwikkeling maar nog niet optimaal. Sommige patiënten kunnen ook behandeld worden met een medicijnen waardoor de ziekte minder ernstig is.
De behandeling bestaat bij beide ziektes uit een levenslang dieet. Bij TT1 zijn medicijnen onderdeel van de behandeling. Bij PKU gebeurt dit soms.