Draaien van een baby in stuitligging

Soms ligt een baby in stuitligging in de baarmoeder. We kunnen dan proberen de baby te draaien, zodat het met het hoofd naar beneden komt te liggen. Dat doen we met de handen aan de buitenkant van uw buik.

Het draaien van een baby heet ook wel uitwendige versie. Uitwendig betekent aan de buitenkant, versie betekent draaien. Dat draaien doet de arts door met de handen op uw buik te duwen, zodat de baby weer met het hoofd naar beneden ligt.

Wanneer draaien we een baby?

Vaak draait een baby tot 36 weken ook nog zelf. Als dat niet gebeurt, kan de arts dit proberen. Dat lukt vaak wel als er veel vruchtwater is. Maar als een baby makkelijk draait, is er ook een kans dat het weer terug draait in stuitligging.

Bij ongeveer 4 tot 6 van de 10 baby's lukt het draaien. Het draaien wordt moeilijker als: 

  • U al heel ver in de zwangerschap bent. Er is minder vruchtwater en de baby is groter. 
  • U zelf kleiner of zwaarder bent.
  • Het uw 1e zwangerschap is. De baarmoeder en de buikwand zijn dan nog stevig. Bij een 2e of 3e zwangerschap gaat het vaak wel makkelijker. 

Soorten stuitliggingen

  • Voetligging

  • Half onvolkomen stuitligging

  • Volkomen stuitligging

  • Onvolkomen stuitligging

We kunnen tot aan de bevalling bijna altijd proberen om uw kind te draaien.

Soms besluiten we om een baby niet te draaien. Bijvoorbeeld bij een litteken in de baarmoeder, hoge bloeddruk of als u zwanger bent van een tweeling.

De behandeling stap voor stap

  1. U krijgt een afspraakbrief en informatie van ons. U hoeft zich niet speciaal voor te bereiden. U mag bijvoorbeeld gewoon eten en drinken.

    Het draaien kan pijnlijk zijn. Het is daarom goed om iemand mee te nemen die u weer naar huis kan brengen.

  2. Op de dag van behandeling gaat u naar het Verloscentrum.

  3. Voor het draaien gaat u nog even plassen, zodat uw blaas leeg is. Daarna gaat u in een verloskamer op een bed of onderzoeksbank liggen. Soms is een kussen onder uw knieën prettig. Uw buik is dan meer ontspannen.

    U krijgt een infuus in uwarm of hand met een medicijn waardoor de baarmoeder ontspant. Het draaien gaat dan makkelijker. Door dit medicijn kan uw hartslag sneller worden en u kunt gaan blozen. We houden uw hartslag en uw bloeddruk daarom goed in de gaten. 

    We controleren de hartslag van uw baby en doen een echo om te zien hoe de baby ligt.

    De arts pakt via uw buik het kind vast. Met 1 hand bij uw bekken proberen we de billen uit het bekken te duwen. Met de andere hand duwen we tegelijk het hoofdje naar beneden. De baby doet dan een soort koprol. Als het lukt, ligt de baby dan met het hoofd in het bekken.

    Het duwen kan een naar gevoel geven en zelfs pijn doen. Als het teveel pijn doet, kunt u altijd aangeven dat we moeten stoppen met de behandeling. De buik kan ook na het draaien wat gekneusd voelen. Na het draaien controleren we weer de hartslag van de baby. We halen het infuus weg. Na een paar uur werkt het medicijn niet meer en verdwijnen de bijwerkingen.

    Het draaien kan heel snel gaan en minder dan 30 seconden duren. Maar soms is duurt het ook meer dan 5 minuten. 

  4. U kunt na het draaien weer naar huis. Als u thuis de volgende klachten heeft, bel dan met uw verloskundige of het ziekenhuis. Doe dat als u:

    • buikpijn heeft die erger wordt
    • bloed verliest
    • uw kind minder voelt bewegen.

    Als het is gelukt om uw kind te draaien, dan kunt u thuis of in het ziekenhuis bevallen, als er geen andere reden is voor een ziekenhuisbevalling. Als uw kind zelf weer draait naar een stuitligging, kunnen we na 1 week eventueel opnieuw proberen te draaien. Dit overleggen we met u.

    Bij het draaien kan het bloed van de moeder zich mengen met het bloed van de baby. Is uw bloedgroep rhesus D-negatief en de bloedgroep van de baby rhesus-D positief, dan krijgt u na een draaipoging altijd een injectie met Anti-D.  

  • Bij elke behandeling kunnen er achteraf problemen zijn. Ook als de behandeling zelf goed is gegaan. Deze problemen noemen we complicaties. De kans op problemen bij het draaien van een baby zijn erg klein: 

    • Bijwerkingen van het medicijn dat de weeën remt en de baarmoeder ontspant. Dit gaat altijd vanzelf over. 
    • Gevoelige en pijnlijke buik door het duwen. Dit kan een paar dagen duren. Dat is vervelend, maar kan geen kwaad. 
    • Soms is de hartslag van de baby wat trager na het draaien. Dit wordt bijna altijd vanzelf weer normaal. 
    • Een heel enkele keer blijven de harttonen afwijken en is het eventueel nodig direct een keizersnede te doen. Dit is bij minder dan 1% van de draaipogingen. 

    Verpleegkundig spreekuur

    Heeft u buiten de geplande afspraken problemen, zorgen of vragen, dan kunt contact opnemen tijdens het telefonische spreekuur van maandag tot en met vrijdag van 15.00 – 16.00 uur, telefoonnummer (050) 361 26 76. U mag natuurlijk ook altijd de polikliniek bellen.


Bijwerkingen en risico's

Bij elke behandeling kunnen er achteraf problemen zijn. Ook als de behandeling zelf goed is gegaan. Deze problemen noemen we complicaties. De kans op problemen bij het draaien van een baby zijn erg klein: 

  • Bijwerkingen van het medicijn dat de weeën remt en de baarmoeder ontspant. Dit gaat altijd vanzelf over. 
  • Gevoelige en pijnlijke buik door het duwen. Dit kan een paar dagen duren. Dat is vervelend, maar kan geen kwaad. 
  • Soms is de hartslag van de baby wat trager na het draaien. Dit wordt bijna altijd vanzelf weer normaal. 
  • Een heel enkele keer blijven de harttonen afwijken en is het eventueel nodig direct een keizersnede te doen. Dit is bij minder dan 1% van de draaipogingen. 

Verpleegkundig spreekuur

Heeft u buiten de geplande afspraken problemen, zorgen of vragen, dan kunt contact opnemen tijdens het telefonische spreekuur van maandag tot en met vrijdag van 15.00 – 16.00 uur, telefoonnummer (050) 361 26 76. U mag natuurlijk ook altijd de polikliniek bellen.

Heeft u nog vragen?

U kunt de polikliniek Verloskunde bellen van maandag tot en met vrijdag, tussen 8.00 en 16.30 uur.