Deep Brain Stimulation (DBS) bij obsessieve-compulsieve stoornis (OCD)

Deep Brain Stimulation (DBS) is een mogelijke behandeling bij een ernstige dwangstoornis en dan vooral voor mensen met OCD (obsessief-compulsieve stoornis). Deep Brain Stimulation (DBS) heet ook wel Diepe hersenstimulatie (DHS).

Bij OCD zijn delen in de hersenen extra actief. Deze delen worden bij de behandeling met diepe hersenstimulatie met stroomstootjes gestimuleerd. Bij 60% van de patiënten die behandeld zijn met DBS, zorgt dit ervoor dat iemand veel minder klachten heeft of zelfs helemaal geen klachten meer heeft.  

Wanneer DBS bij OCD?

U kunt deze behandeling krijgen als u al behandelingen met medicijnen en cognitieve gedragstherapie tegen dwangstoornis heeft gehad, maar die niet of niet goed genoeg hebben geholpen.

Verwijzing naar UCP

Uw behandelend psychiater kan u voor DBS verwijzen naar het Universitair Centrum Psychiatrie. U krijgt een brief en informatie voor een eerste gesprek. We onderzoeken dan of de behandeling met diepe hersenstimulatie geschikt is voor u.

Over de operatie

Als u bij ons terecht kunt voor DBS, krijgt u een afspraakbrief met informatie. Daarin staat hoe u zich op de operatie voorbereidt. Voor de operatie gaat u naar de afdeling Neurochirurgie. U gaat voor deze operatie onder narcose.

  • De neurochirurg plaatst een frame op uw hoofd. Dit is om te bepalen waar in de hersenen de elektroden moet komen.
  • De neurochirurg boort 2 gaatjes in de schedel, ongeveer even groot als een cent. Via die gaatjes plaatst de neurochirurg elektrodes in uw hersenen.
  • Daarna krijgt u een neurostimulator onder de huid op de borst of in de buik. Dit apparaatje werkt op batterijen. Het is via de hals met dunne kabeltjes verbonden aan de elektrodes in de hersenen.

Na de operatie

2 weken na het plaatsen van de elektrodes en de neurostimulator start de behandeling. U komt hiervoor naar het UCP. Uw psychiater zet dan de DBS aan en stelt die in. Dit gebeurt met een afstandsbediening. In de periode daarna bouwen we langzaam de stimulatie op. Samen bekijken we welke instelling het beste voor u is. U komt daarvoor regelmatig bij het UCP.

U bespreekt met uw behandelaar of en welke behandelingen u verder nodig heeft. Met cognitieve gedragstherapie kunt u bijvoorbeeld werken aan het verder verminderen van de klachten die u mogelijk nog heeft. We bespreken ook of u misschien nog medicijnen nodig heeft naast de DBS.

U komt 1 keer per jaar terug voor controle van de DBS bij het UCP of bij de afdeling Neurochirurgie.

Bijwerkingen DBS

Meteen na het instellen van de DBS kunt u last hebben van verwardheid, dit is meestal na een half uur over. Andere klachten die later kunnen voorkomen zijn:  

  • Desinhibitie: ongeremd en soms ongepast gedrag
  • (hypo) manie: meer energie, rusteloosheid, prikkelbaarheid, minder behoefte aan slaap.
  • Veranderd slaappatroon.

Als u veel last heeft van deze bijwerkingen, kan de psychiater instelling van de stimulator veranderen. We kijken dan of de klachten minder worden.

Richtlijn DBS

Momenteel wordt gewerkt aan een landelijke richtlijn voor DBS bij obsessieve compulsieve stoornis. Het UCP is hier nauw bij betrokken. In de richtlijn staat welke behandelingen het beste werken en welke behandelingen een mogelijkheid zijn als de vorige behandeling niet of niet goed genoeg gewerkt heeft.

Heeft u nog vragen?

U kunt het Universitair Centrum Psychiatrie bellen van maandag tot en met vrijdag, tussen 8.00 en 16.30 uur.