Cryoablatie bij prostaatkanker

Bij cryoablatie bevriezen we de tumor. Dit doen we om de tumorcellen te vernietigen. ‘Cryo’ betekent ‘ijskoud’, en ‘ablatie’ staat voor het verwijderen van weefsel.

Cryoablatie is een mogelijke behandeling bij prostaatkanker​​. Deze behandeling is vooral geschikt voor patiënten bij wie de kanker na bestraling terugkomt in de prostaat. Dit om klachten te voorkomen of te verminderen.

Ook doen we cryoablatie soms bij patiënten die geen uitzaaiingen hebben en geen operatie kunnen krijgen. Bijvoorbeeld omdat ze problemen met hun hart en longen hebben. Soms is het mogelijk een gedeelte van de prostaat te bevriezen. De behandeling is dan minder intensief en geeft minder bijwerkingen. ​We raden cryotherapie af bij mannen die:

  • bestraald of geopereerd zijn voor endeldarmkanker. Dit gebied is dan te kwetsbaar.
  • niet lang geleden een TURP hebben gehad. Dit is een operatie waarbij een deel van de prostaat is weggehaald via de plasbuis.

Hoe werkt cryoablatie?

We plaatsen een paar holle, dunne naalden heel precies in de prostaat. Door de naalden gaat een vloeibaar middel, dit heet argon. Daardoor komt er ijs rond de punt van de naalden. Daarna persen we vloeibaar helium door de naalden, waardoor de ijskristallen weer ontdooien. Door te vriezen en te ontdooien gaan de kankercellen dood. 

De behandeling stap voor stap

  1. Om te kijken of cryotherapie voor u een geschikte behandeling is, doen we eerst een paar onderzoeken. 

    U krijgt een brief en informatie. Daarin staat hoe u zich voorbereidt. U mag bijvoorbeeld vanaf 6 uur voor de operatie niet meer eten en vanaf 2 uur voor de operatie niets meer drinken. En u krijgt een recept voor een darmspoeling, die u op de avond voor de operatie moet gebruiken. Er mag namelijk tijdens de operatie geen poep in uw darmen zitten. Als u bloedverdunners gebruikt, moet u daar waarschijnlijk een paar dagen voor de operatie mee stoppen. De arts vertelt u of en wanneer u moet stoppen.

  2. Meestal komt u op de ochtend voor de operatie naar het ziekenhuis, soms een dag van tevoren. In de brief staat waar u moet zijn.

  3. U krijgt een slaapmiddel via een infuus. Daardoor merkt u niks van de operatie. U ligt op uw rug op een operatietafel met uw benen in beensteunen. Daarna prikken we de naalden via de huid in de tumor. Dat gebeurt in het gebied tussen de balzak en de anus. Via een echografie met een echoapparaat in de anus bepalen we de goede plaats voor de naalden.

    Bij een volledige bevriezing krijgt u via de buikwand een slangetje in uw blaas. Met deze buikkatheter legen we uw blaas. En u krijgt een katheter via uw plasbuis in uw blaas. Via dit slangetje stroomt warm water. Dit zorgt ervoor dat uw plasbuis niet te veel afkoelt tijdens het bevriezen van de prostaat. We houden de temperatuur van de plasbuis, endeldarm en prostaat in de gaten via een thermometernaald. We bevriezen en ontdooien de prostaat 2 keer. Daarna halen we de naalden weg. U krijgt een verband op de plek waar de naalden hebben gezeten.

    De operatie duurt ongeveer 2-3 uur. Meestal blijft iemand voor deze behandeling 2 dagen in het ziekenhuis.

  4. U gaat naar de uitslaapkamer. Daar controleren we uw bloeddruk en uw hartslag. Na de operatie heeft u een infuus voor vocht en medicijnen en een slangetje via de plasbuis en een slangetje uit uw buik voor uw plas. Bij een bevriezing van een deel van de prostaat heeft u alleen een slangetje in uw plasbuis. 

    Als alles goed gaat, gaat u naar de verpleegafdeling. Als u genoeg drinkt en geen medicijnen meer via het infuus krijgt, halen we het infuus weg. U krijgt een injectie tegen trombose. Dit is een bloedstolsel in een bloedvat dat kan ontstaan doordat u stilligt. En u krijgt medicijnen tegen de pijn.

    Als u uw blaas goed leeg kunt plassen, halen we het slangetje via de plasbuis weg. Dit is meestal de dag na de operatie. Als u een volledige bevriezing heeft gehad, heeft u na de operatie een buikkatheter. Die blijft een week zitten. U krijgt informatie over hoe u de katheter thuis leegt en verzorgt.

    U kunt in de eerste weken tot de eerste maanden bloed verliezen in uw plas. Dat is normaal. Drink 1,5-2 liter per dag om uw blaas te spoelen. U kunt het beste tot 6 weken na de operatie:

    • niet zwaar tillen en niet veel sporten
    • niet fietsen
    • niet persen bij het poepen, veel drinken en eten met veel vezels eten
    • geen zetpillen gebruiken en niet de temperatuur meten via uw anus
  5. 2-3 dagen na de operatie bellen we u om te vragen hoe het gaat. Als uw hele prostaat is bevroren, heeft u 1-2 weken na de operatie een afspraak. Als u dan goed zelf kunt plassen, halen we de buikkatheter weg. Als dat niet zo is, komt u 2 weken daarna terug. Na 6 weken heeft u opnieuw een controle. Als een deel van uw prostaat bevroren is, heeft u na 6 weken een controle. Na 3 maanden meten we uw PSA-waarde. Dit is om te kijken of de behandeling geslaagd is.

Bijwerkingen en risico's

U kunt last krijgen van erectiestoornissen. Of ergere erectiestoornissen, als u ze al had. Vaak hebben mannen geen spontane erecties meer. Als uw prostaat bevroren is geweest, heeft u tijdens een orgasme geen zaadlozing meer. Sommige mannen krijgen last van urineverlies, of van meer urineverlies. De problemen zijn meestal erger bij een volledige bevriezing dan bij een bevriezing van een deel van de prostaat. Bel ons meteen als:

  • u buikpijn houdt die niet stopt door pijnstillers
  • u koorts heeft boven de 38,5 °C of langer dan 24 uur boven de 38° C
  • u hevig bloedverlies met stolsels heeft
  • er geen plas meer in de katheterzak komt​​​

Bellen kan op werkdagen tussen 8.30-12.00 uur, naar (050) 361 21 67. Buiten deze tijden belt u naar het nummer (050) 361 61 61 en vraagt u naar de uroloog die dienst heeft.

Heeft u nog vragen?

U kunt de polikliniek Urologie bellen van maandag tot en met vrijdag, tussen 8.30 en 12.00 uur.