UMCG opent ‘scan-straat’ voor kleine dieren

In de proefdierfaciliteit van het UMCG en de Rijksuniversiteit Groningen worden alle mogelijke beeldvormende technieken voor kleine dieren bijeengebracht in het nieuwe ‘Groningen Small Animal Imaging’ faciliteit, afgekort GronSAI. Het bijeenbrengen van de beeldvormende technieken en introduceren van nieuwe technieken heeft grote voordelen. Er zijn minder dieren nodig, het bevordert het welzijn van de dieren en biedt ook voor het wetenschappelijk onderzoek meer mogelijkheden. Deze nieuwe faciliteit biedt een mini MRI-scanner, een scanner voor optische beeldvorming, een PET-scanner, een gecombineerde PET-CT en een gecombineerde PET-MRI. Op 15 september wordt GronSAI officieel geopend. 

In de proefdierenfaciliteit van het UMCG en de Rijksuniversiteit Groningen wordt medisch wetenschappelijk onderzoek gedaan met proefdieren. We bestuderen biologische processen om er achter te komen hoe en waarom iemand ziek wordt of juist gezond blijft. Het eerder in staat zijn een bepaalde ziekte te herkennen, kan ervoor zorgen dat minder mensen ziek worden en dat mensen minder ernstig ziek worden. Er wordt vooral onderzoek gedaan naar verouderingsziekten, zoals kanker, de ziekte van Alzheimer en Parkinson, maar ook naar hart- en vaatziekten en bepaalde erfelijke aandoeningen. 


Van dier naar mens
Een deel van het onderzoek heeft een directe vertaalslag naar de patiënt. Met zelfontwikkelde tracers (radioactieve stofjes die met een PET-scan gevolgd kunnen worden in het lichaam) kan bijvoorbeeld bekeken worden of medicatie aankomt dáár waar het zijn werk moet doen. Als deze tracers in dieren zijn getest op effectiviteit en toxiciteit, kan het binnen een paar maanden in de patiëntenzorg worden toegepast. 

 

Met deze nieuwe onderzoeksfaciliteit is het nu mogelijk om één dier tijdens één narcose op meerdere manieren in beeld te brengen. De verschillende beeldvormende technieken brengen allemaal verschillende eigenschappen van weefsel in beeld. Waar met bijvoorbeeld MRI de anatomie en functie van hersenen bestudeerd kunnen worden, brengt CT vooral afwijkingen in weefsels in beeld en kan met PET de functie van weefsel bestudeerd worden. Door dieren op verschillende manieren te onderzoeken, kan hetzelfde onderzoek met veel minder dieren plaatsvinden en hoeven ze minder vervoerd te worden, wat het dierenwelzijn ten goede komt. 


Daarnaast kunnen dieren door meer gebruik te maken van beeldvormende technieken gevolgd worden over een langere tijd. Tot op heden was het voor het onderzoek met bijvoorbeeld zebravissen noodzakelijk om de dieren te doden om zo de processen in hun lichaam te bestuderen. Nu kan zo’n proces een aantal malen herhaald worden met hetzelfde dier, en bekeken worden wat het effect op langere termijn is. Dat is vooral van belang bij bv kankeronderzoek (onderzoek naar de groei van tumoren en het effect van behandelingen) en andere verouderingsziekten. 


Gebruik van proefdieren 
Helaas is het (nog) onmogelijk om alle onderzoek zónder proefdieren te doen. Uiteraard is dat wel het streven. Het UMCG heeft zich gecommitteerd aan de 3 V’s: vervangen, verminderen en verfijnen van proefdieronderzoek. Dat betekent dat als het onderzoek ook zonder dieren kan, mag het niet met dieren, of als het onderzoek met minder dieren kan, moet dat. En iedere onderzoeker moet vooraf een plan indienen waarin wordt beschreven hoe het welzijn van de dieren het best gediend wordt. Zo moet pijn en stress bij de dieren zoveel mogelijk worden vermeden. Deze nieuwe faciliteit is dan ook zeker geen vrijbrief om proefdieronderzoek te doen.