Het UMCG heeft een subsidie van 12 miljoen euro ontvangen voor een groot internationaal onderzoek naar genetische factoren en eiwitten in het bloed, die de effectiviteit van medicatie kunnen voorspellen bij patiënten met hartfalen. Het doel van dit onderzoek is dat per individuele patiënt de meest effectieve medicatie kan worden verstrekt.
Shutterstock

De afgelopen decennia is de kwaliteit van leven van patiënten met hartfalen sterk verbeterd. Het aantal mensen dat sterft is teruggelopen en het aantal keren dat patiënten opnieuw met hartklachten in het ziekenhuis moet worden opgenomen, eveneens. Toch is hartfalen nog steeds een zeer ernstige aandoening, met een hoge sterfte en slechte kwaliteit van leven. De medicatie die momenteel wordt gebruikt, is voor een deel van de patiënten niet effectief genoeg. Het doel van dit onderzoek is om de patiënten die niet goed reageren op de medicijnen, zo goed mogelijk in kaart te brengen en na te gaan waar het door komt dat zij minder goed reageren.

Wie hebben wel of geen baat bij de medicijnen?

Door recente ontwikkelingen in onderzoekstechniek is het mogelijk om naar de totale genetische opmaak van patiënten te kijken. Ook bekijken de onderzoekers welke specifieke eiwitten deze patiënten wel of niet in hun lichaam aanmaken. Tenslotte maken zij gebruik van zogenaamde markers in het bloed en kijken zij naar de specifieke karakteristieken van de patiënt. Zo is het mogelijk om zeer nauwkeurig de patiënten te kunnen identificeren, die wel of geen baat hebben bij de huidige medicijnen. Uiteindelijk kunnen de resultaten van dit onderzoek er toe leiden dat per patiënt met hartfalen een bepaald type medicatie kan worden voorgeschreven, toegespitst op de specifieke kenmerken van de individuele patiënt.

Opzet onderzoek

Het onderzoek vindt plaats onder 2500 deelnemers uit Noorwegen, Engeland, Frankrijk, Duitsland, Italië, Griekenland, Polen en Nederland. Bij alle deelnemers wordt bij aanvang en na enkele maanden een uitgebreid bloedonderzoek verricht, waarmee onder andere de genetische structuur en de aanmaak van specifieke eiwitten wordt bestudeerd. Deze deelnemers worden gedurende anderhalf jaar gevolgd, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen deelnemers die wel of geen hartproblemen krijgen. Op deze manier kan een aantal factoren geïdentificeerd worden, die invloed hebben op een slechte reactie op de medicijnen. Deze factoren worden vervolgens getoetst in een tweede groep van 2500 deelnemers, om te onderzoeken of de gevonden gegevens juist zijn.
Het onderzoek zal in totaal vijf jaar duren en wordt geleid door Adriaan Voors van de afdeling Cardiologie van het UMCG. De subsidie is beschikbaar gesteld door de Europese Commissie.