‘Het was een winterse zaterdagochtend in 2023. Ik werd wakker met hoofdpijn. Niet veel later lag ik in het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen.’ Een klein herseninfarct, zo leek het. Na een paar dagen mocht Frank weer naar huis. ‘Twee weken niet autorijden’, zei de arts. ‘Na een paar dagen ging ik weer wandelen. Naar de markt, vier kilometer heen en vier kilometer terug. Niks aan de hand. Maar de ochtend daarna voelde ik me opnieuw niet goed.’
Tussen ongeluk en geluk
Met spoed werd Frank naar het ziekenhuis in Assen gebracht en vervolgens doorverwezen naar het UMCG. De diagnose was hard: een ernstig herseninfarct. ‘Ik gleed weg. Toen ik wakker werd, kon ik niet meer lopen of praten. Ja en nee zeggen, dat lukte nog nét.’ Wat volgde was een intensief revalidatietraject: eerst twee maanden in Beatrixoord, daarna vier maanden vanuit huis. Inmiddels kijkt Frank met twee kanten terug op zijn situatie: ‘Ja, ik heb ongeluk gehad - twee infarcten in mijn linkerhersenhelft. Mijn rechterarm doet het niet meer en lopen gaat moeizaam. Ook heb ik afasie: praten en woorden vinden kosten meer moeite.’ Maar hij ziet ook het geluk: ‘Ik kan prikkels goed verwerken, heb geen moeite met drukte. Muziek luisteren, feestjes – dat lukt allemaal nog. En daar ben ik dankbaar voor.’
'Toen ik wakker werd, kon ik niet meer lopen of praten.'
Nooit meer
‘Dat ik niet meer kon werken zoals voorheen, dat vond ik echt een ding. Ik wilde graag terugkeren naar mijn oude baan.’ Maar toen hij terugkeerde bij het UMCG, werd al snel duidelijk dat dat niet meer ging. ‘Ik wist meteen: ik word nooit meer programmamanager. Waar ik voorheen acht dingen tegelijk kon doen, moet ik het nu echt houden bij één ding tegelijk. Typen? Dat doe ik met één hand.’ Een functie als beleidsmedewerker volgde, maar die paste niet. ‘Te saai.’
Terug bij af
Toen kwam er een vacature voor communicatieadviseur voorbij. ‘Dat was wel even slikken hoor. In de jaren ‘90 tot 2008 werkte ik ook in de communicatie, als senior adviseur en hoofd communicatie bij de provincie Drenthe. Nu voelde het als terug bij af. Dat deed echt iets met me.’ Toch pakte hij de kans. Inmiddels werkt Frank als communicatieadviseur bij UMCG Digital Competence Centre en ELSA Lab Northern Netherlands. ‘Het is fijn om hier als communicatieadviseur een bijdrage aan te leveren. Natuurlijk zijn er ups en downs, maar ik ben positief ingesteld. Ik ga ervoor; er zijn altijd dingen die wél kunnen.’
Steun en lotgenotencontact
Zijn terugkeer als professional in het UMCG verliep onder goede begeleiding, vertelt Frank. ‘Mijn leidinggevende, de bedrijfsarts en ook een consulent arbeid & gezondheid hebben me echt goed geholpen.’ Tijdens zijn revalidatie in Beatrixoord stelde Frank een bijzondere vraag: ‘Is er niet iemand in het UMCG die dit eerder heeft meegemaakt?’ Zo kwam hij in contact met collega Erik-Jan Monshouwer, die in 2020 ook een herseninfarct had gehad. ‘We spraken elkaar drie keer en hielden contact via mail. Bij hem kon ik terecht met ándere vragen. Wat betekent het als je niet terug kunt naar je oude functie? Wat betekent het als je in een andere salarisschaal terechtkomt? Vaak kon Erik Jan mij geruststellen. Het voelde als lotgenotencontact. En dat was ontzettend fijn.’
‘Is er niet iemand in het UMCG die dit eerder heeft meegemaakt?’
Collega’s helpen collega’s
Samen besloten Frank en Erik-Jan hun ervaringen om te zetten in iets waardevols voor anderen: een nieuw initiatief binnen het UMCG om collega’s met niet-aangeboren hersenletsel (NAH) beter te ondersteunen. ‘Veel van de bestaande hulp richt zich op het formele ARBO-traject,’ vertelt Frank. ‘Maar juist de persoonlijke en praktische kant van herstel blijft vaak onderbelicht. Terwijl dát is waar je als medewerker elke dag tegenaan loopt.’
‘Erik Jan had al een eerste opzet voor deze vorm van hulp gemaakt. Samen hebben we dit plan ingediend voor een subsidie voor een programma gericht op duurzame inzetbaarheid van collega’s met NAH. Die subsidie die kregen we.’ Samen ontwikkelden ze edNAH: een programma dat lotgenoten met elkaar verbindt en ruimte biedt voor herkenning, steun en praktische tips. In de vorm van één-op-één gesprekken, en in de toekomst ook groepssessies. Ook kunnen medewerkers met NAH een training volgen tot ervaringsdeskundige. Zo groeit het netwerk van steun binnen het UMCG, van collega tot collega.
Perspectief
‘Elk jaar krijgen ongeveer zestig collega’s binnen het UMCG een niet aangeboren hersenaandoening. Met dit programma willen we laten zien: je bent niet alleen. En er is perspectief.’