Hoeveel moet je eten als je letterlijk inteert?

Tuberculose komt in Nederland niet veel voor, maar is wereldwijd één van de meest voorkomende en dodelijkste infectieziekten. Het Tuberculosecentrum van het UMCG start een onderzoek naar het energieverbruik van patiënten met longtuberculose en hoe je de voeding per persoon optimaal kunt afstemmen.

Het treft jaarlijks enkele honderden mensen in Nederland en zo’n tien miljoen mensen wereldwijd: tuberculose (tbc). En hoewel het te genezen is, overlijden er jaarlijks toch meer dan een miljoen mensen aan tbc, ook wel de tering genoemd. ‘En dat is ook precies wat er gebeurt’, legt longarts Onno Akkerman uit. ‘Door de bacterie teer je in. Spierweefsels worden afgebroken, waardoor patiënten vaak sterk vermageren.’

Voeding is dus belangrijk voor patiënten met longtuberculose. ‘Zeker vroeger, toen er nog geen medicijnen waren, draaide de tuberculosezorg in sanitoria om rust en voeding’, vertelt Akkerman in het Tuberculosecentrum Beatrixoord van het UMCG. ‘Inmiddels hebben we goede medicatie, maar voeding blijft ontzettend belangrijk. Daarom ziet iedere patiënt een diëtist. Omdat we beter willen weten hoeveel energie patiënten precies verbruiken en dus hoeveel voeding iedere individuele patiënt nodig heeft, starten we nu een onderzoek.’

Energieverbruik van een sporter

Akkerman doet dit onderzoek samen met fysiotherapeut Haike Verbree, die op dit onderwerp promoveert. Verbree is zelf fanatiek wielrenster en de link met sport is snel gelegd. Tuberculosepatiënten hebben zeker in de eerste weken, als de ontstekingsactiviteit hoog is, continu een hoge hartslag (rond de 130). ‘Het voelt voor hen alsof ze de hele dag aan het sporten zijn’, legt Verbree uit. 'Het is dus niet verwonderlijk dat hun lichaam meer energie nodig heeft. Maar hoeveel precies?'

‘Door de bacterie teer je letterlijk in.’

Energieverbruik in rust

Verbree wil het aanpakken zoals dat in het wielrennen tegenwoordig ook gebeurt. Voor profwielrenners wordt tegenwoordig bijna tot op de gram nauwkeurig bepaald wat en hoeveel eten ze nodig hebben. Om haar patiënten ook optimaal op maat te kunnen helpen, gaat Verbree hun energieverbruik in rust meten. Dit gebeurt met zogenaamde indirecte caloriemetrie, waarbij de patiënt, via een masker, verse lucht krijgt en de uitgeademde lucht wordt opgevangen en gemeten.

De uitkomsten hiervan kunnen Akkerman en Verbree samen met de diëtisten van het Tuberculosecentrum gebruiken om te bepalen hoeveel bijvoeding iemand moet krijgen om sneller en beter te kunnen herstellen. ‘We kunnen met de huidige informatie ook al een goede inschatting maken, maar het blijft een educated guess’, zegt Akkerman. ‘Dankzij deze metingen kunnen we bepalen hoeveel calorieën iemand nodig heeft en hoe dat in de loop van de tijd verandert, als de patiënt langzaam maar zeker herstelt.’

Eritrees en Pools koken

Tijdens een korte rondleiding door het Tuberculosecentrum van het UMCG in Beatrixoord valt op dat er op verschillende plekken lijstjes met recepten en speciale pannen voor buitenlandse gerechten liggen. ‘We hebben veel patiënten die uit andere landen komen, zoals Eritrea of Polen’, zegt Akkerman. ‘Voor hun herstel is het belangrijk dat zij goed eten en dat wij weten hoeveel energie er in hun maaltijden zit. Onze diëtisten, koks en vrijwilligers maken daarom vaak maaltijden die onze patiënten gewend zijn te eten.’

Spiermassa opbouwen

Fysiotherapeut Verbree kijkt vervolgens ook welke oefeningen bijdragen aan het herstel. ‘Als patiënten in het begin nog erg ziek zijn, liggen ze in bed en kunnen ze niet veel. Het belangrijkste is dan om te zorgen dat ze lichamelijk niet nog verder achteruitgaan. Als het wat beter met ze gaat, beginnen we vaak met krachttraining om spiermassa op te bouwen. Vervolgens gaan we aan hun uithoudingsvermogen werken.’

Sneller terugkeren in maatschappij

Akkerman en Verbree hopen dat patiënten door de inzichten uit hun onderzoek sneller weer kunnen meedoen in de maatschappij. ‘Patiënten met longtuberculose zijn vaak maximaal zes maanden bij ons opgenomen’, vertelt Akkerman. ‘In Nederland zijn het vaak arbeidsmigranten die tuberculose krijgen. Zij willen graag zo snel mogelijk weer aan het werk. En ook in lagelonenlanden, waar tuberculose veel meer voorkomt dan hier, is het voor mensen erg belangrijk om zo snel mogelijk weer mee te kunnen doen.’

Onderzoek is mogelijk dankzij Fonds de Gavere

Het onderzoek van het UMCG naar een betere behandeling van tuberculosepatiënten is mogelijk dankzij de financiële steun van Fonds de Gavere. Deze stichting is ontstaan uit de erfenis van Klaas de Gavere, een boer uit Friesland wiens vrouw en zoon in de jaren ’40 aan tuberculose zijn overleden. Dankzij de nalatenschap van Klaas de Gavere zijn vele zorgprojecten mede mogelijk gemaakt. De stichting heeft speciale aandacht voor tuberculose en de eerstelijnsgezondheidszorg, maar steunt ook andere projecten die het welzijn van inwoners van Friesland bevordert.