Vaginale kunstverlossing

Een kunstverlossing is een bevalling via de vagina, waarbij de gynaecoloog met een verlostang of een vacuüm cup helpt bij de geboorte van een kind. Ongeveer 1 op de 5 vrouwen die voor het eerst bevalt, krijgt te maken met een vaginale kunstverlossing.

Bij een eerste bevalling is deze hulp vaker nodig dan bij een volgende bevalling. De meeste vrouwen vinden een kunstverlossing uiteindelijk een opluchting.

Wanneer een kunstverlossing?

Een kunstverlossing kan als de baby tijdens de bevalling ver genoeg is ingedaald. Het hoofdje zit dan al ver in je bekken. De belangrijkste redenen voor een tang- of een vacuümverlossing zijn:

  • de geboorte duurt te lang
  • de baby krijgt te weinig zuurstof
  • omdat een zwangere niet of maar kort mag persen, bijvoorbeeld door gezondheidsproblemen van hart of longen

De behandeling stap voor stap

  1. Voor een kunstverlossing ga je altijd naar het ziekenhuis. Als je thuis bent, zorgt je verloskundige dat je meteen bij ons terecht kunt. Je gaat naar het Verloscentrum.

  2. Als een kunstverlossing nodig is, halen we het onderste deel van het verlosbed weg, je kunt dan je benen in de beensteunen doen.

    Je blaas moet leeg zijn, daarom krijgt eerst een katheter. Een katheter is een dunne, flexibele slang, die je via de plasbuis in je blaas krijgt. Daarna voelt de gynaecoloog met de vingers wat stand van het hoofd van de baby is, en hoever de baby is ingedaald. Dit is nodig om de verlostang of de vacuüm cup goed op het hoofd te kunnen plaatsen.

    • meestal krijgt u eerst een verdoving via een spuit
    • bij een tangverlossing leggen we de lepels één voor één om het hoofd
    • bij een vacuümverlossing krijgt de baby een cup op de bovenkant van het hoofd. Die cup zuigen we vacuüm, zodat het goed vastzit op het hoofd. Dit vastzuigen duurt een paar minuten.

    De keuze voor een tangverlossing of een vacuümverlossing hangt af van de ligging van het kind, de indaling van het hoofd en hoe lang je zwanger bent.

    Het plaatsen van de lepels en het inbrengen van de vacuüm cup voelt niet prettig en is pijnlijk. Je krijgt meestal een verdoving, maar de pijn gaat niet helemaal weg.

    Het is de bedoeling dat je bij een wee goed perst. De gynaecoloog trekt dan bij iedere wee mee. Tussen de weeën door zorgt de gynaecoloog dat het hoofdje niet terug glijdt. Meestal wordt de baby na een paar weeën geboren. Tijdens het persen houden we de harttonen van het kind in de gaten. Dat doen we met een doptone of een CTG, een hartfilmpje.

    Inknippen bij een tang- of vacuümbevalling

    Soms is het nodig om tijdens de tang- of vacuümbevalling een 'knip te zetten'. Of we dat doen, hangt onder andere af van:

    • hoe het gaat met de baby
    • de stevigheid van de bekkenbodemspieren
    • de dikte van het weefsel tussen de vagina en de anus
    • de kans op ernstig inscheuren

    Voordat een arts begint met een kunstverlossing, krijg je vaak al een plaatselijke verdoving. Daardoor merk je niet veel van het inknippen zelf. Na de bevalling hechten we de wond meteen. Soms krijg je nog extra verdoving daarvoor, andere keren is dat niet nodig.

    De 1e dagen na je bevalling kan het pijnlijk zijn. Je kunt daarvoor pijnstilling gebruiken als je dat wilt. Ook ijsverbandjes kunnen zorgen dat je pijn minder voelt.

  • De kans op problemen bij een tang- of vacuümverlossing is klein. Wat voorkomt is:

    • afschieten van de vacuüm cup. Soms is het hoofd al zo ver gekomen dat het niet erg is. Andere keren plaatsen we de cup opnieuw, of gebruiken we de verlostang. Als de baby heel snel geboren moet worden, kiezen we soms toch nog voor een keizersnede
    • bloeduitstorting en een zwelling op de plek waar de vacuüm cup zat. Dit is na een paar dagen meestal weg
    • afdruk van de verlostang aan de zijkant van het hoofd. Dit is meestal ook na een paar dagen weg
    • uitscheuren van het gebied tussen de vagina en de anus ((sub)totaalruptuur)

  • De meeste vrouwen (meer dan 90%) die tijdens een eerste bevalling een vacuüm- of een tangverlossing hebben gehad, hebben bij een volgende bevalling geen problemen. Meestal is een vaginale kunstverlossing bij een volgende zwangerschap dan ook geen reden voor een medische indicatie.

    Natuurlijk zijn er ook uitzonderingen, bijvoorbeeld als de kunstverlossing erg moeilijk was of bij andere problemen. Het kan dan zijn dat je bij een volgende zwangerschap wel een medische indicatie krijgt. Dat betekent dat je voor begeleiding tijdens je zwangerschap naar het ziekenhuis gaat, in plaats van naar een verloskundige.


  • Voor een aantal vrouwen is een kunstverlossing een grote opluchting, zeker als ze het gevoel hebben dat de bevalling niet opschiet. Andere vrouwen vinden het lastiger te verwerken dat de bevalling niet spontaan is verlopen. Ze hebben soms het gevoel te hebben gefaald, of hebben het idee dat een normale bevalling van hen is afgenomen.

    Je kunt dit soort gevoelens en emoties bespreken met je gynaecoloog of verloskundige, partner, vrienden en familieleden. Je kunt altijd vragen stellen, bijvoorbeeld waarom de kunstverlossing nodig was. Dat kan ook veel later nog, of misschien bij een volgende zwangerschap.

    Ook partners kunnen last hebben van het onverwachte verloop. Praat daarom ook samen over hoe jullie de bevalling hebben ervaren, over angst en teleurstelling als die er is. Dat helpt bij het verwerken van emoties.


Bijwerkingen en risico's

De kans op problemen bij een tang- of vacuümverlossing is klein. Wat voorkomt is:

  • afschieten van de vacuüm cup. Soms is het hoofd al zo ver gekomen dat het niet erg is. Andere keren plaatsen we de cup opnieuw, of gebruiken we de verlostang. Als de baby heel snel geboren moet worden, kiezen we soms toch nog voor een keizersnede
  • bloeduitstorting en een zwelling op de plek waar de vacuüm cup zat. Dit is na een paar dagen meestal weg
  • afdruk van de verlostang aan de zijkant van het hoofd. Dit is meestal ook na een paar dagen weg
  • uitscheuren van het gebied tussen de vagina en de anus ((sub)totaalruptuur)

Een volgende bevalling

De meeste vrouwen (meer dan 90%) die tijdens een eerste bevalling een vacuüm- of een tangverlossing hebben gehad, hebben bij een volgende bevalling geen problemen. Meestal is een vaginale kunstverlossing bij een volgende zwangerschap dan ook geen reden voor een medische indicatie.

Natuurlijk zijn er ook uitzonderingen, bijvoorbeeld als de kunstverlossing erg moeilijk was of bij andere problemen. Het kan dan zijn dat je bij een volgende zwangerschap wel een medische indicatie krijgt. Dat betekent dat je voor begeleiding tijdens je zwangerschap naar het ziekenhuis gaat, in plaats van naar een verloskundige.

Omgaan met emoties

Voor een aantal vrouwen is een kunstverlossing een grote opluchting, zeker als ze het gevoel hebben dat de bevalling niet opschiet. Andere vrouwen vinden het lastiger te verwerken dat de bevalling niet spontaan is verlopen. Ze hebben soms het gevoel te hebben gefaald, of hebben het idee dat een normale bevalling van hen is afgenomen.

Je kunt dit soort gevoelens en emoties bespreken met je gynaecoloog of verloskundige, partner, vrienden en familieleden. Je kunt altijd vragen stellen, bijvoorbeeld waarom de kunstverlossing nodig was. Dat kan ook veel later nog, of misschien bij een volgende zwangerschap.

Ook partners kunnen last hebben van het onverwachte verloop. Praat daarom ook samen over hoe jullie de bevalling hebben ervaren, over angst en teleurstelling als die er is. Dat helpt bij het verwerken van emoties.

Heb je nog vragen?

Je kunt het verloskundig spreekuur bellen van maandag tot en met vrijdag tussen 15.00 en 16.00 uur. Ook mailen via patiëntenbericht in mijnUMCG is elke dag mogelijk.