Buikkatheter

Een buikkatheter is een dun slangetje dat we via de buitenkant van de buik in de blaas plaatsen. Via het slangetje loopt de plas uit de blaas in een opvangzak aan het been. Een buikkatheter heet ook wel een suprapubische katheter.

Wanneer een buikkatheter?

Een buikkatheter kun je om verschillende redenen nodig hebben. Bijvoorbeeld:

  • na een operatie aan de plasbuis. De plasbuis moet dan eerst genezen
  • na een operatie aan de blaas. De blaas moet eerst genezen
  • als de plasbuis nauw is waardoor plassen niet of niet goed lukt
  • bij een stoornis van de blaas

Je krijgt dan een buikkatheter, zodat de urine toch uit de blaas kan lopen. De buikkatheter plaatsen we in je blaas. Je krijgt eerst een prik met een verdovende vloeistof. Bij kinderen plaatsen we de buikkatheter tijdens een operatie. Je wordt dan in slaap gebracht, dit heet een narcose.

Hoe werkt een buikkatheter?

De buikkatheter bestaat uit een dunne, soepele slang die via de buik naar buiten komt. We maken de slang vast aan een opvangzak voor de plas. Dit opvangzakje kun je met bandjes vastmaken aan je been. De zak heeft een klein kraantje aan de onderkant. Zo leeg je de opvangzak. Soms sluiten we in plaats van een opvangzak een kraantje op de katheter aan. Het kraantje kan worden opengezet om de plas te laten weglopen.

Werking buikkatheter

Bij kinderen kan de katheter ook in een luier worden gelegd. Het kind draagt dan 2 luiers. De binnenste luier vangt dan de poep op en de buitenste luier de urine uit de katheter. Zo wordt de katheter niet vies door poep.

Soorten buikkatheters

Er zijn 2 soorten buikkatheters:

  • Ballonkatheter: aan het eind van het slangetje zit een ballonnetje. Dat is het deel dat in de blaas zit. Hierin zit water. Hierdoor kan de katheter niet uit de blaas glijden en blijft het goed zitten.
  • Katheter zonder ballon met een krul aan de binnenkant: deze katheter zit met hechtingen vast aan de buik. Hierdoor blijft het goed zitten. Dit is een vaak een tijdelijke katheter die korter blijft zitten.

Eerste gesprek

De uroloog bespreekt met je waarom je de buikkatheter nodig hebt en hoe dat zal gaan.

De behandeling stap voor stap

  1. Volwassenen

    Je krijgt een afspraakbrief en informatie van ons. Hierin staat hoe je je op de behandeling of operatie voorbereidt.

    Kinderen

    Je krijgt een afspraakbrief en informatie van ons. Daarin staat hoe je je op de behandeling voorbereidt. Je leest bijvoorbeeld vanaf welke tijd je niet meer mag eten en drinken.

    Kinderen gaan tijdens deze behandeling altijd onder narcose. Je slaapt dan tijdens de operatie en merkt er niks van. Voor de operatie heb je daarom een afspraak met de anesthesioloog, de slaapdokter. In de afspraakbrief staat wanneer dat is. De anesthesioloog stelt vragen over je gezondheid en of je medicijnen gebruikt. En bespreekt met je of we de narcose geven via een infuus of een kapje.

  2. In de afspraakbrief staat waar je je moet melden. Meestal is dit op het Interventiecentrum Urologie, of bij de operatiekamer.

    Kun je niet komen? Bel ons dan zo snel mogelijk. Het telefoonnummer staat hieronder en in de brief.

  3. Volwassenen

    Je gaat op de behandeltafel liggen zonder onderkleding. Als de blaas nog leeg is, vullen we die (als dat mogelijk is) eerst via een slangetje door de plasbuis. Je krijgt een prik met een verdovende vloeistof op de plek waar de katheter moet komen. De arts maakt een snee van ongeveer 1 centimeter, net boven het schaambeen. Via de snee prikken we met een holle naald in de blaas. Het duwen op de blaas kan vervelend voelen. Via de holle naald brengen we de katheter in de blaas.

    Ballonnetje

    Als het katheter goed zit, blazen we het ballonnetje in de blaas op. Zo blijft de katheter vastzitten. We sluiten ook de opvangzak aan. De druk in de blaas is dan snel weg, omdat het water uit de blaas kan lopen. Vervolgens wordt de katheter die door de plasbuis loopt, verwijderd. De buikkatheter zit nu op zijn plaats.

    Hechtingen

    Bij buikkatheters zonder ballon maken we de katheter vast met hechtingen aan de buik. Hierdoor blijft het goed vastzitten.

    Kinderen

    De verpleegkundige brengt je naar de operatiekamer. 1 van je ouders/verzorgers mag met je mee. Je krijgt een operatiehemd aan. Je ouder/verzorger krijgt ook speciale kleding aan, zoals een overall, slofjes en een muts.

    Je krijgt een verdoving (narcose). Je hebt van te voren met de slaapdokter afgesproken of je de narcose-slaap krijgt via een prik of via een kapje. Toverpleisters zorgen dat je de narcose-prik niet voelt. Als je slaapt, gaat de arts aan het werk. De katheter brengen we in het lichaam via een sneetje van 0.5 centimeter tussen het schaambeen en de navel. De arts zorg ervoor dat de katheter goed blijft zitten door een klein ballonnetje op te blazen in je blaas. Het ballonnetje zit vast aan het slangetje. Het slangetje maken we vast met hechtingen in je buik. Soms krijg je een buikkatheter zonder ballon. De arts bepaalt wat het beste voor jou is.

  4. Volwassenen

    Nadat de buikkatheter is geplaatst mag je naar huis. Of terug naar de verpleegafdeling, als je al in het ziekenhuis lag.

    Kinderen

    Je wordt na de operatie wakker op de uitslaapkamer. Je ouder of verzorger is dan bij je. Als je alleen een buikkatheter krijgt dan mag je meestal dezelfde dag nog naar huis. Als je een buikkatheter krijgt vanwege een operatie dan blijf je meestal een paar nachtjes in het ziekenhuis slapen.

    De verpleegkundige meldt je aan bij een hulpmiddelenbedrijf dat alle materialen voor de verzorging van de buikkatheter thuis levert. Ook legt zij uit hoe je de materialen kunt nabestellen.

  5. De uroloog bespreekt wanneer je weer op controle komt bij de polikliniek.

    Als de katheter langer dan 6 weken moet blijven zitten, bespreekt de uroloog of deze gewisseld moet worden. En wanneer dat zal zijn.

  • De urine is soms de eerste paar dagen wat bloederig. Of er zitten bloedstolseltjes is. Dit is normaal en komt door het inbrengen van de katheter. Het is goed om extra veel water te drinken. Als de urine er na een week nog erg rood uitziet, bel dan je huisarts.

    Wanneer bellen?

    Bel ons als:

    • de hechting van de katheter loslaat. Als dit gebeurt, plak de katheter tijdelijk vast met pleisters op je buik en bel ons direct.
    • de katheter er uit valt. Als dit gebeurt, plak een steriel gaasje op de opening in je buik. En bel ons direct. Binnen 1 uur kunnen we vrij makkelijk een nieuwe katheter plaatsen. Hierna is dit moeilijker.
    • er roodheid of pus bij de ingang van de katheter in de buik zit. Een ontstekingsreactie op de katheter komt regelmatig voor. Als de ontsteking te groot wordt kan een behandeling nodig zijn.
    • de katheter verstopt is, en zelf doorspoelen niet lukt.
    • je last hebt van blaaskrampen, en de medicijnen hiertegen niet genoeg helpen. Bij blaaskrampen kun je het gevoel hebben dat je steeds moet plassen. Ook kan je jeuk hebben rond de anus, of pijn bij de penis of vagina. Vaak geven we bij een buikkatheter voor de zekerheid medicijnen tegen blaaskrampen. Soms mag je deze medicijnen extra innemen. Als de krampen niet overgaan, kun je ons bellen.

    Bel op werkdagen tussen 8.00 en 16.30 uur naar polikliniek Urologie, telefoonnummer (050) 361 21 67. Bel buiten deze tijden naar het algemene nummer (050) 361 61 61 en vraag naar de uroloog die dienst heeft.

Bijwerkingen en complicaties

De urine is soms de eerste paar dagen wat bloederig. Of er zitten bloedstolseltjes is. Dit is normaal en komt door het inbrengen van de katheter. Het is goed om extra veel water te drinken. Als de urine er na een week nog erg rood uitziet, bel dan je huisarts.

Wanneer bellen?

Bel ons als:

  • de hechting van de katheter loslaat. Als dit gebeurt, plak de katheter tijdelijk vast met pleisters op je buik en bel ons direct.
  • de katheter er uit valt. Als dit gebeurt, plak een steriel gaasje op de opening in je buik. En bel ons direct. Binnen 1 uur kunnen we vrij makkelijk een nieuwe katheter plaatsen. Hierna is dit moeilijker.
  • er roodheid of pus bij de ingang van de katheter in de buik zit. Een ontstekingsreactie op de katheter komt regelmatig voor. Als de ontsteking te groot wordt kan een behandeling nodig zijn.
  • de katheter verstopt is, en zelf doorspoelen niet lukt.
  • je last hebt van blaaskrampen, en de medicijnen hiertegen niet genoeg helpen. Bij blaaskrampen kun je het gevoel hebben dat je steeds moet plassen. Ook kan je jeuk hebben rond de anus, of pijn bij de penis of vagina. Vaak geven we bij een buikkatheter voor de zekerheid medicijnen tegen blaaskrampen. Soms mag je deze medicijnen extra innemen. Als de krampen niet overgaan, kun je ons bellen.

Bel op werkdagen tussen 8.00 en 16.30 uur naar polikliniek Urologie, telefoonnummer (050) 361 21 67. Bel buiten deze tijden naar het algemene nummer (050) 361 61 61 en vraag naar de uroloog die dienst heeft.

Tips voor thuis

Het is belangrijk dat de urine goed door de katheter naar het opvangzakje kan lopen. Zorg er daarom voor dat:

  • de katheter niet gedraaid of geknikt zit. En ook de slang naar het opvangzakje niet.
  • het opvangzakje altijd lager hangt dan de blaas. Bij het lopen, zitten en liggen. Dit betekent dat het zakje altijd naar beneden moet hangen, en bijvoorbeeld niet op je been moet liggen als je zit of ligt. Als je gaat slapen, kun je het zakje: ophangen aan het bed met een ophangbeugel, langs het bed laten hangen of op een krukje leggen dat lager is dan je matras.

Leefregels katheter

  • zorg dat je genoeg drinkt. Dan raakt de buikkatheter minder gauw verstopt.

Blaasspoelen

Soms moet je blaas worden gespoeld, via de katheter. Hoe vaak dit moet spreekt de arts of verpleegkundige met je af. Als het nodig is kan thuiszorg hierbij helpen.

Activiteiten met een buikkatheter

Met een buikkatheter kun je alles doen wat je gewend was. De arts of verpleegkundige kunnen tips geven over activiteiten. Heb je hierover nog vragen, bespreek ze dan met de arts of verpleegkundige of met je huisarts.

Problemen met het buikkatheter

Het kan gebeuren dat er urine langs de katheter loopt. Dit is niet altijd een probleem. Hieronder staan een aantal oorzaken en oplossingen:

  • de katheter is geknikt. Dit is niet erg. Je kan hem zelf weer recht maken.
  • de slang tussen de katheter en de opvangzak ligt dubbel of is geknikt. Dit is niet erg. Je kan deze ook zelf weer recht leggen.
  • als je perst bij het poepen, loopt er soms een beetje urine langs de katheter door het persen. Dit is niet erg.
  • de katheter is verstopt. Spoel de katheter dan eerst door. Bel naar het ziekenhuis als de katheter verstopt blijft.

Heb je nog vragen?

Je kunt polikliniek Urologie bellen van maandag tot en met vrijdag tussen 8.00 en 16.30 uur.

Heeft deze informatie je geholpen?