• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Bacteriën en virussen

Print 

​​W​at zijn bacteriën?

Bacteriën zijn microscopisch kleine organismen. We kunnen ze niet zien, maar ze zijn overal om ons heen. En ook wijzelf dragen miljoenen bacteriën met ons mee. Er zitten bijvoorbeeld bacteriën in onze darmen, onze maag en onze mond. Ook op onze huid leven duizenden bacteriën. Normaal gesproken merken we daar niets van. De meeste bacteriën hebben zelfs een nuttige functie. Darm¬bacteriën bijvoorbeeld helpen bij het verteren van ons voedsel, en huidbacteriën houden onze huid in goede conditie.

Bacteriën verspreiden zich gemakkelijk van de ene mens naar de andere. Iedere keer als we bijvoorbeeld iemand een hand geven, wisselen we bacteriën uit met die ander! Maar ook vanuit onze omgeving kunnen we gemakkelijk bacteriën oppikken, bijvoorbeeld via voorwerpen. Wie een deurknop aanraakt, komt in contact met bacteriën. Dat is heel gewoon en levert meestal ook geen problemen op.

We kunnen last krijgen van bacteriën als ze op plaatsen komen waar ze niet thuishoren. Zoals in de bloedbaan, in de blaas of in een wond. Daar kunnen ze een infectie veroorzaken: we spreken dan bijvoorbeeld van een bloedvergiftiging, een blaasontsteking of een wondinfectie. Soms kunnen mensen erg ziek worden van een infectie, vooral als ze heel weinig weerstand hebben. 

De beste manier om te voorkomen dat bacteriën zich verspreiden is het wassen van de handen met water en zeep of handalcohol. 

Wat zijn virussen?

Virussen zijn kleiner dan bacteriën. We kennen ze voornamelijk van de griep en verkoudheid. Maar ook buikgriep of een koortslip worden veroorzaakt door een virus. 

In een gastheer (zoals de mens) kunnen virussen zich snel vermeerderen. Als je besmet bent geraakt met een virus heb je dan ook binnen enkele dagen klachten. Door kleine druppeltjes bij hoesten of niezen of door contact met oppervlakten (bijvoorbeeld de handen) waar het virus op zit kun je besmet raken.

​Het is heel belangrijk te niezen of te hoesten in de mouw van de kleding of in een wegwerpzakdoekje. Was daarna altijd de handen. Dit is ook belangrijk na toiletbezoek of na contact met blaasjes bij bijvoorbeeld een koortslip of waterpokken.​

Resistente (voor antibiotica ongevoelige) bacteriën

Resistente bacteriën zijn niet gevoelig voor antibiotica en komen vooral in ziekenhuizen voor. Dat komt doordat juist in ziekenhuizen veel antibiotica worden voorgeschreven.

Vooral in sommige buitenlandse ziekenhuizen liggen vaak patiënten met resistente bacteriën. In Nederland komen resistente bacteriën ook voor bij dieren in de veehouderij. Onder andere bij varkens, vleeskalveren en pluimvee.

Resistente bacteriën geven bijna nooit klachten. Net zoals gewone, gevoelige bacteriën. We merken hun aanwezigheid alleen als ze een infectie veroorzaken. Maar ongemerkt kunnen resistente bacteriën zich wel verspreiden en op die manier bij iemand anders terecht komen. Als die ander extra kwetsbaar is of een hele lage weerstand heeft, wordt hij of zij misschien wél ziek van zo’n resistente bacterie. 

De meeste resistente bacteriën verdwijnen na verloop van tijd vanzelf weer uit het lichaam, ook zonder behandeling. Hoe lang dat duurt, verschilt per persoon. Bij resistente bacteriën die géén klachten veroorzaken wordt er dan ook geen behandeling met antibiotica gestart. De enige uitzondering hierop is MRSA.

Bij sommige patiënten die een resistente bacterie bij zich dragen nemen we in het UMCG extra maatregelen om verspreiding van deze bacterie te voorkomen. Deze extra maatregelen noemen we isolatieverp​leging.

Griep (Influenza)

Griep is een besmettelijk virus dat wordt veroorzaakt door het Influenzavirus. Griep komt voornamelijk voor in de winterperiode. De symptomen van het griepvirus zijn onder andere verkoudheid, hoofdpijn, spierpijn en koorts. Voor kwetsbare patiënten in een ziekenhuis kan de griep extra gevaarlijk zijn.

Daarom willen we in het UMCG voorkomen dat het griepvirus zich kan verspreiden onder patiënten en medewerkers. Eén van de maatregelen bij patiënten met het griepvirus is isolatieverpleging. Daarnaast wordt de griepprik ieder jaar aangeboden aan de medewerkers van het UMCG.

Voor meer informatie over het griepvirus, bezoek de website van het RIVM. Mocht u als bezoeker griep(klachten) hebben, dan zijn er richtlijnen wanneer u niet op bezoek kan komen.

MRSA

MRSA is de afkorting van Meticilline Resistente Staphylococcus Aureus. De MRSA bacterie is een huidbacterie die ongevoelig (resistent) is voor bepaalde antibiotica, waaronder het antibioticum Meticilline.

Risicofactoren voor het krijgen de MRSA bacterie zijn onder andere een opname in een buitenlands ziekenhuis of bedrijfsmatig contact met varkens, vleeskalveren en vleeskuikens. 

De MRSA bacterie geeft bijna nooit klachten en vormt in de thuissituatie geen risico voor andere mensen. We merken de aanwezigheid van de MRSA-bacterie alleen als een infectie ontstaat. Voor kwetsbare patiënten in een ziekenhuis kan de MRSA bacterie extra gevaarlijk zijn, omdat deze moeilijk te behandelen is. Daarom willen we in het UMCG voorkomen dat de MRSA bacterie zich kan verspreiden onder patiënten en medewerkers. Eén van de maatregelen bij patiënten met de MRSA bacterie is isolatieverpleging.

In Nederland geldt een actief beleid om MRSA op te sporen, verspreiding te voorkomen en zo nodig te behandelen. Bij een bezoek aan de MRSA-polikliniek van het UMCG wordt besloten of een behandeling zinvol is. Zo kunnen we Nederland zoveel mogelijk MRSA vrij houden.

Meer informatie over MRSA vindt u op de website MRSA-net.

Volg ons op sociale mediaFacebook Volg ons op LinkedIn Twitter Youtube Instagram