•  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Clinodactylie

Print 

​​Clinodactylie is een aandoening in één of meerdere vingers, waarbij sprake is van een zijwaartse verkromming. Het is een aangeboren aandoening aan één of meerdere vingers, waarbij de vinger in scheefstand staat, meestal in het bovenste kootje. Clinodactylie komt het vaakst voor in de pink, maar soms ook in andere vingers of de duim. Vaak zijn beide handen aangedaan. Bij Clinodactylie is meestal sprake van vervorming van het middelste kootje van de vinger, waardoor het topje van de vinger scheef staat. Deze scheefstand is meestal meer een cosmetisch probleem dan een functioneel probleem, maar een forse scheefstand kan lastig zijn.

Deze aandoening is meestal al aanwezig bij de geboorte. Op jonge leeftijd is de groei van de scheefstand nog wel enigszins te beïnvloeden met spalktherapie.

Behandeling

Conservatief (zonder operatie)

Meestal wordt gestart met spalkbehandeling. Hiermee kan al op jonge leeftijd (baby of peuter) worden begonnen. Bij de handtherapie wordt een spalkje voor de aangedane vingers aangemeten om de vingers te corrigeren, welke ’s nachts wordt gedragen. Daarnaast wordt er advies gegeven om de vingers te oefenen.
De spalk wordt langdurig gedragen (minimaal 6 maanden) en regelmatig gecontroleerd door de handtherapeut. Als de vinger weer (bijna) recht staat, wordt er nog wel enkele maanden doorgegaan met de spalkbehandeling om terugval tegen te gaan. Als de situatie langere tijd stabiel is, dan kan de spalkbehandeling worden afgebouwd.

Operatief

Als de spalkbehandeling weinig tot geen effect heeft, dan kan eventueel een operatie worden overwogen. Een operatie wordt meestal alleen uitgevoerd als er sprake is van een forse scheefstand, die hinderlijk is of het uiterlijk van de hand erg beïnvloedt. De operatie die dan meestal wordt uitgevoerd is een corrigerende osteotomie. Andere opties zouden kunnen zijn: een capsulotomie of een artrodese.​

Volg ons op sociale mediaFacebook LinkedIn Twitter Youtube Instagram