• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Gehooronderzoeken

Print 

Hieronder vindt u uitleg over de gehooronderzoeken die binnen het Audiologisch Centrum het vaakst worden uitgevoerd. Er staat beschreven wat de onderzoeken betekenen, hoe ze uitgevoerd worden en hoe veel tijd dit gemiddeld in beslag neemt.

Toondrempelaudiometrie

Dit is een onderzoek om de gevoeligheid van het oor voor verschillende toonhoogtes te meten. De patiënt krijgt verschillende tonen (piepjes) te horen van verschillende luidheid. Vaak worden de geluiden aangeboden via een koptelefoon of via een trilblokje achter het oor. De patiënt wordt gevraagd aan te geven wanneer hij/zij een toon hoort. Op deze manier wordt de grens (=drempel) bepaald wanneer de patiënt de piepjes niet hoort en wanneer deze net gehoord worden.
Dit onderzoek duurt meestal 20 minuten.

Spelaudiometrie

In principe is dit onderzoek het zelfde als de toondrempelaudiometrie. Bij jonge kinderen wordt deze test aangeboden in de vorm van een spel. Bijvoorbeeld: er mag een ring om een stok worden gedaan zodra een geluid wordt gehoord.
Dit onderzoek duurt meestal 30 minuten.

Observatie-audiometrie

Bij zeer jonge kinderen die nog geen spelaudiometrie kunnen uitvoeren wordt observatie-audiometrie uitgevoerd. Er wordt geluid aangeboden en de onderzoeker kijkt of hij/zij een reactie op dit geluid ziet. Vaak wordt dit gedaan in combinatie met een visuele beloning: het kind krijgt iets te zien zodra er geluid wordt gehoord. De hoofddraai van het kind in de richting van de visuele beloning is in dat geval de reactie waar door de onderzoeker op wordt gelet.
Dit onderzoek duurt meestal 30 minuten.

Spraakaudiometrie

Dit is een onderzoek om te kunnen bepalen wat iemand verstaat. Er is een verschil tussen het horen van geluid en het ook kunnen verstaan van woorden. De patiënt krijgt woorden te horen van verschillende luidheid. Meestal worden de woorden aangeboden via een koptelefoon. Aan de patiënt wordt gevraagd om de woorden zo goed mogelijk na te zeggen.
Dit onderzoek duurt meestal 20 minuten.

Tympanometrie

Dit is een onderzoek om de beweeglijkheid van het trommelvlies (= membrana tympani) te bepalen. Hierbij komt er een dopje in het oor van de patiënt. Dit dopje moet de gehoorgang goed afsluiten zodat een klein drukverschil, vergelijkbaar met wat je kunt voelen in een vliegtuig of hoog in de bergen, kan worden opgebouwd. Er wordt dan bepaald hoe het trommelvlies heen en weer kan bewegen. Dit onderzoek geeft informatie over hoe goed geluid door het trommelvlies wordt doorgegeven aan het middenoor.
Dit onderzoek duurt meestal 5 minuten.

Stapediusreflex-meting

Met dit onderzoek kan de reflexmatige samentrekking op hard geluid van de musculus stapedius (= spiertje in het middenoor) worden gemeten. De patiënt krijgt een dopje in het oor. Er worden korte, harde geluiden aangeboden. Er wordt vervolgens gemeten of dit wel of geen samentrekking van de musculus stapedius (= stapediusreflex) veroorzaakt.
Dit onderzoek duurt meestal 10 minuten.

Oto Akoestische Emissie (OAE) meting

Een normaal functionerend oor vangt niet alleen geluiden op, maar produceert ook hele zachte geluiden, zogenaamde oto-akostische emissies. Met een OAE-onderzoek wordt m.b.v. een klein dopje in het oor geprobeerd om deze emissies op te meten. Wanneer het lukt om de oto-akoestische emissies te meten dan werken het middenoor en het slakkenhuis waarschijnlijk goed. Wanneer dit niet lukt dan is er mogelijk sprake van gehoorverlies. Aanvullend onderzoek is in dat geval nodig om na te gaan of er inderdaad sprake is van gehoorverlies en hoe groot dit eventuele gehoorverlies is.
Dit onderzoek duurt meestal 10 minuten.

Hersenstamonderzoek (ABR of BER (Auditory Brainstem Response/Brainstem Evoked Response) en ASSR (Auditory Steady State Response))

Geluid dat wordt opgevangen door het oor wordt omgezet in elektrische signaaltjes die, via de gehoorzenuw, aan de hersenen worden doorgegeven. Deze signaaltjes kunnen, op hersenstamniveau, worden gemeten met behulp van elektrodes die achter de oren en op het hoofd worden geplakt. Voor deze meting hoeft de patiënt niet actief aan te geven of hij of zij iets hoort. Om deze reden wordt deze meting o.a. toegepast bij patiënten bij wie een gehoormeting waarbij de patiënt moet reageren op geluid geen duidelijk beeld geeft (bv. bij baby’s, zeer jonge kinderen of mensen met een verstandelijke beperking). Ook wordt de test gebruikt voor het beoordelen van de kwaliteit van het geluidssignaal op hersenstamniveau (bv. bij patiënten bij wie het spraakverstaan veel slechter is dan verwacht op grond van toondrempelaudiometrie).
Om dit onderzoek uit te voeren moet de patiënt stil zitten of liggen. Daarom wordt er soms voor gekozen om dit onderzoek uit te voeren onder narcose.

IG-meting (Insertion Gain) meting

Met dit onderzoek wordt gemeten hoe groot de versterking is die het hoortoestel in de gehoorgang (vlakbij het trommelvlies) levert. Hierbij krijgt de patiënt eerst een heel dun slangetje in het oor. Er wordt geluid aangeboden en gemeten wordt hoe dit geluid aankomt bij het trommelvlies. Dan komt het hoorapparaat bij het slangetje in het oor. Er wordt weer geluid aangeboden zodat gemeten kan worden hoe geluid aankomt bij het trommelvlies wanneer het hoortoestel dit geluid versterkt. Dit kan dan worden vergeleken met de doelversterking die is berekend op de eerder uitgevoerde hoortest (audiogram).

Evenwichtsonderzoek

Als u last heeft van evenwichtsproblemen dan kan uw huisarts u verwijzen naar de KNO-arts. Wanneer de oorzaak van uw evenwichtsklachten onduidelijk is, kan de KNO-arts een evenwichtsonderzoek laten uitvoeren. Bij dit onderzoek wordt het functioneren van uw evenwichtsorganen bestudeerd door te bemeten hoe uw ogen bewegen tijdens prikkeling van uw evenwichtsorganen.

Onderaan deze pagina kunt u de brochure Evenwichtsonderzoek downloaden.

Volg ons op sociale mediaFacebook LinkedIn Twitter Youtube Instagram