Hoe de verpleegkundigen van Chirurgische Oncologie goed voor je zorgen

Als je geopereerd moet worden omdat je kanker hebt, is dat een ingrijpende gebeurtenis. Gelukkig zorgen de verpleegkundigen van de afdeling Chirurgische Oncologie goed voor je. Ze doen er alles aan om je opname zo goed en prettig mogelijk te laten verlopen.

Om je goed voor te bereiden op de operatie en opname, heb je al op de polikliniek een uitgebreid gesprek met een verpleegkundige. ‘We stellen je dan allerlei vragen’, vertelt verpleegkundige Linde Olsder. ‘Bijvoorbeeld over je conditie. Is die niet zo goed, dan geven we tips voor het verbeteren daarvan. Ook leggen we uit waarom een goede conditie belangrijk is. Een operatie kun je vergelijken met het lopen van een marathon. Hoe beter je conditie, hoe sneller je herstelt.'

Wat je kunt verwachten

Als je op het spreekuur komt, heeft de chirurg al uitgelegd hoe de operatie zal gaan. De verpleegkundige vertelt wat je kunt verwachten in de periode daarna. ‘Krijg je bijvoorbeeld een grote buikoperatie, dan vertellen we dat je daarna misselijk bent en sondevoeding krijgt’, zegt verpleegkundige Jet van de Wiel. 

‘Het kan natuurlijk voorkomen dat je tijdens of na de operatie complicaties krijgt en de opname daardoor anders verloopt, zegt Linde. ‘Sommige patiënten willen daar alles over weten en andere liever niet. Die vinden het al spannend genoeg. Met zulke verschillen houden we natuurlijk rekening. We willen niet dat patiënten extra stress krijgen.' 

Spannend

Ben je heel gespannen, dan bespreekt de verpleegkundige met je wat daaraan te doen is. ‘Alleen erover praten helpt soms al’, zegt Linde.’ En is er meer nodig, dan kun je hulp krijgen van een maatschappelijk werker of psycholoog. In bijzondere gevallen kunnen we ook bekijken of er iemand bij je kan blijven slapen op de verpleegafdeling of buiten de bezoekuren kan langskomen. We kunnen niet beloven of dat mogelijk is, dat hangt van de situatie op de verpleegafdeling af. Maar we doen ons best.’

Thuiszorg nodig?

Tijdens het spreekuur op de polikliniek bespreekt de verpleegkundige ook met je welke zorg je na de opname nodig hebt. Jet: ‘Is er iemand thuis die je kan helpen? Die boodschappen kan doen? Als we denken dat je thuiszorg nodig hebt dan schakelen we een speciale verpleegkundige in die dat kan regelen: de transferverpleegkundige. Daar kun je dan alvast mee overleggen.’

(Op de foto verpleegkundige Linde Olsder, op de foto boven aan de pagina zie je Jet en Esther)

Net als thuis

Als je na de operatie op verpleegafdeling komt, dan houden de verpleegkundigen zo veel mogelijk rekening met je gewoontes. ‘Sta je thuis altijd laat op? Dan proberen we niet om 8.00 uur ’s morgens al naast je bed te staan om je te kijken of je eruit kunt komen en wat kunt bewegen’, noemt Jet als voorbeeld. ‘Ook hebben we met familie van een patiënt wel eens geregeld dat hier een sta-op stoel kwam. Zo kon de patiënt net als thuis zitten en zelf uit de stoel komen.’ 

Voorbereiden op de medische visite

Als je op de verpleegafdeling ligt dan komt de zaalarts kijken hoe het met je gaat. Dat heet de medische visite. ‘Vaak zijn er dan ook coassistenten en leerling-verpleegkundigen bij. Soms staan er wel 5 of 6 mensen naast je bed. Voor patiënten kan dat best spannend zijn’, zegt verpleegkundige Esther Feitsma. ‘Patiënten bereiden we altijd goed voor op de visite. We vertellen bijvoorbeeld dat de artsen en verpleegkundigen eerst samen over je gaan praten, en dat je daarna zelf dingen kunt vertellen en vragen.’

Tijdens de medische visite wordt ook besproken wanneer je waarschijnlijk naar huis kunt. ‘Dan kun je je daar op voorbereiden en heb je iets om naartoe te werken’, zegt Jet. ‘We zien vaak dat patiënten dan meer hun best doen om bijvoorbeeld goed te eten of te leren hoe ze hun stoma moeten verzorgen.’

Aandacht voor familie

De verpleegkundigen hebben ook aandacht voor de familie van patiënten. Tijdens het bezoekuur vragen ze bijvoorbeeld aan de familieleden hoe het met ze gaat. Heeft de familie veel vragen, dan regelen ze een gesprek met de arts. ‘We vinden het ook leuk om de partner of kinderen van een patiënt te zien’, vertelt Esther. ‘Vaak heeft een patiënt ons van alles over ze verteld.’ ‘En ligt iemand hier lang of heeft een patiënt slecht nieuws gekregen, dan kijken we of de partner bij de patiënt op de kamer kan blijven slapen. We regelen dan een speciaal bed dat we aan het bed van de patiënt vastmaken.’

De verpleegkundigen kijken ook hoe ze de mantelzorger zo goed mogelijk bij alles kunnen betrekken. Zo is er op de verpleegafdeling een project waarbij de mantelzorger 5 dagen bij de patiënt logeert. Jet: ‘Dan is patiënt nooit alleen en weet de mantelzorger beter hoe de patiënt straks thuis verzorgd moet worden. Dan is het minder spannend als je weer naar huis gaat, en is er misschien minder thuiszorg nodig.’

Foto’s of een instructiefilmpje

Kun je naar huis en heb je thuiszorg nodig, dan regelt de transferverpleegkundige dat. Heb je bijzondere thuiszorg nodig omdat je bijvoorbeeld een complexe wond hebt? Dan maken de verpleegkundigen foto’s of een instructiefilmpje voor de verpleegkundige van de thuiszorg. ‘Wat ook wel gebeurt is dat de verpleegkundige van de thuiszorg hier komt. Dat is voor de patiënt ook fijn’, zegt Esther. ‘Die ziet dan dat die verpleegkundige goede uitleg krijgt, dat geeft vertrouwen.’

Hoe vond je het?

Voor je naar huis gaat heb je een gesprek met een verpleegkundige en de zaalarts. De zaalarts vertelt nog even kort over je operatie en hoe de zorg nu verder gaat. Ook krijg je uitgelegd wat je thuis wel en niet mag doen. Je krijgt een lijstje waarop je kunt zien wie je waarvoor kunt bellen. ‘En 2 of 3 dagen na je opname bellen we je op om te vragen hoe het met je gaat en of alles duidelijk is’, vertelt Jet. ‘We vragen ook hoe je het vond op de verpleegafdeling. Vaak zijn patiënten heel tevreden, maar soms is er iets dat iemand liever anders had gezien. Dan bespreken we wat we daaraan kunnen doen.’