Bacteriën en virussen

Virussen zijn microscopisch kleine organismen. We kennen ze vooral van de griep en verkoudheid. Maar ook buikgriep of een koortslip ontstaan door een virus. Bacteriën zijn ook microscopisch kleine organismen, maar zijn groter dan virussen. We kunnen ze niet zien, maar ze zijn overal om ons heen.

Wat zijn virussen?

Virussen microscopisch kleine organismen. We kennen ze vooral van de griep en verkoudheid. Maar ook buikgriep of een koortslip komen door een virus.

Je kunt besmet raken door kleine druppeltjes bij hoesten of niezen. Ook kun je besmet raken via je handen. Bijvoorbeeld door oppervlakten zoals een tafel of deurknoppen aan te raken waar het virus op zit. Als iemand besmet is, gaat het virus zich vermeerderen in het lichaam. Na een paar dagen krijg je klachten. Dit kan ook langer duren, dit verschilt per virus. De tijd tussen het krijgen van het virus en het krijgen van klachten heet 'incubatietijd'.

Besmetting voorkomen

Het is heel belangrijk te niezen of te hoesten in de mouw van de kleding of in een wegwerpzakdoekje. Was daarna altijd je handen. Doe dit ook na toiletbezoek. En als  je bij jezelf of bij een ander blaasjes hebt aangeraakt, zoals een koortslip of waterpokken. Zo voorkom je dat je jezelf of een ander besmet met een virus.

Soorten virussen

Er zijn verschillende soorten virussen:

  • Er zijn verschillende soorten virussen. Coronavirussen zijn daar één van. Ze heten zo omdat een krans om het virus zit. Corona is Latijn voor krans. De ziekte die het nieuwe coronavirus veroorzaakt heet 'coronavirus disease 2019' of  COVID-19.

    Hoe ziek je wordt van COVID-19 verschilt per persoon. Sommige mensen merken er weinig van, anderen worden juist heel erg ziek. Als iemand besmet wordt duurt het tussen de 2 en 12 dagen voor hij ziek wordt. Voor de zekerheid gaat het RIVM uit van maximaal 14 dagen. De klachten die bij de ziekte horen zijn:

    • verkoudheid
    • niezen
    • hoesten
    • keelpijn
    • moeilijk ademen
    • koorts
    • heel moe
    • hoofdpijn
    • spierpijn.

    Coronavirussen veroorzaakten deze eeuw al 2 keer eerder een epidemie: SARS in 2003 en MERS in 2014. Het UMCG spreekt daarom vaak over het nieuwe coronavirus. De officiële naam voor het virus is SARS-CoV-2, maar je hoort ook vaak COVID-19-virus of coronavirus.

    Hoe wij in het UMCG omgaan met corona staat op corona.umcg.nl

  • Griep is de bekendste ziekte die ontstaat door een virus: het influenzavirus. Influenza is de medische naam voor griep. Griep komt vooral voor in de winter. De symptomen van het griepvirus zijn onder andere:

    • verkoudheid
    • hoofdpijn
    • spierpijn
    • koorts

    Voor kwetsbare patiënten in een ziekenhuis kan de griep extra gevaarlijk zijn.

Isolatiekamers

Om te voorkomen dat een virus zich kan verspreiden onder patiënten en medewerkers, liggen (mogelijk) besmette patiënten in aparte kamers: de isolatiekamers. De zorgverleners trekken extra beschermende kleren aan, dragen mondkapjes en spatbrillen als dat nodig is. Deze vorm van verpleging heet isolatieverpleging.

  • Bacteriën zijn ook microscopisch kleine organismen, maar zijn groter dan virussen. We kunnen ze niet zien, maar ze zijn overal om ons heen. En ook wijzelf dragen miljoenen bacteriën met ons mee. Er zitten bijvoorbeeld bacteriën in onze darmen, onze maag en onze mond. Ook op onze huid leven duizenden bacteriën. Normaal gesproken merken we daar niets van. De meeste bacteriën zijn zelfs nuttig. Darmbacteriën bijvoorbeeld helpen bij het verteren van ons voedsel, en huidbacteriën houden onze huid in goede conditie.

    Bacteriën verspreiden zich makkelijk van de ene mens naar de andere. Iedere keer als we bijvoorbeeld iemand een hand geven, wisselen we bacteriën uit met die ander. En net als virussen pikken we bacteriën ook makkelijk op uit onze omgeving, bijvoorbeeld via voorwerpen. Wie een deurknop aanraakt, komt in contact met bacteriën. Dat is heel gewoon en levert meestal ook geen problemen op.

    Een bacterie-infectie

    We kunnen last krijgen van bacteriën als ze ergens komen waar ze niet thuishoren. Zoals in de bloedbaan, in de blaas of in een wond. Daar kunnen ze een infectie veroorzaken. Bijvoorbeeld een bloedvergiftiging, een blaasontsteking of een wondinfectie. Soms worden mensen erg ziek van een infectie, vooral als ze heel weinig weerstand hebben.

    Behandeling

    Een bacterie-infectie behandelen we met medicijnen, antibiotica. Er zijn verschillende soorten antibiotica. Maar niet alle soorten werken even goed tegen alle bacteriën.

    Verspreiding voorkomen

    De beste manier om te voorkomen dat bacteriën zich verspreiden,  is handen wassen met water en zeep of handalcohol.

Wat zijn bacteriën?

Bacteriën zijn ook microscopisch kleine organismen, maar zijn groter dan virussen. We kunnen ze niet zien, maar ze zijn overal om ons heen. En ook wijzelf dragen miljoenen bacteriën met ons mee. Er zitten bijvoorbeeld bacteriën in onze darmen, onze maag en onze mond. Ook op onze huid leven duizenden bacteriën. Normaal gesproken merken we daar niets van. De meeste bacteriën zijn zelfs nuttig. Darmbacteriën bijvoorbeeld helpen bij het verteren van ons voedsel, en huidbacteriën houden onze huid in goede conditie.

Bacteriën verspreiden zich makkelijk van de ene mens naar de andere. Iedere keer als we bijvoorbeeld iemand een hand geven, wisselen we bacteriën uit met die ander. En net als virussen pikken we bacteriën ook makkelijk op uit onze omgeving, bijvoorbeeld via voorwerpen. Wie een deurknop aanraakt, komt in contact met bacteriën. Dat is heel gewoon en levert meestal ook geen problemen op.

Een bacterie-infectie

We kunnen last krijgen van bacteriën als ze ergens komen waar ze niet thuishoren. Zoals in de bloedbaan, in de blaas of in een wond. Daar kunnen ze een infectie veroorzaken. Bijvoorbeeld een bloedvergiftiging, een blaasontsteking of een wondinfectie. Soms worden mensen erg ziek van een infectie, vooral als ze heel weinig weerstand hebben.

Behandeling

Een bacterie-infectie behandelen we met medicijnen, antibiotica. Er zijn verschillende soorten antibiotica. Maar niet alle soorten werken even goed tegen alle bacteriën.

Verspreiding voorkomen

De beste manier om te voorkomen dat bacteriën zich verspreiden,  is handen wassen met water en zeep of handalcohol.

  • Als een bepaalde bacterie niet gevoelig is voor de standaard antibiotica-soorten, noemen we het een “resistente bacterie”. Zo’n infectie is dan moeilijker te behandelen. Er zijn minder antibiotica-soorten die wél goed werken. Gelukkig krijg je lang niet altijd een infectie door een resistente bacterie.

    Hoe kom je aan een resistente bacterie?

    Een resistente bacterie komt vaak voor in ziekenhuizen. Juist omdat we daar antibiotica gebruiken. Als doen we dat wel veel minder in Nederlandse ziekenhuizen. Daarom hebben we er ook minder last van. Dat willen we graag zo houden. Vertel het daarom ook altijd aan je arts als je de afgelopen 12 maanden in een buitenlands ziekenhuis bent geweest.

    In de veehouderij waar ze varkens, kippen en koeien houden komen resistente bacteriën ook voor. Als je op zo'n bedrijf werkt, loop je meer kans om een resistentie bacterie te krijgen. Daarom moet je ook aan ons laten weten of je op zo'n bedrijf werkt of woont, voordat je naar je afspraak in het UMCG komt.

    Geen klachten, wel kans op verspreiding

    Net als gewone bacteriën geven resistente bacteriën bijna nooit klachten. We merken pas iets van ze als ze een infectie veroorzaken. Maar ze kunnen zich wel ongemerkt verspreiden en bij iemand anders terecht komen. Als die ander extra kwetsbaar is of een hele lage weerstand heeft, wordt hij of zij misschien wél ziek van zo’n resistente bacterie.

    Hoe raak je resistente bacteriën weer kwijt?

    De meeste resistente bacteriën verdwijnen vanzelf weer uit het lichaam, ook zonder behandeling. Hoe lang dat duurt, verschilt per persoon. Bij resistente bacteriën die géén klachten geven, geven we dan ook geen antibiotica. De enige uitzondering hierop is MRSA.

  • Een bekende bacterie die niet gevoelig is voor bepaalde antibiotica is MRSA. Dit is de afkorting van Meticilline Resistente Staphylococcus Aureus. De MRSA bacterie is een huidbacterie. U loopt vooral kans op deze bacterie tijdens een opname in een buitenlands ziekenhuis of als u werkt met varkens, vleeskalveren en vleeskuikens.
    De MRSA bacterie geeft bijna nooit klachten. Voor kwetsbare patiënten in een ziekenhuis kan de MRSA bacterie gevaarlijk zijn, omdat deze moeilijk te behandelen is. Daarom willen we voorkomen dat de MRSA bacterie zich verspreidt onder patiënten en medewerkers. Eén van de maatregelen bij patiënten met de MRSA bacterie is isolatieverpleging.

    In Nederland doen we veel moeite om MRSA op te sporen, verspreiding te voorkomen en zo nodig te behandelen. Het UMCG heeft daarom een MRSA-polikliniek. Daar besluiten we met u of een behandeling zinvol is. Zo houden we Nederland zoveel mogelijk vrij van MRSA.

Hygiëne en infecties in het ziekenhuis

Veel patiënten in het UMCG zijn extra kwetsbaar voor infecties. Voor sommige patiënten kan een infectie zelfs levensgevaarlijk zijn. Daarom is goede hygiëne in een ziekenhuis erg belangrijk.

 

Om te voorkomen dat bacteriën en virussen zich verspreiden, nemen we in het UMCG allerlei maatregelen. U kunt ons daarbij helpen door onderstaande adviezen op te volgen:

  • Was uw handen met handalcohol voordat u een verpleegafdeling of patiëntenkamer betreedt. Dit is bij de ingang van de verpleegafdeling en/of bij de ingang van de patiëntenkamer te vinden. Was opnieuw uw handen na afloop van het bezoek.
  • Was na toiletbezoek uw handen met water en zeep.
  • Hoest of nies in de mouw van uw kleding of in een wegwerpzakdoekje.