Jenny: ‘Vroeger woonde ik met mijn ouders aan de Oostersingel, tegenover het ziekenhuis. We hadden uitzicht op de grote verpleegzaal van chirurgie, als er een patiënt voor het raam stond zwaaide ik altijd even. Het leek me mooi om in het ziekenhuis te werken en daarom schreef ik me in bij personeelszaken. Al binnen een maand kon ik bij de verrichtingenadministratie komen werken. Daar typte je de nota's voor patiënten en verzekeraars.
Door de poort
Na tien jaar heb ik bij Opname gesolliciteerd want ik wilde graag met patiënten werken. Dat was in 1985, Opname zat toen in de serre van het Poortgebouw. Met een microfoon riepen we de patiënten op uit de wachtkamer. Als ze met ontslag gingen kwamen ze weer. Pas nadat ze eventuele telefoonkosten hadden afgerekend en hun ontslagbrief hadden ingeleverd konden ze door de poort naar buiten.
Sinds 1995 heb ik gewerkt bij alle recepties. Van ingang 11 tot aan de centrale hal, de mooiste werkplek van het ziekenhuis. De laatste jaren heb ik ook de helpdesk ‘mijn UMCG’ gedaan. De gevarieerde werkplekken en leuke contact met collega’s geven mij zo veel werkplezier. En er komt hier van alles voorbij. Laatst kwam er een man binnen met een theedoek om zijn hand. Hij wilde die doek van zijn hand afhalen, om te laten zien dat zijn duim er echt bijna af was. Toen heb ik snel 'ho!' geroepen en hem snel doorverwezen naar de Spoedeisende Hulp.
Spanning doorbreken
Patiënten komen hier vaak gespannen. Ik help ze zoals ik zelf geholpen wil worden en soms probeer ik met wat humor de spanning te doorbreken. Vanwege parkeerkosten vraag ik altijd of iemand lang opgenomen moet worden en sommigen vertellen dan hun hele ziektegeschiedenis. De tranen schieten me wel eens in de ogen. Ik luister altijd met oprechte belangstelling en neem er de tijd voor ook al staat er een rij. En hoor ik dat een patiënt iets in het Gronings zegt, dan ga ik Gronings praten. Vaak kijken ze dan opgelucht en voelen ze zich meer thuis.
Door eerdere gebeurtenissen in het ziekenhuis zijn patiënten wel eens geïrriteerd of boos als ze hier komen. Ook dan laat ik ze hun verhaal doen. Heeft iemand een vraag die ik niet kan beantwoorden dan probeer ik altijd een naam en telefoonnummer te geven want ik wil niemand van het kasje naar de muur sturen. Iedereen probeer ik hier met een goed gevoel te laten weggaan.
Speciale band
Al zie ik patiënten maar even, met sommigen bouw je toch een band op. Zo is er een man die hier als jongetje van 4 aan de hand van zijn ouders binnenkwam, die ik zag veranderen in een puber en die nu getrouwd is en een kind heeft. En laatst kwam een vrouw dat hier al jaren kwam met haar man en dochter, me vertellen dat haar echtgenoot was overleden. Dat raakt me dan zo erg.
Waarom ik poseer bij het schilderij met de werkers? Dit schilderij is bijzonder voor me, want het wekt allemaal herinneringen bij me op. Mijn vader werkte als timmerman en zag er precies hetzelfde uit als de mannen in werkkleding op het schilderij. Telkens als ik erlangs loop, voelt het vertrouwd en doet het me denken aan mijn vader.’