Opgroeien in het UMCG
“Toen ik ongeveer twee jaar oud was verhuisde ik met mijn ouders naar Groningen, omdat mijn vader Chef van de Technische Dienst werd van het toenmalig Algemeen Provinciaal Stads- en Academisch Ziekenhuis (APSAZ). Vanwege de functie van mijn vader woonden we in een dienstwoning in het Poortgebouw aan de Oostersingel. Het gebouw staat er nog steeds, je herkent het aan de blauwe zonwering en de trapgevel. Buiten werktijd waren er weleens vergaderingen bij ons thuis met bijvoorbeeld de geneesheer directeur van het ziekenhuis. In die tijd was dat heel normaal, er heerste echt een familiebedrijf-achtige sfeer.
Mijn vader vond zijn werk in het APSAZ geweldig. Samen met zijn collega’s – instrumentmakers, timmermannen, metselaars, schilders, loodgieters, elektriciens, enzovoort – zorgde hij ervoor dat het ziekenhuis technisch 24/7 functioneerde. Als hij dan dienst had in het weekend mocht ik vaak met hem mee. Dat was heel indrukwekkend. Ik was toen een jaar of vijf, maar ik heb er nog veel herinneringen aan. Zoals de energiecentrale die de warmte voor het hele ziekenhuis regelde en waar de noodaggregaten stonden. De ambulances die met sirenes binnenkwamen. En de medewerkers van de technische dienst maar ook van het patiëntenvervoer die verzameld werden om in de winter de paadjes en wegen tussen de gebouwen sneeuwvrij te maken.”
Mijn eigen UMCG-pad
“Mijn vader overleed al op 55-jarige leeftijd. Door onze rondes samen en de passie die hij voor zijn werk had, raakte ik geïnspireerd en zo ben ik mijn eigen UMCG-pad gaan uitstippelen. In 1970 begon ik aan de studie Tandheelkunde aan de RUG. Na mijn afstuderen in 1976 werd mijn carrière binnen het UMCG door militaire dienst een jaar onderbroken. Dat was geen verloren jaar, ik bleef zelfs tot mijn pensioen reserve officier en leerde veel over samenwerken in teams en over leidinggeven. Daar heb ik in mijn (civiele) carrière ook veel profijt van gehad.
Op 24-jarige leeftijd (1977) kon ik, geïnspireerd door de colleges van prof. Boering, mijn opleiding bij Kaakchirurgie starten. Tijdens mijn opleiding waren prof. Panders en prof. Vermey voorbeelden waarom ik uiteindelijk koos voor Hoofd-Halsoncologie. Aan het eind van mijn opleiding werd ik gevraagd of ik geïnteresseerd was om de sectie oncologie binnen de afdeling Kaakchirurgie (nu Mondziekten, Kaak-en Aangezichtschirurgie) van het UMCG verder te ontwikkelen. Daar heb ik volmondig ja op gezegd.
Ik had goede leermeesters die me leerden oplettend te zijn wanneer ik een patiënt onderzocht, hoe ik met respect voor het lichaam en de weefsels kon opereren, hoe ik mij wetenschappelijk kon ontwikkelen en ook hoe ik bestuurlijk een bijdrage kon leveren. Door de goede begeleiding en hard werken promoveerde ik op mijn 32e. En negen jaar later, op mijn 41e , werd ik benoemd tot hoogleraar. Toen was de cirkel rond, mijn werk was een perfecte combinatie van het geven van complexe zorg, het doen van wetenschappelijk onderzoek, het geven van onderwijs en het dragen van bestuurlijke verantwoordelijkheid binnen het UMCG en landelijk.”
Vele ontwikkelingen meegemaakt
“Het werken in het UMCG ging in mijn begintijd heel anders. Er waren natuurlijk geen mobiele telefoons of computers. Als je aan het werk was kon je met de semafoon of een pieper, worden opgeroepen. Door de digitalisering is een enorme efficiëntieslag gemaakt. We werken nu makkelijk op afstand en er zijn grote databases met patiëntgegevens beschikbaar. Vroeger waren dit papieren statussen in kasten, waar eigenlijk te weinig ruimte voor was. Ik weet nog dat we in 1985 de eerste computer op de afdeling kregen. Ik vind het heel leuk en interessant om veel van dit soort ontwikkelingen meegemaakt te hebben in de 42 jaar dat ik hier in dienst ben geweest. Zo heb ik ook veel verbouwingen van het ziekenhuis meegemaakt. Toen ik begon was er nog sprake van paviljoenbouw. Iedere afdeling had een eigen gebouw en soms ook eigen OK’s en sterilisatieafdeling. Later werd dit allemaal gecentraliseerd. De Poortweg en de Fonteinstraat – die we nu kennen als ontmoetingsplek en evenementenlocatie – zou oorspronkelijk buitenlucht zijn. Tijdens de bouw werd besloten deze te overdekken, zodat medewerkers en bezoekers droog overkwamen en er minder onderhoud was. Voor mij betekende dat dat ik twee routes had: door de Poortweg en de Fonteinstraat als ik tijd had en een praatje kon maken of via een sluiproute als ik het druk had en geen mensen kon zien.”
Een nieuwe functie en een reis terug in de tijd
“Ik was ruim 66 toen ik met emeritaat (pensioen) ging, maar daarvoor al dacht ik na over een mogelijke nieuwe functie binnen de UMCG-muren. Ik moet een intellectuele uitdaging en structuur hebben in mijn leven. Daarbij wilde ik wel voorkomen om mijn opvolgers voor de voeten te lopen. Mijn promovendi heb ik nog wel gehouden, maar ik heb me verder afzijdig gehouden van de werkvloer, al volg ik alles nog met trots en belangstelling. Mijn opvolgers doen het geweldig!
Toen een voormalig vertrouwenspersoon mij wees op zijn functie die vrij zou komen, heb ik direct gesolliciteerd. Inmiddels ben ik al een aantal jaren vertrouwenspersoon voor arts-assistenten (al dan niet in opleiding), medische staf en voor iedereen die bij me wil komen. Ik help hen met verschillende problemen. We inventariseren samen wat er aan de hand is door een situatie te evalueren en vervolgens bereid ik hem of haar voor op een gesprek met bijvoorbeeld de professor of leidinggevende. Soms ga ik mee naar het gesprek. Dat werkt vaak prettig, want ze kennen mij en weten dat ik er geen belang bij heb. In 95% van de gevallen is dit succesvol!
Als vertrouwenspersoon heb ik veel te maken met Personeelszaken, en deze afdeling werkt tegenwoordig in het Poortgebouw, waar ik vroeger woonde. Even geleden liep ik daar na een lange tijd weer binnen en heb ik een rondje gemaakt. Ik herkende veel, het gaf me een nostalgisch gevoel. Een aantal rijen tegels en de bijzondere trap waren nog precies zoals vroeger. Bijzonder dat ik hier ben opgegroeid en dat het gelukkig nooit gesloopt is.”
Een goede toekomst voor het UMCG
“Ik vind het belangrijk dat we stilstaan bij de geschiedenis, waar we vandaan komen, en dat dat wordt vastgelegd. Voor mij is het UMCG nog altijd ‘mijn tent’, waar ik trots op ben, waar ik veel kansen heb gekregen en waar ik ook anderen zie bloeien. Er werken nog steeds veel mensen met passie en daarmee is een goede toekomst voor het UMCG verzekerd!”
Jan Roodenburg