Speelgoed als medicijn

Geneeskundestudenten Benedetta Broggi (26), Svea Nolte (25) en Aoife Clark-McGhee (25) kijken naar alles wat een mens gezond(er) kan maken. Zo ontwierpen ze een heus speelgoedproject om te voorkomen dat ondervoede kinderen een ontwikkelingsachterstand oplopen. Deze internationals passen dan ook goed bij de Groningse geneeskundestudie die een brede blik op gezondheidszorg omarmt.

Het is niet het eerste waar je aan denkt bij erg zieke, ondervoede kinderen. Dat je hun ouders gaat leren om speelgoed te maken van recylcebaar materiaal. Om daar samen met hun kinderen mee te gaan spelen. Maar toen Aoife, Benedetta en Svea in de richtlijn ‘ondervoeding’ van de WHO zagen dat spelen goed is voor je sociale, mentale en motorische ontwikkeling, bedachten ze een project dat past bij hun bachelorprogramma’s Global Health en Duurzame zorg.

Svea, Aoife en Benedetta

Groot probleem

‘Ondervoeding is een groot probleem in de wereld. 5 procent van alle kinderen sterft eraan’, vertelt Aoife. ‘Dat probleem gaan wij natuurlijk niet oplossen, wij willen vooral dat ondervoede kinderen zich blijven ontwikkelen.’ En dat is niet eenvoudig als je opgenomen bent in een ziekenhuis in een arm deel van Zuid-Afrika.

Sceptisch en hartelijk

De faculteit Medische Wetenschappen heeft al jaren een goede relatie met het General Justice Gizenga Mpanza-ziekenhuis in de arme provincie KwaZulu-Natal in Zuid-Afrika. Dat ziekenhuis zag het in 2018 zeker zitten dat Aoife, Benedetta en Svea hun speelgoedproject kwamen uitvoeren. 'We werden van harte ontvangen door de kinderartsen’, vertelt Aoife. De verpleegkundigen bleken aanvankelijk sceptischer. ‘Zij hadden hun ervaringen met stagiaires uit Europa die er stage liepen en weer weggingen.’

Plek voor de moeders

Ook de moeders en oma’s voor wie het project bedoeld was, waren niet een-twee-drie dolenthousiast. ‘We moesten ze echt overtuigen. Dat was een beetje een tegenvaller’, zegt Svea. ‘Moeders van heel zieke kinderen hebben natuurlijk veel zorgen. Daarom maakten we het voor hun ook leuk. Ze ontdekten dat het spelen niet alleen prettig is voor hun kinderen, maar dat ze zelf ook een plek kregen waar ze ervaringen konden delen met andere moeders. Na één workshop vroegen ze: ‘Wanneer is de volgende?’

Naar meer ziekenhuizen

De geneeskundestudenten ontwikkelden samen met de zorgprofessionals daar, een praktisch programma voor de zorgverleners en een voor de ouders en hun kinderen. Na hun vertrek ging het ziekenhuis ermee door. Dat was ook de bedoeling van de studenten: ze wilden iets opzetten dat van waarde blijft voor de ouders en kinderen. ‘Tijdens het videobellen dit jaar kregen we heel enthousiaste reacties en het hoofd Kindergeneeskunde van de andere ziekenhuizen in vertelde dat hij de workshops in alle ziekenhuizen wil toepassen.

COVID

En toen kwam COVID. De pandemie sloeg ook hard toe in dit deel van Zuid-Afrika. Juist daarom willen de studenten het programma dat ze hadden opgezet, verbeteren zodat alle ziekenhuizen in KwaZulu-Natal ermee kunnen gaan werken.

Meedoen zonder te hoeven lezen

‘Voor de zorgverleners is het belangrijk dat ze leren wat je stimuleert bij de kinderen als ze met speelgoed spelen en hoe ze ouders kunnen motiveren om mee te doen. Verder hebben we gemerkt dat de ouders niet zoveel met onze illustraties konden, maar wel met foto’s die duidelijk laten zien hoe je speelgoed maakt en wat je ermee kunt. Nu maken we een toolbox die je ook kunt begrijpen als je de taal niet kunt lezen. Zo is de toolbox overal in de wereld te gebruiken. Ook in Nederland.'

Crowdfunding

Aoife, Benedetta en Svea, inmiddels bijna zesdejaars studenten, zijn dus druk bezig het'speelprogramma’ voor zorgverleners en ouders en hun kinderen te verbeteren en uit te breiden. Dat doen ze met het geld dat ze ophalen via crowdfunding. Ze hopen dat de ziekenhuizen in KwaZulu-Natal binnenkort in kleine groepjes kunnen beginnen met workshops.