Rookgewoonten tijdens zwangerschap beïnvloeden longgezondheid kleinkinderen

Als een vrouw rookt tijdens haar zwangerschap, vergroot dit het risico dat haar latere kleinkinderen een slechtere longfunctie en astma krijgen. Dit blijkt uit onderzoek dat UMCG-onderzoekers hielden onder ruim 37.000 deelnemers. Zij publiceren hierover in het wetenschappelijke magazine Thorax. Het is voor het eerst dat het effect op de longfunctie is vastgesteld.

Roken van de moeder tijdens de zwangerschap verhoogt het risico op astma bij haar kind. Uit eerdere studies is in de wetenschappelijke literatuur al beschreven dat  dit effect van roken tijdens de zwangerschap niet alleen de foetus beïnvloedt, maar ook de voortplantingseieren van de vrouwelijke foetus. Deze worden uiteindelijk het kleinkind van de rokende vrouw. In deze studie gingen de onderzoekers dit effect na. Zij maakten hierbij gebruik van het LifeLines-cohort en analyseerden de gegevens van bijna 26.000 volwassenen en ruim 11.000 kinderen. Daarmee is het de grootste studie tot nu toe over het effect van roken door de grootmoeder tijdens de zwangerschap op de gezondheid van hun kleinkinderen. 


Hoger risico verminderde longfunctie

Uit het onderzoek blijkt voor het eerst dat roken tijdens de zwangerschap een verhoogd risico geeft op een verminderde longfunctie bij mannelijke kleinkinderen. Het is niet bekend waarom dit zich vooral bij jongens voordoet. Mogelijk is dit hormonaal te verklaren. Het kan ook zijn dat de mannelijke foetus sneller groeit in de baarmoeder en daardoor kwetsbaarder is voor een ongunstige omstandigheden. Ook bleek opnieuw dat roken tijdens de zwangerschap een duidelijke risicofactor is voor astma en voor astma bij kinderen vóór de leeftijd van 6 jaar. Deze studie maakt duidelijk dat de negatieve effecten van het roken van tabak kunnen doorwerken in de ademhalingsgezondheid van meerdere generaties. Het onderzoek laat bovendien zien dat deze effecten vooral bij mannelijke nakomelingen voorkomen.

 
Oma aan moederskant

Verder blijkt uit het onderzoek dat deze effecten zich voordoen als de grootmoeder aan moeders kant gerookt heeft tijdens de zwangerschap. In het onderzoek is ook gekeken of hetzelfde effect optreedt als de grootmoeder aan vaderskant rookte, maar dat had geen merkbare invloed. Waarschijnlijk heeft dit te maken met het feit dat bij een vrouw eicellen zich al ontwikkelen in de baarmoeder, terwijl bij mannen de zaadcellen pas ontwikkelen in de puberteit. Er is bij mannen daardoor geen directe blootstelling. 


Gevolgen in generaties door indirecte blootstelling aan rook

Deze effecten van roken zijn het gevolg is van een directe blootstelling, de zogeheten intergenerationele overerving. De onderzoekers willen nu ook generatie-onderzoek gaan doen naar de gevolgen van indirecte blootstelling, transgenerationele overerving. Eerste dierstudies naar dit fenomeen geven aan dat dit bestaat; het zou er op duiden de negatieve gevolgen van roken door de generaties heen mogelijk veel groter zijn dan tot nu toe is aangenomen.


Link naar de publicatie in Thorax: https://thorax.bmj.com/content/early/2021/02/04/thoraxjnl-2020-215232 
Eerder verscheen een artikel in KennisInZicht, het populair-wetenschappelijke magazine van het UMCG, over het DNA van de baby dat door het roken tijdens de zwangerschap verandert: https://kennisinzicht.umcg.nl/Paginas/Omas-sigaret-werkt-nog-lang-door-.aspx