• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Plasproblemen bij prostaatkanker

Print 

Als u prostaatkanker heeft kunt u plasproblemen krijgen. De klachten kunnen ontstaan door de tumorgroei of een gevolg zijn van de behandeling. Niet iedereen krijgt plasklachten.

Soorten klachten

  • moeilijk kunnen plassen (obstructie)
  • aandrangklachten (irritatie van de blaas)
  • niet droog zijn (incontinentie).

Deze problemen kunnen ernstige gevolgen hebben voor de kwaliteit van leven. Veel mannen met plasproblemen ervaren een behoorlijke sociale beperking.

Wat is er aan te doen

Uw plasproblemen kunt u tijdens uw polikliniekbezoek bespreken met de uroloog, de radiotherapeut of de oncologieverpleegkundige. Er zijn behandelingen of hulpmiddelen die zorgen dat u minder last heeft van uw plasproblemen.

  • Als u niet of moeilijk kunt plassen kunnen medicijnen, een katheter en in sommige gevallen een operatie aan de prostaat uw plasproblemen oplossen.
  • Tijdens en na een bestralingsbehandeling of na bevriezingstherapie (Cryotherapie) kunnen er irritatieklachten ontstaan. Dit uit zich in een verhoogde aandrang, dus vaker kleinere porties plassen en soms is het plassen pijnlijk. Meestal verdwijnen deze klachten na het beëindigen van de behandeling. Het kan zijn dat u blijvend aandrangklachten houdt, deze klachten zijn te behandelen met medicijnen.
  • Voor urineverlies zijn verschillende oplossingen. Als u weinig urine verliest kunt u opvangmateriaal gebruiken. Ook is het mogelijk met medicijnen en bekkenfysiotherapie het urineverlies te verminderen.   
  • Als u zeer ernstig of volledig de controle over uw sluitspier kwijt bent, kan er een kunstmatige sluitspier (sfincterprothese) worden ingebracht. Dit is een soort kraag (manchet) om de plasbuis die via een pompsysteem wordt opgeblazen. De kunstmatige sluitspier zorgt ervoor dat u geen urine meer verliest.