Vidi-subsidie voor UMCG-onderzoek naar celveroudering

UMCG-onderzoeker Marco Demaria ontvangt van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) een Vidi-financiering van 800.000 euro. Hiermee kan hij in de komende vijf jaar een nieuwe onderzoekslijn ontwikkelen binnen zijn onderzoek naar de mechanismen van celveroudering en de relatie daarvan met ouderdomsziekten.

Centraal in het onderzoek van Marco Demaria staan senescente cellen: oudere, vermoeide cellen die niet meer delen, maar ook niet doodgaan. Een ophoping van deze cellen kunnen ontstekingsreacties triggeren, die op hun beurt het ontstaan van ouderdomsziekten zoals kanker, hart- en vaatziekten en de ziekte van Alzheimer kunnen bevorderen.

Moleculaire mechanismen begrijpen

Demaria zet de Vidi-financiering in om moleculaire verschillen tussen senescente cellen te onderzoeken. “Wij proberen die moleculaire mechanismen van deze cellen beter te begrijpen”, legt Demaria uit. “We weten dat senescente cellen veroudering en ziekte kunnen bevorderen, maar we hebben in het verleden ontdekt dat deze cellen ook positieve effecten kunnen hebben. Het doel van ons onderzoek is om de moleculaire verschillen tussen gunstige en schadelijke effecten op veroudering beter te begrijpen, zodat we uiteindelijk betere en efficiëntere anti-verouderingstherapieën kunnen identificeren en ontwikkelen.”

Veni, vidi, vici

De Vidi-financiering maakt samen met de Veni- en Vici-beurzen deel uit van het NWO-Talentprogramma. Binnen het Talentprogramma zijn onderzoekers vrij om hun eigen onderwerp voor financiering in te dienen. Op deze manier stimuleert NWO nieuwsgierigheidsgedreven en vernieuwend onderzoek. NWO selecteert onderzoekers op basis van de kwaliteit van de onderzoeker, het innovatieve karakter van het onderzoek, de verwachte wetenschappelijke impact van het onderzoeksvoorstel en mogelijkheden voor kennisbenutting.

Meer Gronings succes

Van de 78 gehonoreerde gaan vijf Vidi-beurzen naar Groningse onderzoekers. Naast Demaria kent NWO een Vidi-financiering toe aan onderzoekers Gert Stulp van de Faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen, Alberto Godioli van de Faculteit der Letteren, Venustiano Soancatl Aguilar van het Centrum voor Informatie Technologie en Julia Kamenz van de Faculty of Science and Engineering van de Rijksuniversiteit Groningen.