Poortadertrombose is niet altijd een bloedstolsel

Bij ongeveer twee derde van de gevallen van trombose in de poortader bij patiënten met chronische leverziekte wordt de blokkade veroorzaakt door een verdikking van de vaatwand, en niet door een bloedstolsel. Dit blijkt uit onderzoek van hoogleraar experimentele chirurgie Ton Lisman van het UMCG. Dit kan verklaren hoe het komt dat antistollingstherapie in een deel van de patiënten met een poortadertrombose niet effectief is. Bovendien blijkt dat een overactief bloedstollingssysteem, dat een belangrijke rol speelt in de ontwikkeling van een trombosebeen, niet bijdraagt aan de ontwikkeling van poortadertrombose. Lisman concludeert dat poortadertrombose een heel ander ziektebeeld is dan beentrombose, dat derhalve vraagt om een andere behandeling, en misschien zelfs om een andere naam.

De poortader is een van de twee bloedvaten die de lever van bloed voorziet. Trombose in deze ader is zeldzaam bij mensen met een gezonde lever, maar komt relatief vaak voor bij mensen met een chronische leverziekte. Ongeveer tien procent van de mensen die in aanmerking komen voor een levertransplantatie krijgen te maken met een trombose in de poortader. In tegenstelling tot de meeste andere vormen van trombose, bijvoorbeeld trombose in het been of longembolie, geeft poortadertrombose vaak geen duidelijke symptomen, en wordt vaak per toeval ontdekt. Poortadertrombose bemoeilijkt een levertransplantatie en kan zich uitbreiden tot darmischemie, een ernstige en mogelijk levensbedreigende buikaandoening.

Overactieve bloedstolling

De behandeling van poortadertrombose is dezelfde als van een trombosebeen of een longembolie, en bestaat meestal uit antistollingsmedicijnen. Dit is een zeer effectieve behandeling voor een trombosebeen of longembolie. Deze aandoeningen worden vaak mede veroorzaakt door een overactief bloedstollingssysteem. Antistollingstherapie is bij een kwart tot de helft van de patiënten met poortadertrombose echter niet effectief. Lisman bestudeerde, samen met promovendi Ellen Driever en Fien von Meijenfeldt en in samenwerking met collega’s uit Londen, Barcelona en Philadelphia, de samenstelling van poortadertrombose en kwam erachter dat in slechts dertig procent van de patiënten met poortadertrombose een bloedstolsel aanwezig is dat lijkt op een bloedstolsel zoals in een trombosebeen.

Verdikking in de vaatwand

In alle patiënten vonden zij een verdikking van de vaatwand. Een poortadertrombose lijkt dus vaak helemaal geen ‘trombose’, maar een versmalling in het bloedvat door deze vaatwandverdikking. “Dit geeft aan dat poortadertrombose een heel ander ziektebeeld is dan een beentrombose”, zegt Lisman, “en het verklaart waarom antistollingsmedicijnen niet altijd helpen bij patiënten met poortadertrombose.” Daarnaast stelde Lisman vast dat de er belangrijke verschillen zijn in de eigenschappen van de poortader in vergelijking met bijvoorbeeld een beenader.

Verschillende ziektebeelden

Door de grote verschillen tussen beide ziektebeelden vragen Lisman en zijn mede-onderzoekers zich af of ‘poortadertrombose’ wel de juiste naam voor dit ziektebeeld is. Lisman: “Poortadertrombose lijkt een fundamenteel ander ziektebeeld dan een beentrombose, en moet waarschijnlijk op een heel andere manier behandeld worden. Want een behandeling met antistollingsmedicijnen zal waarschijnlijk niet helpen om deze vaatwandverdikking te doen verminderen. Vanwege de vervelende bijwerkingen die deze medicijnen kunnen hebben, is het belangrijk dat we vooraf kunnen vaststellen of patiënt daadwerkelijk baat heeft bij deze behandeling.”

Vervolgonderzoek

Lisman gaat in een vervolgonderzoek verder kijken naar de risico’s voor het ontstaan van die vaatwandverdikking, zoals een verhoogde bloeddruk in de poortader, en gaat mogelijke behandelingen gericht op het voorkomen van het ontstaan van een vaatwandverdikking onderzoeken.