Afscheid Alex Friedrich: “Onze regio werd het landelijke voorbeeld, daar ben ik heel trots op”

Hij is een van de bekendste Groningse gezichten tijdens de coronacrisis. Alex Friedrich, hoogleraar medische microbiologie, hoofd van onze afdeling medische microbiologie en infectiepreventie en OMT-lid, neemt afscheid van het UMCG. Op 1 november begint hij aan een nieuwe baan: voorzitter van de raad van bestuur van het academische ziekenhuis in het Duitse Münster, dat met 12.000 medewerkers vergelijkbaar is met het UMCG. Hij blijft honorair hoogleraar aan de RUG: “Gelukkig moet ik daarvoor regelmatig terugkomen naar Groningen.”
​​​​​​​Door Janneke Kruse en Marjolein te Winkel

Ooit heeft iemand je verleid om naar Groningen te komen. Wat maakte dat je ‘ja’ zei?
“Nederland is een paradijs voor een arts-microbioloog. In bijna elk Nederlands ziekenhuis werken artsen-microbioloog en dat is uniek. Iedereen in Europa weet dit, dus het was een enorme eer om door een Nederlands ziekenhuis gevraagd te worden. Ik had destijds in Münster samenwerkingsprojecten opgezet met Twente en de Achterhoek om de verspreiding van MRSA tegen te gaan. Dus toen ik gevraagd werd om naar Groningen te komen, dacht ik ook: dat is niet ver van de grens, dan kan ik doorgaan met die samenwerkingsverbanden. Het was voor mij een enorme stap in mijn carrière. Ik was in Münster als chef de clinique verantwoordelijk voor 40 mensen, hier werd ik afdelingshoofd van 150 mensen. Voor mij was dat heel spannend.”

Wat staat je bij van de begintijd in het UMCG?
“Toen ik hier kwam was er een grote uitbraak van de VRE-bacterie in het ziekenhuis die nog niet onder controle was. Ik moest als nieuw hoofd van de afdeling medische microbiologie en infectiepreventie laten zien wat ik kon. Ik koos uiteindelijk een onorthodoxe manier: stoppen met alle maatregelen, want het was te veel. We gingen terug naar basisregels: handhygiëne en omgevingsonderzoek. Want medewerkers houden het niet vol als er zo veel regels zijn, niemand weet dan meer wat belangrijk is. En het werkte, binnen 2 maanden was de uitbraak onder controle.”

Wat heb je in het UMCG bereikt waar je het meest trots op bent?
“Op de regionale netwerken, de samenwerkingen die we zijn aangegaan. Dat begon toen we bij een analyse van een Klebsiella-uitbraak zagen dat zo’n bacterie een hele route aflegt: van het UMCG naar Beatrixoord naar Emmen en weer terug naar het UMCG. We zagen dit alleen omdat we toen al de meest geavanceerde sequencing-technologie konden inzetten. We wisten toen: zonder een regionaal netwerk kunnen we een uitbraak niet goed bestrijden. We zijn klein begonnen en hebben het steeds verder uitgebouwd. Inmiddels is dit uitgegroeid tot een netwerk waarbij zo’n vijfhonderd professionals uit de vier noordelijke provincies zijn aangesloten.

(tekst gaat verder na de foto)

​​​​​​​

​​​​​​​“Nederland had antibioticaresistentie tot aandachtsgebied gekozen en mijn pleidooi voor netwerken sprak de toenmalige minister Schippers (VWS) aan. Ik werd benoemd tot voorzitter van de taskforce van de Nederlandse vereniging van medische microbiologie en ging het land door om overal te vertellen over netwerkpreventie. Onze regio werd het landelijke voorbeeld, daar ben ik heel trots op. Die regionale samenwerking heeft ons ook erg geholpen toen de coronapandemie uitbrak. We konden heel snel data met elkaar delen en zicht krijgen op de corona-situatie in Noord-Nederland, omdat we al jaren goed met elkaar samenwerkten. Door simpelweg in Groningen te zijn in 2020 had je tot wel twintig keer minder overlijdensrisico dan in bijvoorbeeld Brabant of Limburg. Dat was een combinatie van geluk, goede beslissingen, vroegtijdig acteren en goed samenwerken.”

Wat heeft je het meest verrast in de pandemie?
“Dat er geen Europa was. Vijftig jaar lang samenwerking in Europa was plotseling niets meer waard. Het was ieder voor zich, iedereen deed zijn grenzen dicht. Patiënten over de grens laten opnemen was moeilijk, tests en mondkapjes werden niet gedeeld. Je hebt alles op het continent en je deelt niets met elkaar. Dat heeft een trauma bij mij veroorzaakt. En ik weet hoe het komt: omdat we vijftig jaar lang hebben gezegd dat zorg en Europa twee verschillende dingen zijn. Hadden we gezegd: zorg ís Europa en Europa is zorg, dan was het anders geweest. Nu waren we weer kleine lidstaatjes op onze eigen eilandjes. Dat kan niet zo blijven, dus ik ga mee met Ursula von der Leijen om me in te zetten voor een European Health Union.”

Wat zag je als jouw grootste verantwoordelijkheid in deze crisis?
“Onze patiënten en medewerkers beschermen. Dat kon alleen samen met de hele regio, iedereen moest meedoen. Gelukkig was die samenwerking er al. De mediaoptredens die ik heb gedaan hadden ook tot doel om de patiënten en medewerkers van UMCG en de inwoners van het noorden te beschermen. Om te voorkomen dat ze ziek worden moet je ze bereiken, moet je je boodschap overbrengen: ‘Hou afstand, was je handen, ga niet buiten de regio’. Ik heb heel bewust de regionale media opgezocht om de mensen in het noorden te bereiken, want daar komen onze patiënten vandaan. Ik was zo zichtbaar dat mensen me op straat herkenden als de expert van het UMCG. Op een bepaald moment leek iedereen me te kennen.”

Die zichtbaarheid in deze crisis heeft ook een keerzijde gehad.
“In de tweede helft van 2020 heb ik een aantal bedreigingen gehad. Dat had tot praktisch gevolg dat ik soms ’s avonds niet naar huis liep of fietste, maar de voorkeur gaf aan mijn eigen auto, of een taxi nam. Wees dan ook niet zo zichtbaar Alex, dan krijg je dat gedoe niet, dacht ik bij mezelf. Maar ik moest de mensen blijven voorlichten. Ook als dat betekent dat mensen boos op me worden. Gelukkig heb ik ook aardige reacties gekregen. Handgeschreven brieven met persoonlijk verhalen die mensen graag met me wilden delen. Van mensen die hadden geluisterd naar onze adviezen en zich daardoor veiliger voelden. En mensen die mij en mijn team wilden bedanken voor onze inzet. Ik vind het fijn dat mijn team ook werd gezien. Ik was natuurlijk heel zichtbaar, maar het is echt teamwerk geweest. Er waren al heel veel praktische dingen heel goed geregeld voor de pandemie uitbrak. Bijvoorbeeld door Bert Niesters, die jaren geleden al had geregeld dat op het moment dat het nodig was, alle apparatuur die ook wordt gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek snel kon worden ingezet voor diagnostiek. Ik kon ‘testen, testen, testen’ roepen omdat ik wist dat Bert dat had geregeld.”​​​​​​​

Zijn er ook dingen die je achteraf gezien liever anders had willen doen?
​​​​​​​“Ik heb in een uitzending van Nieuwsuur kritiek geuit op het gebrek aan openheid van het OMT. Dat had ik anders moeten aanpakken. Het heeft veel druk op de verantwoordelijken gelegd en dat was niet mijn bedoeling. Het heeft er wel toe geleid dat de brieven van het OMT transparanter werden, maar ik had mijn kritiek daar aan tafel moeten uiten, en niet via de media.”​​​​​​​

Hoe kijk je naar de grote groep mensen die zich niet wil laten vaccineren?
“Ik begrijp dat vaccineren iets anders is dan andere preventieve maatregelen, zoals afstand houden of een masker dragen. Want dat blijft buiten je lichaam, dat is anders dan een vaccin krijgen waarvan je weet dat dat nadelen voor jezelf kan hebben, hoe klein het risico op bijwerkingen ook is. En die keuze die mensen daarin maken, heeft in mijn beleving vooral te maken met het vertrouwen in de overheid en de wetenschap. Als dat vertrouwen hoog is, wordt er meer gevaccineerd, wie minder vertrouwen heeft, kiest minder vaak voor vaccinatie. Op basis van de vaccinatiebereidheid in Nederland kun je dus zeggen dat zeventig procent van de mensen vertrouwen heeft in overheid en wetenschap. Die dertig procent overtuig je niet door ze nóg meer data te laten zien die ze niet geloven. Je moet je afvragen waarom dat vertrouwen er niet is en hoe je dat kunt herstellen.

(tekst gaat verder na de foto)

​​​​​​​
 

“Bij de professionals in de zorg heeft het naar mijn idee meer te maken met waardering. Daar is het percentage dat zich heeft laten vaccineren tegen corona veel hoger dan het landelijke cijfer, maar het percentage zorgmedewerkers dat een griepprik neemt is al jaren heel laag. Een verpleegkundige weet heus waar een vaccin goed voor is, maar vraagt zich af: waarom moet ik mij opofferen voor een organisatie of een systeem dat mij eigenlijk helemaal niet waardeert? En waarin tijdens een pandemie ook nog moeilijk gedaan wordt over een cao? Ik begrijp dat mensen zeggen: ‘Ik word niet gewaardeerd, dus denk ik drie keer na voor ik me laat vaccineren’. En dat mensen eerder bereid zijn om dat kleine risico wel te lopen als ze zich oprecht gewaardeerd en erkend voelen. Geef ze die waardering, dan zal je zien dat meer mensen zich laten inenten.”

Wat neem je mee uit Groningen naar Munster?
“De manier waarop wij hier in Groningen artsen opleiden is uniek in heel Europa. Ik heb in Duitsland, in Griekenland, in Italië en in Portugal gewerkt en overal betekende opleiden: ‘Doe maar mee zoals ik doe, dan leer je het wel’. Maar in Nederland, en vooral hier in Groningen is er echt aandacht en zijn er middelen voor opleiding, mensen krijgen tijd voor opleiden. Als je nu in opleiding investeert heeft dat nog 30, 40 jaar effect. Ik hoop in Münster het systeem die kant op te kunnen veranderen.”

Wat kunnen wij van Duitsland leren?
“Dat zorg geen kostenpost is. Zorg genereert welvaart. Hoe meer je investeert in zorg, des te beter gaat het met de economie. Ik hoor hier toch iets te vaak: als we geld aan de zorg geven, heeft de rest van de maatschappij geen geld. Maar dat is niet waar. Als je geld aan de zorg geeft dan bloeit de maatschappij omdat mensen sneller weer aan het werk kunnen, de economie heeft er baat bij. Wachtlijsten zijn geen positief aspect, die mogen niet langer zijn dan twee, hooguit drie weken. Mensen willen genezen en vooral weer aan de slag.”

Nu dus een bestuursbaan. En daarna?
“Ik blijf betrokken bij samenwerkingen, in het ziekenhuis, in de regio en internationaal. Munster is net over de grens dus we kunnen blijven samenwerken: elke dag Europa. En daarna? In Europa hebben we nog geen minister voor volksgezondheid maar Ursula von der Leijen gaat zeker een echt Europese minister aanstellen. Heel interessant.”

Tot slot: wat wens je het UMCG en UMCG’ers toe voor de toekomst?
“Dat we goed door de komende winter komen en dat de pandemie een normale infectieziekte wordt. En dat UMCG’ers de tijd krijgen om op adem te komen na deze heftige periode en zich dan herinneren dat Groningen en in het bijzonder het UMCG een heel unieke plek is. Als je hier bent vergeet je wel eens wat voor fantastisch umc dit is. Dat is echt zo - ik ga in sommige opzichten een stap terug. Ik mag daar iets opbouwen, maar hier in het UMCG zijn we al een stap verder. Mijn streven voor Munster is om daar te komen waar het UMCG al is. Ik heb hier gezien hoe mooi een ziekenhuis kan zijn. Laat ons het voorbeeld voor Nederland en Europa zijn.”​​​​​​