• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Röntgenonderzoek van nieren, urineleiders en blaas bij uw kind

Print 
​​

De behandelend arts heeft uw kind voor onderzoek van de nieren, urineleiders en blaas verwezen naar de afdeling Radiologie. Op de afdeling Radiologie doen radiologen en radiologisch laboranten verschillende soorten diagnostisch onderzoek. Diagnostisch onderzoek heeft tot doel vast te stellen wat de oorzaak is van de klachten van uw kind. Meer informatie over röntgenonderzoek en het werk van de afdeling Radiologie vindt u via de link ‘Radiologische technieken’ onder aan deze pagina.

Hulpmiddelen bij het onderzoek

Een röntgenopname is een afbeelding van de binnenkant van het lichaam. Om deze afbeelding te maken gebruikt de radioloog een geringe hoeveelheid röntgenstraling. Daarnaast werkt hij bij dit onderzoek met een jodiumhoudend contrastmiddel. Dit is nodig om de nieren, urineleiders en blaas van uw kind zichtbaar te maken met röntgenstralen. Dit middel heeft soms bijwerkingen in de vorm van lichte overgevoeligheidsreacties zoals roodheid, jeuk of blaasjes. Deze kunnen zich overal op het lichaam van uw kind voordoen. Uw kind merkt dit direct na het toedienen van het contrastmiddel, of de volgende dag. Meestal trekken de bijwerkingen na een paar dagen weer weg.

Zijn de bijwerkingen niet na een paar dagen verdwenen en vertrouwt u het niet, neem dan contact op met uw behandelend arts. Vertel hem dat uw kind een radiologisch contrastmiddel ingespoten heeft gekregen. Het is van belang dat de afdeling Radiologie ook weet dat de bijwerkingen bij uw kind niet na een paar dagen verdwijnen. Breng daarom de afdeling ook op de hoogte. U kunt de afdeling bellen op (050) 361 22 81. Ook is het verstandig het te melden wanneer er in de toekomst opnieuw een radiologisch onderzoek nodig is waarbij met een jodiumhoudend contrastmiddel wordt gewerkt.

Voorbereiding

Leg uw kind uit wat het onderzoek inhoudt en waarom het nodig is.

Voor dit onderzoek is het nodig dat uw kind nuchter is. Dit betekent dat het vier uur voor het onderzoek niet mag eten en drinken.

Trek uw kind gemakkelijke kleding aan en neem iets mee waar uw kind graag mee speelt. Ook is het verstandig iets te eten of te drinken om uw kind na afloop van het onderzoek te geven.

Het is niet verstandig om andere kinderen mee te brengen naar het ziekenhuis. Er is geen kinderopvang en het is belangrijk dat u uw aandacht kunt richten op het kind dat het onderzoek ondergaat.

Als uw kind verkouden is, uitslag of koorts heeft, is het belangrijk dat de radioloog dit weet. Ook als uw kind in contact is geweest met iemand met kinderziekten wil de radioloog dit graag weten. U kunt dit door geven door te bellen met het nummer onder aan deze pagina onder het kopje ‘Meer informatie’.

Astma, bronchitis en hooikoorts gaan vaak gepaard met een allergie voor jodiumhoudende contrastmiddelen. Als uw kind last heeft van één van deze aandoeningen, vertel het de radiologisch laborant of arts vóór het onderzoek. Zij willen daarnaast weten of uw kind overgevoelig is voor medicijnen, jodiumhoudende contrastmiddelen of bepaald voedsel.

Voorbereidingen bij suikerziekte

Uw kind mag vier uur voor dit onderzoek niet meer eten of drinken. Het kan daarom wenselijk zijn dat u contact opneemt met de behandelend arts van uw kind voor een eventuele aanpassing van zijn dieet en/of insulinedosis voor de dag van het onderzoek.

Voorbereidingen bij medicijngebruik

Als uw kind medicijnen gebruikt hoeft het hier voor dit onderzoek niet mee te stoppen. Uw kind kan ze gewoon innemen met een geringe hoeveelheid water.

Voorbereiding als u zwanger bent

Röntgenstralen zijn schadelijk voor het ongeboren kind. Als u zwanger bent, of zou kunnen zijn, is het verstandig dat niet u, maar iemand anders uw kind begeleidt tijdens het onderzoek.

Het onderzoek

U meldt zich met uw kind bij de balie en neemt plaats in de wachtkamer. De radiologisch laborant haalt u beiden op en brengt u naar de onderzoekskamer. Hier volgt eerst uitleg over het verloop van het onderzoek.

Het is belangrijk dat uw kind plast voor het onderzoek begint. Het kan hiervoor gebruik maken van het toilet in de wachtkamer.

De radiologisch laborant maakt eerst een afbeelding van de buik van uw kind om te zien of de darmen goed leeg zijn. Het is belangrijk dat uw kind stil blijft liggen tijdens het maken van de afbeeldingen. De nieren, blaas en urineleider zijn op deze afbeelding niet goed zichtbaar. De radioloog geeft uw kind daarom een injectie met een contrastmiddel in een bloedvat in de arm. De meeste kinderen vinden dit vervelend. De naald moet enige tijd in het bloedvat blijven zitten. Daarom plakt de radioloog hem vast aan de arm van uw kind. Uw kind kan een warm gevoel in hoofd, keel en buik krijgen van het contrastmiddel. Dit verdwijnt na enkele minuten. Het contrastmiddel gaat met het bloed mee en komt na enkele minuten in de nieren, urineleiders en uiteindelijk in de blaas van uw kind. De radiologisch laborant maakt vervolgens meerdere afbeeldingen om een eerste beeld te krijgen. Aan de hand van deze opnamen beslist de radioloog hoeveel afbeeldingen er nodig zijn. Hierdoor is het moeilijk te zeggen hoe lang het onderzoek precies duurt, maar meestal duurt het niet langer dan 45 minuten.

Na het onderzoek

Na afloop van het onderzoek mag uw kind weer normaal eten en drinken. Door het gebruik van het contrastmiddel zal uw kind vaker moeten plassen. Het is daarom verstandig extra drinken te geven om het vochtverlies aan te vullen.

Uitslag

U krijgt de uitslag van het onderzoek van uw behandelend arts. Hij vertelt u ook wanneer en hoe u de uitslag krijgt.

Vragen

Heeft u vóór, tijdens of na het onderzoek nog vragen, dan kunt deze gerust stellen. U kunt ook bellen tussen 8.00 en 9.30 uur met nummer (050) 361 22 81.