• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Hoortoestelaanpassing en begeleiding bij kinderen

Print 

Een goed gehoor is een van de voorwaarden voor een goed verloop van de spraak/taalontwikkeling. Daarom is het belangrijk dat slechthorende kinderen zo vroeg mogelijk hoortoestellen gaan dragen. Het aanpassen van een hoortoestel kan al op een leeftijd van enkele weken. De hoortoestellen versterken het geluid zodat uw kind meer geluid kan horen.

Voor het aanpassen van de hoortoestellen gaat u met uw kind naar het multidisciplinaire kinderteam van het UACG. Het kinderteam bestaat uit een:

  • Klinisch fysicus-audioloog
  • Akoepedist (gehoordeskundige) 
  • Logopedist
  • Orthopedagoog
  • Ouderbegeleider 
  • KNO-arts
  • Spraak/taalpatholoog
  • Maatschappelijk werker

Gespecialiseerde medewerkers van het UACG passen de hoortoestellen aan bij uw kind. Ouders krijgen begeleiding bij het leren dragen van de hoortoestellen. Ook worden adviezen gegeven over het stimuleren van de hoorontwikkeling en het op gang brengen van de spraak/taalontwikkeling.<.p>

Als uw kind slechthorend is en hoortoestellen gaat dragen, wordt de ouderbegeleider uw contactpersoon binnen het kinderteam. U kunt bij deze begeleider altijd terecht met vragen of problemen. Zo nodig kan de begeleider uw vragen doorspelen naar andere leden van het kinderteam.

De logopedist controleert bij slechthorende kinderen op een aantal vaste momenten in de ontwikkeling de voortgang van de spraak/taalontwikkeling. Ook de orthopedagoog doet op een aantal vaste momenten psychodiagnostisch onderzoek naar de algehele ontwikkeling van uw kind.  Kinderen waarbij een hoortoestel is aangepast, blijven tot en met dat ze 18 zijn onder controle bij het UACG.

Het team kan meedenken bij vragen over de schoolkeuze. De orthopedagoog maakt daarbij gebruik van onderzoeken en testen die geschikt zijn voor slechthorende kinderen.

Medewerkers van het UACG geven voorlichting over slechthorendheid aan leerkrachten van basisscholen. Op aanvraag kan er ook voorlichting gegeven worden aan leidsters van crèches of peuterspeelzalen en aan leerkrachten in het voortgezet onderwijs.

Behalve hoortoestellen is er soms ook solo-apparatuur nodig. Dit is apparatuur waarbij de leerkracht een microfoontje draagt en waarmee de stem van de leerkracht op grotere afstand en in omgevingslawaai beter verstaanbaar blijft. Medewerkers van het UACG verzorgen een paar keer per jaar een bijeenkomst over solo-apparatuur voor leerkrachten van het basisonderwijs.