• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Ureterorenoscopie

Print 

Een ureterorenoscopie is een kijkonderzoek. We bekijken de binnenkant van het nierbekken, de nierkelken en/of de urineleider. Dat doen we met een holle buis of slang waaraan een kleine camera zit met lenzen die het beeld vergroten: een ureterorenoscoop. Als we tijdens het onderzoek een afwijking vinden, halen we deze direct voor een deel of helemaal weg.

Wanneer doen we een ureterorenoscopie?

Dit onderzoek doen we als er een afwijking aan het nierbekken, de nierkelken en/of de urineleider is. Met een ureterorenoscopie kunnen we onderzoeken wat voor afwijking dit is. Dat kan en poliep zijn. Of een tumor, zoals bij nierbekkenkanker of urineleiderkanker. Maar bijvoorbeeld ook een grote niersteen of een steen in de urineleider. We doen dan een ureterorenoscopie als een behandeling met een niersteenvergruizer niet geschikt of gelukt is.

Verloop ureterorenoscopie

Meestal gaat u op de ochtend voor het onderzoek of de behandeling naar het ziekenhuis. Soms een dag van tevoren. We bereiden dan het onderzoek/de operatie voor. U krijgt van tevoren antibiotica om een urineweginfectie te voorkomen, bijvoorbeeld.

U gaat naar de operatiekamer en krijgt een narcosemiddel via een infuus in uw arm. Of u krijgt een ruggenprik waardoor u niets van het onderzoek/de behandeling merkt. Tijdens de ureterorenoscopie ligt u op uw rug met uw benen in beensteunen. De arts schuift de ureterorenoscoop via de plasbuis en de blaas in de urineleider. Hiermee kunnen we het nierbekken, de nierkelken en/of de urineleider zien en kijken of er een afwijking is.

Als u een niersteen heeft, halen we die weg. Soms moeten we de niersteen daarvoor eerst kleiner maken met een speciale laser. Terwijl we dit doen, spoelen we de urineleider via de ureterorenoscoop met spoelvloeistof. Dit om het gruis van de niersteen en kleine bloedstolsels weg te spoelen.

Als u een andere afwijking heeft, bijvoorbeeld een poliep of een tumor, halen we een stukje van dit weefsel weg voor onderzoek. Dit gebeurt met een haptangetje of een lisje. Een lisje is een soort brandertje. Het weghalen van weefsel heet een biopsie. Soms halen we een kleine tumor direct helemaal weg. Dit gebeurt met een brander of een laser, die we via de ureterorenoscoop naar binnen brengen en op de tumor richten.

Soms laten we tijdelijk een dubbel-J-katheter in uw urineleider achter. Dit is een dun, soepel slangetje dat ervoor zorgt dat de urine uit de nier via de urineleider naar de blaas kan stromen.

Het onderzoek duurt ongeveer 30-90 minuten en soms langer. Meestal blijft iemand voor dit onderzoek 1 nacht in het ziekenhuis.

Na de ureterorenoscopie

U gaat naar de uitslaapkamer totdat u goed wakker bent. Daarna gaat u naar de verpleegafdeling. Bij misselijkheid of pijn krijgt u extra medicijnen. Ook krijgt u antibiotica om een infectie te voorkomen. Na het onderzoek of de behandeling heeft u:

  • een infuus
  • een blaaskatheter, dus een slangetje dat uw plas afvoert
  • soms een dubbel-J-katheter in uw urineleider

Als u voldoende drinkt, halen we het infuus weg. De blaaskatheter blijft meestal 1 dag in de blaas. Als we de blaaskatheter weggehaald hebben en u zelf weer goed kunt plassen, mag u naar huis. Als u een dubbel-J-katheter heeft, halen we deze na een paar weken weg via een cystoscoop. Dit is een dunne, holle buis of een flexibelle dunne slang met een kleine camera.

De eerste dagen na het onderzoek kunt u:

  • vaker moeten plassen
  • een branderig gevoel bij het plassen hebben
  • wat bloed verliezen bij het plassen

Dit gaat vanzelf over. Als u behandeld bent voor nierstenen, moet u minstens 2 liter water per dag drinken.

Complicaties

Een ureterorenoscopie kan soms problemen geven. Dit noemen we complicaties. Als de urineleider vernauwd of gekronkeld is, kan het moeilijk zijn om de ureterorenoscoop naar binnen te schuiven. Daardoor kan de wand van de urineleider beschadigd raken. We stoppen dan met het onderzoek.

U krijgt antibiotica voor en na het onderzoek. Toch kan u alsnog koorts krijgen door een infectie. Neem contact op als u:

  • heftige pijn heeft die niet verdwijnt met de pijnstillers waarvoor u een recept heeft gekregen.
  • binnen 2 weken koorts heeft boven de 38,5° C

De eerste 24 uur nadat u naar huis bent gegaan kunt u op een werkdag van 8.30 -12.00 uur bellen naar de polikliniek Urologie op het nummer (050) 361 21 67. Op andere dagen en tijden kunt u het nummer (050)361 61 61 bellen en vragen naar de uroloog die dienst heeft. Na 24 uur kunt u uw eigen huisarts bellen.

Uitslag

Als er weefsel is weggehaald, onderzoeken we dat in het laboratorium. De uitslag daarvan krijgt u binnen 2 weken van uw arts, telefonisch of tijdens een vervolgafspraak. U hoort dan ook of u behandeling(en) nodig heeft.

Voorbereiden

U krijgt een brief en informatie van ons waarin staat hoe u zich op het onderzoek voorbereidt. Als u bloedverdunners gebruikt, moet u hier meestal een paar dagen voor het onderzoek mee stoppen. Vanaf 6 uur vanaf de operatie mag u niet meer eten en alleen nog heldere dranken drinken. Vanaf 2 uur voor de operatie mag u niks meer drinken.