• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Na de behandeling met radioactief jodium

Print 

Enkele maanden na de behandeling met radioactief jodium krijgt u opnieuw onderzoeken, namelijk:

  • bloedonderzoek voor de bepaling van het thyreoglobuline (Tg), een schildkliereiwit dat als tumormarker wordt gebruikt
  • echografie van de hals
  • eventueel een totale lichaamsscintigrafie met radioactief jodium.


Zes maanden na uw jodiumbehandeling

Zes maanden na uw behandeling met radioactief jodium wordt gekeken of een tweede behandeling nodig is. De voorbereiding is gelijk aan die van de eerste jodiumbehandeling.

Het voortraject van een tweede jodiumbehandeling start op een maandag. Op die dag wordt de speurdosis joudium gegeven en wordt bloed afgenomen voor thyreoglobulinebepaling (Tg) . Op donderdag wordt een totale lichaamsscintigrafie gemaakt. Op basis van de uitslag van het thyreoglobulinegehalte in uw bloed en de lichaamsscan wordt besloten tot behandeling met radioactief jodium (I-131) de volgende dag (= vrijdag).

Soms is van te voren al bepaald dat er een tweede jodiumbehandeling plaats moet vinden zonder dat er een lichaamsscan is gemaakt. Opname voor deze behandeling is meestal een vrijdag. Aan de hand van de uitslagen kan het nodig zijn om de jodiumbehandeling vaker te herhalen of om een andere behandeling toe te passen.

Aanvullende onderzoeken

Soms is er naast de genoemde diagnostiek nog ander onderzoek nodig om eventueel aanwezige kankercellen op te sporen. Dit kan met behulp van een FDG-PETscan of een CT-scan.