• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Behandeling met radioactief jodium

Print 

Bij een totale schildklierverwijdering is het vrijwel onmogelijk om al het schildklierweefsel te verwijderen. Bijna altijd blijven er minuscule restjes achter in de hals. Soms is het bij de operatie niet mogelijk om alle schildklierkankerweefsel te verwijderen. Ook kunnen er (nog onzichtbare) uitzaaiingen in de lymfeklieren of elders in uw lichaam zijn.

Behandeling met radioactief jodium

De meeste patiënten krijgen daarom na een totale verwijdering van de schildklier bij papillaire en folliculaire schildklierkanker een behandeling met radioactief jodium (I-131). De dosis en het aantal behandelingen hangen af van onder meer de grootte van de tumor en de eventuele uitzaaiingen. Het aantal behandelingen wordt in overleg met het multidisciplinaire behandelteam bepaald.

Schildklierweefsel, en meestal ook schildkliertumorweefsel van het papillaire en folliculaire type, neemt jodium op uit het bloed. Nadat u een capsule radioactief jodium heeft geslikt, wordt dat in het schildklierweefsel opgenomen. Het radioactieve jodium vernietigt restjes schildklier- en schildklierkankerweefsel die eventueel zijn achtergebleven.

U krijgt de behandeling, die ook wel ablatietherapie wordt genoemd, ongeveer vier tot zes weken na uw operatie.In deze periode krijgt u geen schildklierhormoon voorgeschreven. Dit om ervoor te zorgen dat uw schildklierhormoonspiegel zo laag mogelijk is en de jodiumopname daardoor het sterkst. Vanaf ongeveer één week voor de behandeling (maandag) krijgt u ook een jodiumbeperkt dieet.

De dag voor de behandeling krijgt u een speurdosis jodium om de grootte van de schildklierrest vast te stellen. Bij een grote schildklierrest kan besloten worden de jodiumbehandeling uit te stellen en u eerst opnieuw te opereren.

Adviezen en instructies

Na uw behandeling zijn er speciale adviezen om de straling voor uw huisgenoten en anderen te beperken tot een aanvaardbaar niveau. Deze adviezen gelden 1 tot 3 weken.Bij ontslag uit het ziekenhuis worden deze met u besproken.

Bijwerkingen behandeling radioactief jodium

De bijwerkingen zijn gering. Er kan een kortdurende ontsteking van de speekselklieren optreden, omdat jodium ook wordt opgenomen door de speekselklieren. Andere (weinig) voorkomende bijwerkingen zijn misselijkheid en een wat opgezette hals.