• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Resectie bot

Print 

Een resectie van het bot is een operatie waarbij we een deel van het bot of een uitgroeisel van het bot weghalen. Als we een botdeel weghalen, vervangen we dit door een stuk donorbot of een tumorprothese.

Wanneer doen we een resectie?

We doen deze operatie als u een uitgroeisel op een bot heeft, bij een bottumor die is doorgegroeid in omliggend weefsel of als een gewricht door de bottumor erg beschadigd is.

Verloop operatie

U gaat onder narcose via een infuus in uw ader of u krijgt een plaatselijke verdoving via een injectie. Vóór de operatie bespreken we welke verdoving u krijgt. Als we u plaatselijk verdoven, kunt u ook een slaapmiddel krijgen. U merkt dan weinig of niets van de operatie. U krijgt ook antibiotica via een infuus om de kans op infectie te verkleinen.

We maken een snee in de huid bij het bot met de afwijking. Soms moeten we spieren, pezen en bloedvaten aan de kant leggen om goed bij het bot te kunnen en zo weinig mogelijk gezond weefsel te beschadigen. Een goedaardig uitgroeisel op het bot kappen we weg met een soort beitel. Een kwaadaardige bottumor halen weg samen met een stuk gezond weefsel daaromheen.

Als we veel bot weg moeten halen, krijgt u soms een prothese. De prothese vervangt dan het weggehaalde deel van het bot en/of het gewricht, zodat u na de operatie weer zo normaal mogelijk kunt bewegen.

De operatie duurt in totaal ongeveer 2 uur. U kunt meestal nog dezelfde dag naar huis.

Na de operatie

U wordt na de operatie wakker op de uitslaapkamer. Hier houden we uw bloeddruk, het zuurstofgehalte in uw bloed en uw hart in de gaten. Bij misselijkheid of pijn krijgt u medicijnen. U heeft een infuus. Soms heeft u ook drains. Dit zijn slangetjes waarmee bloed en wondvocht worden afgevoerd.

Als alles goed gaat, gaat u naar de verpleegafdeling. We halen het infuus en eventuele drains weg als u heeft geplast, de wond niet meer bloedt en u goed eet en drinkt. U leert hoe u zelf een middel tegen trombose spuit. Dit middel moet u tot 6 weken na de operatie gebruiken.

Afhankelijk van hoe u zich voelt, mag u of dezelfde avond of de dag na de operatie naar huis. U krijgt een drukverband om uw wond. Dat mag u er na 24 uur afhalen. Daarna gebruikt u een gaasje of pleister. Als het gaasje of de pleister is doorgelekt, doet u een nieuwe op de wond. Als de wond 3 dagen droog is, mag u weer douchen. U kunt nog niet in bad omdat de wond dan week wordt. U krijgt een recept mee voor medicijnen tegen de pijn.

Als u aan een been geopereerd bent, loopt u de eerste 6 weken met elleboogkrukken. U mag uw geopereerde been maar met de helft van uw gewicht belasten. Dit om een botbreuk te voorkomen. Soms mag u uw been nog minder belasten. U kunt krukken lenen bij een thuiszorgorganisatie.

Als u aan een arm geopereerd bent, mag u 6 weken niet tillen. U krijgt een mitella of sling om uw arm te ondersteunen. Een sling is een soort draagband.

Complicaties

Door de operatie kunnen problemen ontstaan. Dit noemen we complicaties. Mogelijke complicaties bij een resectie zijn een infectie, nabloeding, trombose en zenuwuitval. Als u uw been is geopereerd, kunt u een botbreuk krijgen als u het been in de eerste 6 weken na de operatie te veel belast. Neem direct contact op als u:

  • koorts heeft boven de 38,5 °C
  • opeens erge pijn krijgt
  • last van de wond krijgt: rood, dik en pijnlijk en/of vocht uit de wond

Bel dan het nummer (050) 361 31 90 en vraag naar de orthopeed die dienst heeft.

Uitslag

We onderzoeken de afwijking en het weefsel dat weggehaald is in het laboratorium. De uitslag krijgt u ongeveer 2 weken na de operatie van uw arts, telefonisch of tijdens een vervolgafspraak. U hoort dan ook of er verdere behandeling nodig is.

Controles

Ongeveer 6 weken na de operatie heeft u een controleafspraak. We maken dan een röntgenfoto. Dit is om te kijken of uw bot goed herstelt en u het weer ‘normaal’ kunt gebruiken. 6 weken later heeft u weer een controle-afspraak.

Voorbereiden

U krijgt een brief en informatie van ons waarin staat hoe u zich op de operatie voorbereidt. U mag bijvoorbeeld vanaf 6 uur voor de operatie niet meer eten en 4 uur voor de operatie niet meer drinken. Een slokje water mag wel. Het is belangrijk dat u de eerste nacht na de operatie niet alleen bent. Als dat nodig is, moet u hiervoor iemand regelen. U kunt bijvoorbeeld een lage bloeddruk krijgen en daardoor flauwvallen, een nabloeding krijgen of pijn krijgen. Het is ook belangrijk dat u de eerste periode thuis voldoende hulp heeft zolang dat nodig is.