• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Radiumtherapie

Print 

Bij radiumtherapie gebruiken we de radioactieve stof radium om uitzaaiingen van prostaatkanker in de botten te behandelen.

Hoe werkt radiumtherapie?

Prostaatkanker die niet of niet meer gevoelig is voor hormoontherapie en met uitzaaiingen in de botten behandelen we soms met radiumtherapie. Radiumtherapie kan de kanker niet genezen, maar er wel voor zorgen dat iemand langer leeft en minder klachten heeft.

Met radium wordt bij deze behandeling radium-223 bedoeld. Deze radioactieve stof geeft straling af. Radium wordt vooral in de botten opgenomen. Daardoor worden uitzaaiingen in de botten plaatselijk bestraald. En van binnenuit, dus in het lichaam zelf. Radiumtherapie is dus een vorm van inwendige bestraling. De tumorcellen gaan door de straling kapot en de uitzaaiingen worden kleiner.

Voor de behandeling

Voor de behandeling doen we een aantal onderzoeken. Met een botscan is vastgesteld dat er uitzaaiingen zijn naar het skelet. We nemen bloed af om te kijken of het beenmerg goed genoeg werkt om de behandeling te kunnen geven.

2 weken voor elke nieuwe behandeling controleren we uw bloed. Als uw bloedwaarden niet goed genoeg zijn, moeten we de behandeling misschien uitstellen of stopzetten.

Hoe verloopt de behandeling?

De radiumtherapie bestaat in totaal uit 6 behandelingen. Er zitten 4-5 weken tussen de behandelingen.

Tijdens de behandeling wordt u eerst gewogen. Hoeveel radium u krijgt, hangt namelijk af van uw gewicht. Tijdens een behandeling krijgt u een infuus in een bloedvat in uw arm. Via dit infuus krijgt u de radioactieve vloeistof. Dit duurt een paar minuten. U merkt hier niets van. Daarna spoelen we het infuus na met een zoutoplossing en halen we het infuus uit uw arm. De behandeling duurt in totaal ongeveer 20 minuten.

Na de behandeling

U mag na de behandeling meteen naar huis. U kunt in de buurt komen van andere mensen, ook van kinderen en zwangere vrouwen, omdat u geen of nauwelijks straling afgeeft.

U moet er in de week na een behandeling wel rekening mee houden dat de straling uit uw lichaam komt. Dat gebeurt onder meer via uw poep. Andere mensen kunnen in contact komen met radioactiviteit, bijvoorbeeld als ze dezelfde wc als u gebruiken. Dit kunt u voorkomen door:

  • 2 keer door te spoelen na het poepen en direct daarna goed uw handen te wassen.
  • alleen wc’s te gebruiken die zijn aangesloten op het riool, dus bijvoorbeeld geen septictank.
  • poep, bloed, wondvocht en braaksel direct en goed op te ruimen als ze ergens op komen. Gebruik daarbij plastic handschoenen. Stop alles wat u gebruikt heeft om schoon te maken in een plastic zak, sluit de zak goed en doe hem bij het afval. Was uw handen daarna goed.
  • kleren waarop een lichaamsvloeistof komt apart in de wasmachine te wassen.
  • luierbroekjes te gebruiken als u diarree heeft.
  • in de 1e week na elke behandeling een condoom te gebruiken bij het vrijen.
  • een stoma te verwisselen met wegwerphandschoenen. Stop alle materialen in een plastic zak, sluit die goed en doe de zak bij het afval.
  • andere zorgverleners die u onderzoeken of behandelen te laten weten dat u radiumtherapie krijgt.

Bijwerkingen

Radiumtherapie geeft meestal weinig en kort bijwerkingen. Mogelijke bijwerkingen zijn:

  • ziek voelen
  • diarree
  • overgeven
  • gezwollen benen, enkels en voeten
  • (meer) pijn in de botten, ook als u daar eerder geen last van had
  • pijn, zwelling of een rode huid op de plek van de injectie

Door de behandeling kunt u minder rode bloedcellen, witte bloedcellen en/of bloedplaatjes krijgen. Daardoor kunt u moe zijn door bloedarmoede, gevoeliger zijn voor infecties en makkelijker bloeden.

Krijgt u binnen 6 weken na een radiumtherapiebehandeling koorts, een infectie, blauwe plekken of bloedingen die niet gemakkelijk stoppen? Vertel dit dan direct aan uw behandelaar.

Straling kan invloed hebben op sperma. Mannen die radiumtherapie hebben gehad, moeten er daarom voor zorgen dat ze het eerste halfjaar na de behandeling niemand zwanger maken.

Controles

U heeft 2-3 weken na elke behandeling een controleafspraak. Vaak telefonisch na het bloedprikken. We bekijken dan hoe het met u gaat en of uw bloed goed is. Als alles goed gaat, kan de volgende behandeling doorgaan.

Voorbereiden

U hoeft voor de behandeling niets te doen of te laten. U mag gewoon eten en drinken. Als u medicijnen krijgt, bespreekt uw behandelaar met u of u uw medicijnen kunt blijven gebruiken.

Heeft u last van verstopping of heeft u juist diarree? Meld dit dan vóór de behandeling bij ons.

U mag vanaf 6 weken voordat de behandeling begint geen uitwendige bestraling meer krijgen. Ook mag u vanaf 4 weken voor de behandeling geen chemotherapie meer krijgen. Dit is omdat u voldoende hersteld moet zijn om de behandeling aan te kunnen.