• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Pacemaker

Print 

​​​​​​Een pacemaker is een apparaatje dat het hartritme regelt. Als het hartritme afwijkt, geeft de pacemaker stroomstootjes af en trekt het hart weer samen in het juiste ritme.​ We plaatsen een pacemaker onder de huid. Dit noemen we ook wel een pacemakerimplantatie.

Wanneer een pacemaker?

Er zijn een paar ​hartritmestoornissen waarbij we regelmatig een pacemaker plaatsen:

  • Zieke sinusknoop: De sinusknoop is een groepje cellen boven in de rechterboezem. Hier begint de prikkel die de hartspier laat samentrekken. De sinusknoop wordt ook wel de natuurlijke pacemaker van het hart genoemd. Als de sinusknoop ziek is, werkt de prikkel niet goed meer. Het hart kan hierdoor niet meer goed samentrekken.

  • AV-blok: Een AV-blok houdt in dat er geen of weinig geleiding van prikkels is tussen boezems en kamers. Hierdoor wordt het hartritme traag. Het hart kan dan het bloed niet meer goed naar de longen en het lichaam pompen.

  • Hartfalen: Als de hartspier lange tijd hard moet pompen, kan hartfalen ontstaan. Het hart heeft dan niet meer genoeg kracht om het bloed rond te pompen. Een speciale pacemaker kan het hart dan ondersteunen zodat dat wel weer lukt. Dit heet een biventriculaire pacemaker. Deze pacemaker is niet voor alle patiënten met hartfalen geschikt. Uw arts bespreekt dit met u.

Soorten pacemakers

Er zijn verschillende soorten pacemakers. De meeste zijn met draden aan het hart verbonden. Er is ook een draadloze pacemaker. De draadloze pacemaker worden de batterij en chip met ankertjes vastgezet in de wand van de rechter hartkamer.

Welke pacemaker het beste is voor u, hangt af van uw situatie. Uw cardioloog bespreekt dit met u.

Voorbereiding

U krijgt een afspraakbrief en informatie van ons. Hierin staat hoe u zich op de plaatsing van de pacemaker voorbereidt. U mag bijvoorbeeld vanaf 6 uur vóór de ingreep niets meer eten en drinken. Als u medicijnen gebruikt, mag u die wel met een klein slokje water innemen.

Heeft u uw nagels gelakt? Of heeft u kunstnagels? Verwijder dit voor u naar het ziekenhuis komt. Dit is nodig omdat u tijdens de ingreep een soort knijper op uw vinger krijgt. Zo kunnen we steeds het zuurstofgehalte in uw bloed meten.

Verloop plaatsen pacemaker

We meten eerst uw bloeddruk en temperatuur. Daarna krijgt u een infuusnaald in de hand of in de arm. Via het infuus krijgt u antibiotica om een ontsteking aan de wond te voorkomen. We geven u ook paracetamol tegen de pijn en een rustgevend medicijn. Als u haar op de borst heeft, scheren we dit weg om infecties te voorkomen.

Voor de ingreep wordt verdoofd op de plek waar we de pacemaker inbrengen. U voelt geen pijn op die plek. Wel blijft u de aanraking voelen. Als de verdoving onvoldoende werkt mag u dat aangeven en wordt er bij verdoofd of via het infuus extra pijnstillers toegediend. Via een monitor houden we uw hartritme goed in de gaten.

De pacemaker komt onder de huid boven de linker- of rechterborstspier, in een holte onder het sleutelbeen. Daarvoor maakt de cardioloog een snee van 5 tot 10 cm. Via die snee schuiven we de pacemakerdraden in een ader naar de juiste plek in het hart. De arts schroeft de draden met ankertjes vast in de hartwand en maakt ze vast aan de pacemaker. Daarna testen we of de pacemaker goed werkt:

  • Liggen de pacemakerdraden op de juiste plaats in het hart?
  • Wordt de elektrische prikkel goed aan het hart afgegeven?
  • Vangt het hart de prikkel van de pacemaker goed op?

De wond wordt aan de binnenkant gehecht. Deze hechtingen lossen vanzelf op.

De implantatie van de pacemaker duurt ongeveer 45 minuten, als 1 pacemakerdraad wordt geplaatst. Als u last heeft van hartfalen wordt er soms een extra draad geplaatst. Dan kan de ingreep 3-4 uur duren. 

U komt voor deze ingreep 1 à 2 dagen naar het ziekenhuis. Het kan zijn dat u een nacht blijft. Dat hangt af van hoe complex uw ingreep was.

Vervangen pacemaker

Een batterij van een pacemaker gaat ongeveer 8 tot 10 jaren mee. Als de batterij van een pacemaker bijna leeg is, moet de pacemaker vervangen worden. Uw arts overlegt dit met u. Meestal krijgt u dan een nieuwe pacemaker die op de oude pacemakerdraden wordt aangesloten.

Het vervangen duurt ongeveer 30 minuten. Na de ingreep blijft u 2 uur in bed. Daarna mag u weer wat bewegen, eten en drinken. Als het goed gaat, halen we het infuus weg en kunt u weer naar huis.

Na het plaatsen van een pacemaker

Na het plaatsen gaat u naar de verpleegafdeling. Daar maken we een hartfilmpje (ECG). Ook controleren we uw bloeddruk, de hartslag en de wond waar de pacemaker is ingebracht. U mag weer eten en drinken.

Op de dag van de ingreep mag u met uw arm aan de kant waar de pacemaker zit, niet bewegen. Daarom mag u pas na 3 uur uit bed. U draagt tot de volgende dag een mitella (om de arm te ondersteunen). De wond kan een beetje bloeden, dat is niet erg.

De volgende ochtend maken we een röntgenfoto van uw hart en longen. Dit is om te zien of de pacemakerdraden goed in het hart liggen. Ook kunnen we zien of u misschien een (kleine) klaplong heeft. Na de röntgenfoto wordt de pacemaker goed afgesteld. Als het goed met u gaat, halen we het infuus weg en kunt u naar huis.

Na de ingreep doet de wond vaak nog pijn. Dit hoort in de loop van de dagen steeds minder te worden. U mag paracetamol innemen tegen de pijn. De wond op de borst kan na de implantatie gevoelig, dik en blauw zijn. Dit gaat meestal na een paar dagen weer over.

Als u weer naar huis mag, mag u niet zelf autorijden of fietsen. Zorg daarom voor vervoer naar huis.

Afspraak voor controle

Na de ingreep heeft u na 2 weken een afspraak en daarna na 2 maanden weer. Tijdens elke controle bij de pacemakertechnicus wordt bekeken of de batterij en de pacemakerdraden nog goed zijn en beoordeelt de cardioloog of de instellingen van de pacemaker eventueel aangepast moeten worden. Het hangt van uw situatie af hoe vaak, hoe lang en bij wie u daarna nog afspraken voor  controle heeft.

Bent u door een ander ziekenhuis verwezen naar het UMGC? Dan zijn deze controles meestal in het verwijzende ziekenhuis. Hoe lang u onder controle blijft, hangt af van de ritmestoornis.

Leefregels voor thuis

Draag de eerste paar dagen liever geen strakke kleding. Dit kan vervelend voelen aan de wond.

De draden van de pacemaker moeten goed vastgroeien in de hartwand. Belast daarom de arm aan de kant van de pacemaker niet te veel. Daarom geldt voor de eerste 6 weken na de implantatie:

 

  • U mag uw arm gewoon bewegen. Maar til de arm niet hoger dan uw schouders, en beweeg de arm ook niet naar achteren. Beweeg uw schouder voorzichtig, zodat deze niet vast gaat zitten.
  • Ga de eerste week niet in bad. Douchen mag wel, maar gebruik de eerste 4 dagen geen zeep. Voorkom dat de wond te nat wordt.
  • Maak geen plotselinge bewegingen.
  • U mag geen lichamelijke inspanningen doen waarbij u uw arm die aan de kant waar de pacemaker zit, veel moet gebruiken. De andere arm en uw benen mag u wel gebruiken.
  • Rustig fietsen mag na 2 weken

 

Na 6 weken kunt u langzaam weer gaan sporten.

 

Wanneer u weer kunt gaan werken, hangt af van het soort werk dat u doet. Maar ook van het verloop van uw herstel en uw hartziekte. Overleg bij vragen over uw werkzaamheden op het moment dat u voor controlebezoek op de polikliniek komt. Om de wond goed te laten genezen, is het beter om in elk geval tot het eerste controlebezoek niet te werken.

De eerste 2 weken na de ingreep mag u nog niet zelf autorijden. Meer informatie over rijbevoegdheid staat op de website van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen.

Leven met een pacemaker

Meestal went uw lichaam snel aan de pacemaker. Vaak voelt u zich met een pacemaker weer beter, veiliger en prettiger dan voor die tijd. Er zijn een aantal zaken waar u rekening mee moet houden:

 

  • Pacemakerpaspoort
    U krijgt een pasje waarop uw persoonlijke gegevens en de gegevens van de pacemaker staan. Neem dit pasje altijd mee, ook als u op reis gaat. Komt u bijvoorbeeld in een ander ziekenhuis terecht, dan weten de medewerkers daar welk type pacemaker u hebt en kan de pacemaker eventueel worden doorgemeten.

  • Medische onderzoeken of een magneet
    Een magneet kan invloed hebben op de pacemaker. Overleg met uw cardioloog als u een onderzoek met een magneetscanner (MRI), diathermie of bestraling moet ondergaan. Ook als u een gal- of niersteen moet laten vergruizen of in aanmerking komt voor een andere medische ingreep, moet u contact opnemen met uw cardioloog en/of pacemakertechnicus. Een televisie, magnetron en andere huishoudelijke apparaten zijn geen probleem.

 

 

Pacemaker en overlijden

De pacemaker zal na uw overlijden vanzelf stoppen met het afgeven van stroomstootjes.
Het is belangrijk dat de uitvaartondernemer weet dat de overledene een pacemaker draagt.

​Na overlijden moet bij het besluit tot cremeren de pacemaker worden verwijderd vóór de crematie. De pacemaker kan bij verbranding namelijk ontploffen.

Bij een begrafenis is het ook beter om de ​pacemaker te verwijderen. Een pacemaker begraven is niet goed voor het milieu.

De uitvaartondernemer zorgt voor het verwijderen van de pacemaker. Aan het verwijderen van de pacemaker bij overlijden zijn kosten verbonden. Deze kosten zijn voor de nabestaanden.