• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Keelkanker

Print 
​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​
​​​​​Keelkanker​​​ | Onderz​​​​oek en diagnose | Behandeling | Behan​delteam​​​
​​​​ ​

De bovenste laag van de keelholte is het slijmvlies. Als cellen in het slijmvlies van de keelholte ongecontroleerd gaan delen, kan er een kwaadaardige tumor ontstaan. Zo’n kwaadaardige tumor heet keelkanker.

Plaats van de tumor

Keelkanker komt op 3 verschillende plaatsen voor:

  • in de neus-keelholte
  • in de mond-keelholte
  • in de onderste keelholte

Neus-keelholtekanker ontstaat in de ruimte achter de neusholte, waar de neusamandel zit. Deze vorm van keelkanker komt vooral voor bij mensen van Chinese, Noord-Afrikaanse en Indonesische afkomst. We noemen dit ook wel nasofarynxkanker.

Mond-keelholtekanker ontstaat achter de mondholte, in de keelamandelen, in het zachte gehemelte of in de tongbasis. Dit heet ook wel orofarynxkanker.

Keelkanker in de onderste keelholte ontstaat in de buurt van de stembanden, net boven de slokdarm. Deze tumor groeit vaak naar het strottenhoofd toe. We noemen dit ook wel hypofarynxkanker.

Hoe vaak komt het voor?

Keelkanker komt weinig voor: elk jaar horen ongeveer 850 mensen in Nederland dat ze keelkanker hebben. De meesten van hen zijn tussen 55-75 jaar. Mannen krijgen de ziekte veel vaker dan vrouwen. Het aantal mensen dat keelkanker krijgt, is de afgelopen jaren gestegen.

Oorzaken

Het is vaak niet duidelijk hoe keelkanker ontstaat. Wel is bekend dat bepaalde zaken de kans erop kunnen vergroten:

  • roken
  • veel alcohol drinken
  • ongezonde voeding
  • bepaalde erfelijke ziektes, zoals Fanconi-anemie
  • het Epstein-Barrvirus (EBV) bij neus-keelholtekanker
  • het humaan papillomavirus (HPV) bij mond-keelholtekanker
​​​

Klachten en symptomen

Keelkanker geeft meestal onduidelijke klachten en wordt daarom vaak pas laat ontdekt. Mogelijke klachten zijn:

  • een verstopte neus die niet overgaat
  • neusbloedingen die steeds terugkomen
  • slikklachten, zoals moeilijk kunnen slikken, pijn bij het slikken of vaak verslikken
  • veel slijm in de keel
  • het gevoel dat er iets blijft hangen in de keel
  • oorklachten aan 1 of beide oren, zoals dichte oren, slecht horen, pijn die van de keel naar de oren straalt
  • een zwelling in de hals
  • heesheid, moeite met praten en een veranderde stem
  • keelpijn
  • een wondje of zweertje in de keel dat niet overgaat

Klachten die in een later stadium van de ziekte kunnen voorkomen, zijn:

  • de tong minder goed kunnen bewegen
  • benauwdheid
  • bloed in het slijm
  • afvallen zonder duidelijke verklaring

Ga bij deze klachten altijd voor de zekerheid naar uw (huis)arts, z​eker als de klachten langer dan 3 weken duren.​