• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Behandeling hypofysetumor

Print 
​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​
​​​​​Hypofysetumor​​​ | Onderz​​​​oek en diagnose | Behandeling | Behan​delt​eam​​​
​​ ​

Als duidelijk is dat u een hypofysetumor heeft, stellen we samen met u een behandelplan op. Hoe dit plan eruitziet, verschilt per persoon en is afhankelijk van uw situatie. Het behandelteam kijkt daarvoor onder meer naar de plaats, grootte en kenmerken van de tumor. En of de tumor hormonen aanmaakt en op andere weefsels drukt of niet.

Behandelmogelijkheden

Er zijn verschillende behandelmogelijkheden bij een hypofysetumor. Uw behandeling bestaat uit 1 of meer van deze behandelingen:

  • operatie
  • bestraling
  • medicijnen
  • lichaamseigen hormonen

Meerdere gesprekken

Voordat uw behandeling begint, heeft u altijd meerdere afspraken om de behandeling(en) te bespreken. U krijgt daarvoor brieven en uitgebreide informatie.

Controle-onderzoeken

Het is niet altijd nodig om een hypofysetumor te behandelen. Deze tumoren zijn bijna altijd goedaardig zijn en groeien heel langzaam. Het behandelteam adviseert dan controleonderzoeken. Bijvoorbeeld een kleine hypofysetumor die geen hormonen aanmaakt, waar iemand weinig last van heeft.

U krijgt dan bloedonderzoek en een MRI-scan. Als de tumor in de buurt van een gezichtszenuw zit, doen we ook oogheelkundig onderzoek. Zo kunnen we de tumor volgen en de groei in de gaten houden. Dit doen we zolang uw situatie hetzelfde blijft. Als de tumor groeit of als u klachten krijgt, adviseren we meestal een operatie en/of medicatie.

Operatie

Als u een hypofysetumor heeft die op ander weefsel drukt, zoals een oogzenuw, krijgt u meestal een operatie. Bij acromegalie en de ziekte van Cushing is de eerste behandeling bijna altijd een operatie. 

We proberen de tumor weg te halen via de neus. Deze operatie heet een transsfenoïdale hypofysetumorresectie en is bedoeld om uw klachten te stoppen of te verminderen. Soms kan een operatie alleen via de schedel, maar dat komt heel weinig voor. Zo’n operatie heet een craniotomie.

Bestraling

Als we de tumor tijdens de operatie niet helemaal weg kunnen krijgen, geven we na de operatie soms bestraling. Dit is dan een aanvullende behandeling om ervoor te zorgen dat het stukje tumor dat is achtergebleven niet meer groeit of kleiner wordt. Bij een tumor die hormonen maakt, kan bestraling ervoor zorgen dat de tumor geen of minder hormonen meer maakt. Het duurt een aantal jaren voordat dit gebeurt.

Met stereotactische bestraling, een bepaalde bestralingstechniek, kunnen we een hypofysetumor heel gericht bestralen. Daardoor komt er zo weinig mogelijk straling op de hypofyse, de oogzenuwen en de hersenen. Meestal geven we stereotactische bestraling 'gefractioneerd': u wordt dan vaker en kort bestraald. De kans op schade aan gezond weefsel wordt zo nog kleiner.

Medicijnen

Als een tumor ervoor zorgt dat er te veel hormoon wordt gemaakt, dus bij prolactinoom, acromegalie en de ziekte van Cushing, kunnen we dit remmen. Dit doen we met medicijnen. Bij een prolactinoom krijgt u bijna altijd alleen medicijnen, dus geen andere behandeling.

Lichaamseigen hormonen

Een hypofysetumor kan de aanmaak van hormonen in het lichaam verstoren. Dit kan allerlei klachten geven en tot ziektes leiden. Als een tumor ervoor zorgt dat er te weinig van een bepaald hormoon wordt gemaakt, kunnen we dit tekort aanvullen. Dat doen we met lichaamseigen hormonen. Daarvoor maken we de hormonen die uw lichaam maakt precies na. U krijgt deze meestal in tabletten die u de rest van uw leven blijft gebruiken. Of een huidgel, injecties onder de huid of een neusspray.

Controle en nazorg

Als u bent geopereerd, heeft u 1-2 weken na de behandeling een controleafspraak. We bespreken dan het voorlopige resultaat van de behandeling met u. Vaak weten we dan nog niet of u verdere behandeling nodig heeft. Dat hangt af van hoe uw situatie verloopt.

Als u bent bestraald, heeft u 6-8 weken na de laatste bestraling een controle. Dit kan een telefonische afspraak zijn of een afspraak in het ziekenhuis. U hoort dit van tevoren van ons.

Na uw behandeling(en) maakt u afspraken over controles. Hoe vaak, hoelang en bij wie u onder controle blijft, hangt af van uw situatie. Meestal blijft u nog jaren onder controle.​​