• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Goedaardige bottumoren

Print 

​​Er zijn verschillende soorten goedaardige bottumoren​, zoals:

  • reusceltumor
  • solitaire botcyste
  • aneurysmatische botcyste
  • osteochondroom
  • atypische cartilagineuze tumor
  • enchondroom

Reusceltumor

De reusceltumor bestaat uit een bepaalde type grote cellen, de reuscellen. Deze reuscellen breken het gezonde bot af op de plek waar de tumor groeit. Ook kan de tumor door de rand van het bot heen breken en doorgroeien in de omliggende weke delen, zoals gewrichten en spieren. Een reusceltumor kan ook een wekedelentumor zijn. 

Reusceltumoren komen het meest voor in de bovenarm, het bovenbeen of het onderbeen, vlak bij de uiteinden van de gewrichten. Soms zit de tumor in de ruggengraat, het bekken, een hand of een voet. Reusceltumoren komen heel weinig voor. Elk jaar krijgen ongeveer <aantal> mensen in Nederland te horen dat ze zo’n tumor hebben. De tumor komt meestal voor bij mensen tussen de 30 en 50 jaar, en iets vaker bij vrouwen en bij mensen van Aziatische afkomst.

Een reusceltumor igroeit meestal langzaam. Heel soms heeft een reusceltumor toch een kwaadaardig trekje. De tumor kan dan uitzaaien naar de longen.

Solitaire botcyste

Een solitaire botcyste is geen echt gezwel. Het is een holte in een bot waarin vocht zit. De holte heeft een wand van bindweefsel. Bindweefsel is een type weefsel dat steun geeft aan andere weefsels en organen.

Solitaire botcystes zitten vaak in de buurt van een gewricht van een pijpbeen. Meestal ontstaat deze bottumor in de bovenarm. De cyste komt ook wel voor in het bovenbeen. Elk jaar krijgen ongeveer mensen in Nederland te horen dat ze de ziekte hebben. De meesten van hen zijn kinderen tussen de 5-15 jaar.

De cyste kan zo groot worden dat die voor een breuk in het bot zorgt. Dat is ook vaak de manier waarop de cyste wordt ontdekt. Dit komt omdat de cyste geen pijn doet. De solitaire botcyste kan ook vanzelf weggaan, door groei of door een breuk.

Aneurysmatische botcyste

Een aneurysmatische botcyste (ABC) is geen echt gezwel. Het is een holte van bloed en vocht. Om die holte zitten ‘schotten’ van bindweefsel, botweefsel en reuscellen. Mogelijk ontstaat deze cyste doordat het bloed niet goed afgevoerd wordt en tussen de botcellen gaat zitten. Of omdat het bot ooit beschadigd is, bijvoorbeeld door een ongeluk. Maar dat is niet helemaal zeker.

Aneurysmatische botcystes komen het meest voor in de bovenarm, het bovenbeen, het onderbeen, het bekken en de wervelkolom. Meestal in de buurt van een groeischijf, het deel waar het bot in de groei aangroeit. Maar deze bottumor kan in elk bot van het lichaam voorkomen. ABC's komen heel weinig voor. Elk jaar krijgen ongeveer mensen in Nederland te horen dat ze deze botcyste hebben. De meesten van hen zijn 10-25 jaar. Iemand met een ABC heeft ook vaker dan normaal een andere bottumor, zoals een chondroblastoom of reusceltumor.

De ABC zorgt voor een zwelling van het bot. Daardoor wordt het bot dikker. Dit is vanaf de buitenkant van het lichaam te zien. En te voelen, want de zwelling is vaak warm. De zwelling kan snel groeien en andere weefsels aan de kant drukken. Daardoor kan iemand klachten krijgen. Bijvoorbeeld plasproblemen bij een cyste die op zenuwen in de wervelkolom of het ruggenmerg drukt. En hoofdpijn en evenwichtsproblemen bij een ABC in het hoofd.

Op de plaats van de cyste kan het bot verzwakt raken en makkelijk breken. De groeischijf kan beschadigd raken, waardoor een kind minder groeit. Een cyste kan vanzelf kleiner worden, maar kan ook terugkomen. Dit gebeurt vaker als iemand op jonge leeftijd een cyste heeft gehad.

Osteochondroom

Een osteochondroom wordt ook wel een exostose genoemd. Bij een osteochondroom groeit er te veel kraakbeen en bot. Dit gebeurt aan het einde van het bot, bij de groeiplaat. De variant die het vaakst voorkomt, ontstaat door een fout in een bepaald gen, het EXT1-gen. Deze variant is erfelijk. Een osteochrondoom kan ook komen door de ziekte van Trevor of de erfelijke ziekte multipele osteochondromen.

Osteochondromen kunnen overal in het lichaam ontstaan. Iemand kan ook meerdere osteochondromen op verschillende plekken hebben. Het is de meest voorkomende goedaardige bottumor. Ongeveer 35 tot 40 procent van de goedaardige bottumoren is een osteochondroom. De afwijking komt vooral voor bij mensen tussen 10-30 jaar, en dan het vaakst bij kinderen in de groei. Mannen krijgen ongeveer 3 keer vaker vaker een osteochondroom dan vrouwen.

Mensen met een osteochondroom merken dit niet altijd. Soms is een arm of been langer dan het andere arm of been, of is iemand kleiner dan normaal. Heel soms groeit een osteochondroom uit tot een kwaadaardige tumor, een chondrosarcoom. De kans daarop is groter als iemand meerdere chondrosarcomen heeft.

Atypische cartilagineuze tumor

De atypische cartilagineuze tumor (ACT) is de ‘laaggradige’ variant van het kwaadaardige chondrosarcoom. Met de graden I tot III wordt de kwaadaardigheid uitgedrukt. Eerder heette deze tumor ook wel chondrosarcoom graad I. De ACT is officieel niet goed- of kwaadaardig, maar ertussenin. Dit heet ‘intermediar’ of ‘borderline’. Bij een ACT vormen de tumorcellen kraakbeen in plaats van bot. Kraakbeen is een soort elastisch bindweefsel. Een ACT kan direct in het bot ontstaan, maar kan ook ontstaan uit een goedaardige kraakbeenafwijking.

Atypysche cartilagineuze tumoren komen het meest voor in het bovenbeen, de bovenarm, de ribben en het bekken. Maar deze bottumor kan in alle botten ontstaan. ACT’s zijn komen weinig voor. Elk jaar krijgen ongeveer <aantal> mensen in Nederland te horen dat ze de tumor hebben. De meesten van hen zijn ouder dan 50 jaar.

​Een ACT groeit erg langzaam en zaait bijna nooit uit. Als een ACT al uitzaait, dan zaait de tumor uit naar de longen. Een ACT kan kwaadaardige trekjes krijgen en hooggradiger worden (graad II of III), maar dit komt weinig voor.​​​​​