• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Toegang tot de bloedbaan

Print 

Tijdens een hemodialysebehandeling wordt het bloed door het dialyseapparaat uit uw lichaam gepompt om daarna terug naar uw lichaam geleid te worden. Om de dialyse mogelijk te maken, is er een toegangsweg tot de bloedbaan nodig. Er zijn hiervoor twee methodieken: met een shunt of met een dialysekatheter.

Shunt

Een gewone ader kan beschadigen als hij steeds maar weer wordt aangeprikt. Daarom krijgt u als u moet dialyseren een shunt. Dat is een verbinding tussen een slagader en een ader. Door deze verbinding stroomt het bloed van de slagader in de ader, waar vervolgens een hogere druk ontstaat en het bloed sneller gaat stromen. De ader zet daardoor uit en krijgt een stevigere wand zodat de shunt makkelijk en vaker is aan te prikken.

De shunt wordt aangeprikt met twee naalden: één naald voert het ongezuiverde bloed van uw lichaam naar de kunstnier, de ander voert het gezuiverde bloed weer terug naar het lichaam. Na de dialyse worden de naalden verwijderd en de prikgaatjes dichtgedrukt totdat ze niet meer bloeden. De shunt wordt meestal aangelegd in uw onderarm.

Dialysekatheter

Wanneer u plotseling moet gaan dialyseren of wanneer er nog geen shunt kan worden aangelegd, wordt er een dialysekatheter geplaatst. Op een aantal plaatsen in het lichaam kan direct voldoende bloed uit de ader verkregen worden zodat dialyse via deze dialysekatheter mogelijk is. Het gaat hier om een ader in de lies of in de hals. Er wordt onderscheid gemaakt tussen tijdelijke en permanente dialysekatheters. Beide dialysekatheters zijn direct na inbrengen te gebruiken.

Tijdelijke dialysekatheter

Deze katheter bestaat uit een lang, hol plastic slangetje van ongeveer twintig centimeter. Deze wordt in uw liesader of in uw halsader ingebracht. Na het inbrengen bevindt zich een klein deel van de katheter buiten uw lichaam.
Aan dit deel zitten twee uiteinden, ook wel lumen genoemd. Eén lumen wordt gebruikt voor de aanvoer van bloed naar de dialysemachine en één lumen voor de terugvoer van het bloed naar uw lichaam. Twee hechtingen houden de katheter op zijn plaats, zodat deze vastzit en niet meer naar buiten kan schuiven.
Van deze tijdelijke dialysekatheter wordt maximaal enkele weken gebruik gemaakt. In de tussentijd wordt gekeken naar een blijvende toegang tot de bloedbaan.

Blijvende dialysekatheter

Blijvende dialysekatheters worden voor een langere tijd gebruikt en hebben minder infectiegevaar. Deze katheter bestaat uit twee katheters die in uw halsader worden ingebracht. De katheters worden vanuit de hals onder uw huid geschoven en komen ongeveer tien centimeter lager op de borst uit de huid tevoorschijn. Dit wordt gedaan om de katheters vast te laten groeien en om infectie tegen te gaan. Dit wordt een getunnelde katheter genoemd. Deze katheter kan meerdere maanden tot een jaar blijven zitten.