• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Onderzoek

Print 

Het onderzoek bij diabetes mellitus bestaat uit een gesprek met de arts, lichamelijk onderzoek, bloed- en urineonderzoek en onderzoek van de ogen.

Gesprek met de arts

Tijdens dit gesprek zal de arts u onder andere vragen stellen over uw eetpatroon, alcoholinname en de hoeveelheid beweging. Ook zal de arts vragen naar de aanwezigheid van diabetes mellitus en hart- en vaatziekten bij u in de familie.

Lichamelijk onderzoek

Uw arts zal uw lichaamslengte en gewicht willen meten. Verder zullen de buik en de heupomvang gemeten kunnen worden. Daarnaast zal de arts goed kijken naar uw voeten, omdat diabetes mellitus de kleine bloedvaatjes en zenuwen aantast.

Bloed- en urineonderzoek

De diagnose diabetes mellitus kan worden gesteld in het bloed bij een nuchtere (voordat u iets gegeten of gedronken heeft) glucosewaarde van ≥ 7,0 mmol/l en/of een willekeurige glucosewaarde van ≥ 11,1 mmol/l. Met behulp van een vingerprik kan de suikerwaarde ook gemeten worden, maar deze getallen zijn net anders dan de waarden bij bloedafname. Verder kan in het bloed de HbA1c waarde gemeten worden. HbA1c zegt iets over de gemiddelde glucosewaarden van een langere periode. Naast glucose of HbA1c, worden ook factoren gemeten in het bloed die van belang zijn voor het risico op hart- en vaatziekten. Er zal bijvoorbeeld informatie verzameld worden over de nierfunctie en het cholesterol. Bij urine onderzoek kan de nierfunctie verder in kaart worden gebracht en kan er gekeken worden naar aanwijzingen voor schade aan de nieren (lekken van eiwit in de urine; ook wel microalbuminurie genaamd).

Onderzoek van de ogen

De kleine bloedvaatjes in de ogen kunnen ook beschadigd raken door diabetes mellitus. Daarom zal een oogarts u met enige regelmaat controleren indien er bij u diabetes mellitus is vast gesteld. Uw netvlies zal dan bekeken worden met een (spleetlamp)microscoop of uw netvlies zal worden gefotografeerd met een netvliescamera (fundusfoto).