• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Boezemfibrilleren

Print 

Boezemfibrilleren is een hartritm​estoornis. De hartslag is onregelmatig en vaak te snel of soms juist te langzaam. Deze aandoening is niet gevaarlijk , maar moet vaak wel behandeld worden om schade aan het hart te voorkomen. 

Hoe vaak komt het voor?

Boezemfibrilleren of atriumfibrilleren is een van de meest voorkomende hartritmestoornissen. Het komt vaak voor bij mensen van 60 jaar en ouder. 

Oorzaak boezemfibrilleren

Elke hartslag ontstaat door een prikkel, een soort elektrisch stroomstootje. Die prikkel zorgt ervoor dat de boezems in het hart samentrekken. Bij boezemfibrilleren ontstaan er teveel prikkels op verschillende plekken in de boezems. Hierdoor gaat het hart onregelmatig kloppen. Bekijk de video van de Hartstichting over boezemfibrilleren.

De belangrijkste oorzaken van boezemfibrilleren zijn:

  • hartproblemen zoals een hartinfarct, hartfalen, hartspierziekte, hartklepziekten of een aangeboren hartafwijking
  • hoge bloeddruk
  • te snel werkende schildklier
  • longontsteking of longembolie

Het hart kan beschadigd raken door boezemfibrilleren. De schade aan het hart kan voor een herseninfarct of hartfalen​ zorgen. 

Klachten en symptomen

Klachten die vaak voorkomen zijn : 

  • hartkloppingen
  • een naar gevoel op de borst
  • duizelig
  • moeheid
  • kortademig

Onderzoek en diagnose

Als uw arts u heeft doorverwezen naar het UMCG, dan doen we eerst een paar onderzoeken. Zo kunnen we bepalen of uw klachten inderdaad te maken hebben met boezemfibrilleren. Welke onderzoeken u krijgt, hangt af van uw situatie. Dit kunnen 1 of meer van deze onderzoeken zijn:

Behandeling boezemfibrilleren

Of behandeling nodig is, hangt af van de plek, de oorzaak en de ernst van de aandoening. Het komt dus ook voor dat iemand geen behandeling nodig heeft, omdat het boezemfibrilleren verder geen problemen geeft.  Als er wel behandeling nodig is, dan maken we een behandelplan. Dat kan bestaan uit 1 of meer van deze behandelingen:

  • Medicijnen: bijvoorbeeld om het bloed te verdunnen of de hartslag te vertragen. U heeft dan nog wel een onregelmatig hartritme.  Maar daar kunt u goed mee leven.  
  • Cardioversie.  Bij een elektrische cardioversie proberen we met een stroomstootje uw hartritme weer normaal te krijgen.  
  • Elektrofysiologisch onderzoek met ablatie. We verbranden of bevriezen met een katheter een stukje hartweefsel op de plek waar de ritmestoornis ontstaat. Een ablatie doen we meestal tijdens een elektrofysiologisch onderzoek.
  • Pacemaker: een apparaatje dat het hartritme in de gaten houdt. Het stuurt het ritme bij als het hart te snel of te langzaam klopt. De pacemaker plaatsen we onder de huid  
  • ICD​: dit apparaatje geeft een schok op het moment dat er een erge stoornis is. Ook dit plaatsen we onder de huid​

Nazorg en controle

U komt 1 keer of vaker langs op de polikliniek voor controle. Bent u door een ander ziekenhuis verwezen naar het UMGC? Dan zijn deze controles meestal in het verwijzende ziekenhuis. Hoe lang u onder controle blijft, hangt af van de ritmestoornis.​