• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Blaasverwijdering

Print 

​​​​​​​​​​​​Een blaasverwijdering is een operatie waarbij we de hele blaas weghalen. Deze operatie heet ook wel een radicale cystectomie.

Wanneer doen we een blaasverwijdering?

We doen een blaasverwijdering meestal bij blaaskanker​ waarbij de tumor is ingegroeid in de blaasspier. Dit heet spierinvasieve blaaskanker. Of bij oppervlakkige blaaskanker die niet meer op een andere manier te behandelen is. Heel soms doen we deze operatie als de blaas niet goed meer werkt. Dat kan komen door een afwijking van het zenuwstelsel of als de blaas heel veel schade heeft door een ontsteking.

Afvoer urine na blaasverwijdering

De blaas heeft een belangrijke functie: het opvangen en afvoeren van de urine. Als we de blaas weghalen, moet de urine op een andere manier worden afgevoerd. Daarom leggen we tijdens een blaasverwijdering altijd een nieuwe urine-afvoer aan. Dat is een neoblaas of urinestoma. En heel soms een katheteriseerbaar stoma. U beslist samen met uw arts en met een keuzehulp wat de beste keuze is.

Verloop operatie

U wordt op de dag vóór of van de operatie opgenomen in het ziekenhuis. We bereiden dan de operatie voor. U krijgt een injectie tegen trombose, bijvoorbeeld. Dit is een bloedstolsel in een bloedvat dat kan ontstaan doordat u lang stilligt tijdens een na de operatie. Mogelijk krijgt u ademhalingsoefeningen of een darmspoeling.

Als u een gebitsprothese heeft, doet u die voor de operatie uit. U doet operatiekleding aan, plast nog een keer en krijgt eventueel een medicijn waar u rustig van wordt. U krijgt een infuus in uw arm. Via dit slangetje in uw ader kunnen we u onder meer vocht geven. U krijgt ook een epiduraal katheter. Dit zijn slangetjes in uw rug die we gebruiken om pijnstillers te geven. Soms lukt het niet om een epiduraal katheter te geven. Dan gebruiken we het infuus op pijnstillers te geven.

U gaat onder narcose via een infuus in een ader, zodat u niets van de operatie merkt. Vervolgens maken we een snee in uw onderbuik. Via deze snee halen we eerst de lymfeklieren in de buurt van de blaas weg en daarna de blaas zelf. Het weghalen van de lymfeklieren heet een bekkenklierdissectie​. Bij een vrouw halen we meestal ook de baarmoeder weg en na de overgang ook de eierstokken. Bij een man halen we de prostaat en de zaadblaasjes weg.

Als we de blaas weggehaald hebben, leggen we de nieuwe urine-afvoer​ aan. Dit gebeurt ook via de snee die maken voor de blaasverwijdering.

De blaasverwijdering en het maken van een nieuwe urine-afvoer duren samen 4-6 uur. U blijft 10-14 dagen in het ziekenhuis.

Complicaties

De operatie verloopt meestal zonder problemen. Heel soms zijn er bijkomende problemen. Die noemen we ook wel complicaties. Mogelijke complicaties zijn:

  • darmen die niet op gang komen
  • nabloeding
  • wondinfectie
  • longontsteking
  • lekken van urine in de buik

Soms moeten we nog een keer opereren om het probleem op te lossen.

Na de operatie

Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer. Als u goed wakker bent en geen pijn meer heeft, gaat u naar de verpleegafdeling. Daar komt er elke dag een arts langs om te kijken het met u gaat en of u genoeg medicijnen tegen de pijn krijgt.

Voor uw herstel is het goed om zo snel mogelijk weer zelf te eten en te drinken. Zolang dit nog niet lukt, krijgt u vocht via een infuus. U begint voorzichtig met het drinken van water en thee. Als dit goed gaat, kunt u ook voorzichtig weer proberen te eten. De eerste dagen na de operatie werken uw darmen nog niet goed. Soms geven we dan sondevoeding via een maagsonde.

Vanaf de dag na de operatie is het goed dat u zo snel mogelijk uit bed gaat en beweegt. Dit is om problemen als trombose, doorliggen en het ophopen van slijm te voorkomen. Ga zo rechtop mogelijk in bed zitten, adem diep door en hoest slijm op. Dit is om de kans op een longontsteking te verkleinen.

U kunt na ongeveer 2 weken naar huis als u voldoende bent hersteld. Dit betekent onder meer dat u geen koorts heeft, weer normale ontlasting heeft, u weer normaal eet en u zichzelf goed kunt verzorgen. Ook moet de thuiszorg geregeld zijn voordat u naar huis kunt.

De eerste 6-8 weken na de operatie mag u niet fietsen, niet zwaar tillen en geen zwaar huishoudelijk werk doen. Pers niet te hard bij het poepen. Eet na de operatie gezond, drink minstens 2 liter water per dag en beweeg voldoende. De wond moet droog blijven. Gebruik daarom geen pleister die afsluit en dep de wond droog na het douchen. Het duurt ongeveer 3-6 maanden voordat u helemaal hersteld bent.

Contact opnemen

Neem contact met ons op als:

  • u blijvende buikpijn heeft die ook niet stopt als u pijnstillers gebruikt
  • u koorts heeft boven de 38,5°C of langer dan 24 uur boven de 38°C
  • er veel bloed in uw plas zit
  • de wond verandert: rood, pijnlijk, open, pus
  • er geen urine meer in het stomazakje of de katheterzak komt
  • de katheter eruit valt bij een neoblaas

U kunt op werkdagen tussen 8.30-12.00 en 13.00-16.00 uur bellen naar (050) 361 21 67. Op andere dagen en tijden kunt u bellen naar het algemene nummer (050) 361 61 61 en vragen naar een uroloog.

Controles

Als u een neoblaas heeft gekregen, gaat u na ongeveer 3 weken weer naar het ziekenhuis. We onderzoeken dan of de naden van de neoblaas dicht zijn. Als dat zo is, halen we de blaaskatheter weg. U kunt dan zelf plassen en gaat dit oefenen. Ook leert u hoe u zichzelf moet katheteriseren om de blaas te legen en te spoelen. U maakt ook afspraken over wanneer u terugkomt voor controle.

Als u een urinestoma heeft gekregen, blijft u de rest van uw leven onder controle. Het 1e jaar heeft u om de 3-4 maanden een afspraak, het 2e jaar elke 6 maanden en daarna 1 keer per jaar. We doen dan bijvoorbeeld bloed- en urineonderzoek, of we maken een echo van de nieren.

Voorbereiden

U krijgt een brief en informatie van ons. Hierin staat hoe u zich op de operatie voorbereidt. Als u bloedverdunners gebruikt, moet u daar een aantal dagen vóór de operatie mee stoppen, bijvoorbeeld.

Een blaasverwijdering is een zware operatie. We bespreken vooraf hoe u uw lichaam hierop voorbereidt en daarmee de kans vergroot dat u goed herstelt. Zo krijgt u adviezen over voeding, bewegen en stoppen met roken.

Voor de operatie krijgt u van de stomaverpleegkundige informatie over de aanleg, verzorging en nazorg van de nieuwe urine-afvoer. Tijdens deze afspraak krijgt u een kleine tatoeage op uw buik. Dit is om de stomaplaats af te tekenen. Draag bij dit gesprek kleding die u veel draagt en waarin u zich prettig voelt.

Al u een neoblaas krijgt, heeft u na de operatie nog maar 1 werkende sluitspier in plaats van 2. U kunt het beste al vóór de operatie een afspraak maken met een bekkenfysiotherapeut. Die leert u hoe u urineverlies na de operatie kunt tegengaan door uw bekkenbodemspieren te trainen.​