• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Bestraling

Print 

​​​​​​​​​​​​​​Bij bestraling of radiotherapie gebruiken we straling van een hoge energie om kankercellen kapot te maken. Dit gebeurt door uw huid heen, dus via uitwendige bestraling. Bestraling is een zogenaamde plaatselijke behandeling: alleen het gebied waar de tumor zit, wordt bestraald.

Hoe werkt bestraling?

We gebruiken straling ook voor bijvoorbeeld een CT-scan. Dezelfde soort straling, maar dan sterker, gebruiken we voor het behandelen van tumoren. Straling beschadigt het DNA van de cellen in het lichaam. Als er genoeg straling op de cellen komt, dan stoppen ze met delen en gaan de cellen kapot. De tumor wordt dan dus kleiner of verdwijnt helemaal.

Kankercellen zijn gevoeliger voor straling dan gezonde cellen. Dit kom omdat ze sneller delen. ‘Gevoeliger’ betekent dat het DNA van kankercellen sneller beschadigt dan dat van gezonde cellen. Kankercellen herstellen ook minder goed van de stralingsschade.

Voor het behandelen van een tumor is een bepaalde dosis straling nodig. Die dosis is onder meer afhankelijk van het soort tumor. Deze totale dosis geven we bijna altijd tijdens meerdere behandelingen. Dit is om ervoor te zorgen dat de gezonde cellen niet te veel beschadigen. En ze de tijd krijgen om zich te herstellen voor de volgende bestraling. Kankercellen herstellen minder goed en gaan dus langzaam kapot.

Ondanks dat kankercellen gevoeliger zijn en we heel gericht bestralen, beschadigt bestraling toch altijd wel gezonde cellen. Dit kan zorgen voor bijwerkingen.

Soms geven we bestraling tegelijk met chemotherapie. Dit heet chemoradiatie.

Wanneer geven we bestraling?

Bestraling is een behandeling die we bij veel so​orten kanker inzetten. Soms om te genezen, soms vóór, aanvullend op of na een andere behandeling. Bestraling kan er dan voor zorgen dat:

  • de kankercellen kapotgemaakt worden
  • de tumor kleiner wordt, zodat die tijdens een operatie weggehaald kan worden
  • eventueel achtergebleven cellen na een operatie kapot worden gemaakt.

Ook kan bestraling soms klachten verlichten of de ziekte remmen als iemand niet beter wordt. Bestraling kan dan:

  • de tumor kleiner maken, zodat de tumor de organen om de tumor heen niet meer in de weg zit
  • ervoor zorgen dat de tumor of de uitzaaiingen minder pijn doen
  • bloedingen stoppen die veroorzaakt worden door de tumor
  • een verlamming voorkomen die veroorzaakt wordt door de druk van de tumor op het ruggenmerg
  • botbreuken voorkomen die kunnen ontstaan door uitzaaiingen in de botten.

Verschil met inwendige bestraling

Behalve uitwendige b​estraling bestaat er ook inwendige bestraling, met een radioactieve stralingsbron in uw lichaam. Dit heet brachytherapie.​​

Bestralingstechnieken

Bestralen kan met:

  • fotonen: lichtdeeltjes die sterke elektromagnetische straling geven
  • protonen​: kleine positief geladen atoomdeeltjes

Het uitgangspunt van bestraling is dat we zo weinig mogelijk bestralen op gezonde, omliggende cellen. Dit is om te zorgen voor zo weinig mogelijk bijwerkingen. Met moderne bestralingstechnieken lukt dit steeds beter. Wat de beste bestralingstechniek is, hangt onder andere af van de grootte, de vorm en de plek van de tumor. En of de tumor in de buurt van bepaalde gezonde organen zit.

Voor de behandeling

We stellen het gedeelte van uw lichaam dat we gaan bestralen nauwkeurig vast, zodat u tijdens elke behandeling op de juiste plek wordt bestraald. Daarvoor doen we een voorbereidende CT-scan, en soms (ook) een PET-scan en/of MR​I-scan. We markeren daarbij het bestralingsgebied op uw huid. Dit gebeurt met lijnen en een paar blijvende tatoeagepuntjes. Als uw hoofd wordt bestraald, gebeurt dit met een masker waarop het bestralingsgebied is getekend.

Op basis van voorbereidende gesprekken en de CT-scan, PET-scan en/of MRI-scan maken we een individueel bestralingsplan dat is afgestemd op uw situatie. Dit gebeurt op een speciale computer. We stellen dan onder meer vast hoeveel straling de tumor moet krijgen, en hoe vaak u bestraald moet worden. We bepalen ook de meest geschikte bestralingstechniek. Soms maken we daarvoor een vergelijkingsplan waarin staat welke techniek, met fotonen of protonen, de meeste voordelen heeft.

Hoe verloopt de bestraling?

U krijgt de behandeling in een speciaal daarvoor ingerichte ruimte. Voor de bestraling kleedt u zich voor een deel uit. U gaat in de juiste houding op de behandeltafel liggen. Probeer u te ontspannen en vraag hoe u zo gemakkelijk mogelijk in de juiste houding stil kunt blijven liggen. Dit helpt de behandeling goed te laten verlopen.

Ligt u goed en staat het bestralingsapparaat ingesteld, dan gaat het apparaat aan. Via camera’s houden we alles in de gaten. Het bestralingsapparaat stopt vanzelf als de behandeling klaar is.

Afhankelijk van uw situatie wordt u 1 tot 36 keer bestraald. Tijdens uw bestralingsbehandeling heeft u eens per week of 2 weken een afspraak om de voortgang van uw behandeling te bespreken.

Na de behandeling

Na de bestraling blijft er geen straling in het lichaam achter. U hoeft dus niet uit de buurt van andere mensen te blijven. Er zit ook geen straling in bijvoorbeeld uw zweet, bloed, plas of ontlasting. U hoeft verder ook niet iets speciaals te doen of te laten.

Bijwerkingen

Het is moeilijk te voorspellen hoe u op de behandeling reageert. De bijwerkingen verschillen per persoon en het lichaamsdeel dat we bestralen. Mogelijke bijwerkingen zijn:

  • moeheid
  • problemen met de huid, zoals roodheid, droogheid, jeuk en opengaande huid
  • misselijkheid
  • pijn
  • haaruitval (bij bestraling van het hoofd)
  • heesheid en een droge mond (bij bestraling mond of keel)
  • slikklachten (bij bestraling slokdarm)
  • plasklachten (bij bestraling buik)
  • diarree (bij bestraling buik)

Controles

U maakt na uw laatste bestraling afspraken over controles. Deze doen we om het effect van de bestraling te beoordelen, eventuele bijwerkingen te behandelen en in de gaten te houden of u goed herstelt. Hoe vaak, hoelang en bij wie u onder controle blijft, hangt af van uw situatie.

Voorbereiden

U krijgt een brief en informatie van ons. Hierin staat hoe u zich op de behandeling voorbereidt.

​​​​