• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Aortaklepimplantatie via de lies

Print 

Als u een hartklepaandoening aan uw aortaklep heeft, dan is het mogelijk om de zieke aortaklep te vervangen door een nieuwe aortaklep. Dit gebeurt via de liesslagader. We noemen deze ingreep ook wel een percutane aortaklepimplantatie.

Soorten hartkleppen

De meest gebruikte hartkleppen zijn de Evolut-klep en de Edwards Sapien-klep.
De Evolut-klep bestaat uit een zelf ontplooiend frame waarin de klepbladen zijn gemonteerd. De Edwards Sapien-klep bestaat uit een frame met klepbladen. Dit frame ontplooit zich door het opblazen van een ballon.


 

Evolut-klep Edwards Sapien-klep

De nieuwe hartklep wordt met een katheter via de lies naar het hart gebracht.


 

​Edwards Sapien-klep op katheter

​Edwards Sapien-klep​ ontplooid na opblazen ballon

Alternatief: open hartoperatie

Een andere methode om een hartklep te vervangen is via een open hartoperatie. Het inbrengen van een nieuwe hartklep via de liesslagader heeft in vergelijking met een open hartoperatie een aantal voordelen:

  • bij de ingreep via de lies heeft u een paar kleine wondjes in de lies. Bij een open hartoperatie heeft u een grote borstwond.
  • bij een open hartoperatie wordt u tijdens de ingreep aangesloten op een hart-longmachine en wordt het hart stilgelegd. Bij de ingreep via de lies is dit niet nodig.
  • het herstel verloopt na de ingreep via de lies sneller dan na een open hartoperatie.
  • het inbrengen van de nieuwe hartklep via de lies kan ook bij mensen bij wie een open hartoperatie niet mogelijk is.


Complicaties

Bij elke operatie kunnen er problemen ontstaan. Dat noemen we complicaties. Hoe groot de kans op problemen is bij deze ingreep, hangt af van de conditie van uw hart en andere organen op het moment van de ingreep.

Complicaties die kunnen voorkomen bij het inbrengen van een nieuwe hartklep via de liesslagader, zijn:

  • Geleiding- en hartritmestoornissen. Bij het inbrengen van de nieuwe hartklep kunnen cellen die de elektrische prikkel voor de hartslag doorgeven, beschadigd raken. Hierdoor wordt de geleiding van de elektrische prikkel van de hartboezems naar de hartkamers niet doorgegeven. Om dat te voorkomen krijgt u tijdens de ingreep tijdelijke een pacemaker. De pacemaker zorgt voor een goede prikkelgeleiding in het hart. Als tijdens de ingreep een ritmestoornis optreedt, krijgt u via het infuus daarvoor meteen medicijnen.
  • Hartinfarct. Dit komt bij minder dan 1% van de patiënten voor. De toestand van uw bloedvaten bepaalt mede de kans op een hartinfarct.
  • Herseninfarct of een TIA. De kans hierop is 1 tot 3%. Tijdens de ingreep kunnen stukjes kalk en kleine bloedstolsels losschieten. Daardoor kan een bloedvat in de hersenen verstopt raken en kan een herseninfarct of TIA ontstaan. Om de kans hierop te verkleinen worden tijdens de ingreep tijdelijk 2 kleine filters geplaatst in de bloedvaten naar het hoofd waarmee eventuele stukjes kalk en kleine stolsels worden opgevangen. De filters worden na de ingreep weer verwijderd.
  • Infectie. Dit komt bij minder dan 1% van de patiënten voor.
  • Bloeduitstorting in de lies of de pols. dit komt wat vaker voor, namelijk bij 40% van de patiënten.
  • Nabloeding van de lies­ of polsslagader komt bij 15% van de patiënten voor.

  

Als een klepafwijking niet wordt behandeld, is na 2 jaar 20-30% van de patiënten met een hartklepafwijking nog in leven. Van de patiënten die wel een nieuwe hartklep hebeen gekregen, leeft na 2 jaar 70­-80% nog.

Voorbereiding

U wordt voor deze ingreep opgenomen in het UMCG. U krijgt vooraf een brief van ons met informatie over de opname. Ook heeft u voor de opname nog 2 gesprekken in het UMCG:

  • Een gesprek over de narcose en verdoving (anesthesie). U krijgt uitleg over de narcose, de verdoving en het gebruik van medicijnen. Ook wordt u verteld of u kort voor de ingreep nog een slaapmiddel en een pijnstiller krijgt. Dit noemen we premedicatie.
  • Een opnamegesprek op de verpleegafdeling met de zaalarts en een gesprek met een verpleegkundige.U hoort dan ook of u als eerste, tweede of derde patiënt aan de beurt bent. De dag en het tijdstip van het opnamegesprek is afhankelijk van de dag waarop de ingreep plaatsvindt. Is de ingreep op maandag, dan is het opnamegesprek op vrijdag. Na dit gesprek kunt u weer naar huis. Op zondagavond komt u dan terug voor de opname.
    Is de ingreep op woensdag, dan wordt u dinsdag opgenomen en heeft u dinsdag het opnamegesprek. 

Verloop behandeling

Een half uur voor de ingreep trekt u een operatiejasje aan. U krijgt de medicijnen die met u van tevoren zijn afgesproken. Een verpleegkundige brengt u in uw bed naar de behandelkamer. Daar gaat u op de behandeltafel liggen. U krijgt een infuus en u wordt in slaap gebracht (narcose), of u krijgt een plaatselijke verdoving. Daarna krijgt u:

  • een blaaskatheter
  • een buisje (canule) in de lies en de pols. De medische instrumenten, de tijdelijke pacemaker en de nieuwe hartklep worden door deze buisjes ingebracht.

 

De hartklep wordt met de katheter, via de slagader in de lies op de plek van de zieke aortaklep geplaatst. De nieuwe klep drukt de zieke hartklep opzij. De zieke hartklep blijft zitten, maar werkt niet meer. Na de ingreep worden de buisjes uit de aderen gehaald. De wondjes in de lies en de pols worden dichtgemaakt met een plugje en/of een drukverband.

De ingreep duurt ongeveer 2 uur. U wordt voor deze ingreep meestal 5 dagen opgenomen.

Na de behandeling

De cardioloog die u heeft behandelt, belt uw familie over het verloop van de ingreep. U gaat intussen naar de hartbewaking. Na de ingreep heeft u:

  • een infuus in uw arm voor het toedienen van vocht of medicijnen
  • mogelijk nog een tijdelijke pacemaker in een ader in de lies
  • een buisje in de pols voor continue bloeddrukmeting en bloedafname
  • een blaaskatheter
  • een drukverband op de liezen.
     

Op de hartbewaking controleren we:

  • uw bloeddruk, hartritme, ademhaling, temperatuur en de zuurstofverzadiging in uw bloed
  • de wondjes in de liezen op nabloeden
  • de doorbloeding van het been door het hartritme te voelen in de slagader bij de enkel.

We maken ook een röntgenfoto van de borst en nemen wat bloed af. Als u een tijdelijke pacemaker heeft, verwijdert de cardioloog deze zodra uw hartritme weer goed is. Als uw hart niet zonder de ondersteuning van een pacemaker kan, krijgt u nog tijdens dezelfde opname alsnog een blijvende pacemaker.

Zodra het kan, brengen we u naar de verpleegafdeling. Dat is meestal al na een paar uur. U moet u in elk geval de eerste 12 uur in bed blijven liggen. Als het goed met u gaat, verwijdert de verpleegkundige de blaaskatheter en het infuus. Het kan zijn dat er een (flinke) blauwe plek bij de pols, de lies of liezen ontstaat. Dat komt door de bloedverdunners die krijgt tijdens de ingreep.

Om te controleren of de nieuwe hartklep goed werkt, maken we 2 dagen na de ingreep een echo van uw hart.

Nazorg en controle

Wanneer u naar huis kunt, hangt af van uw herstel en of u eventueel een blijvende pacemaker nodig heeft. Als het nodig is, regelt de verpleegkundige in overleg met u extra verzorging voor thuis. Voordat u met ontslag gaat vertelt de zaalarts u met welke bloedverdunners u moet doorgaan en met welke u moet stoppen. Verder krijgt u van de verpleegkundige het volgende mee:

  • een recept voor de medicijnen waarmee u in het UMCG bent gestart. Met dit recept kunt u deze medicijnen ophalen bij de apotheek.
  • een overzicht van uw medicijnen
  • een samenvatting van wat er tijdens de opname is gebeurd, de opnamesamenvatting.
  • een pasje met uw naam en geboortedatum en gegevens over de nieuwe hartklep. Zoals type, merk, registratienummer, positie en implantatiedatum. Hou dit pasje altijd bij u. Met de gegevens op het pasje krijgt u snel de juiste zorg als dat nodig is.
     

Na 1 maand heeft u een afspraak voor controle bij de polikliniek Hart en Vaten. De verpleegkundige vertelt u bij ontslag uit het ziekenhuis de datum en het tijdstip voor deze eerste afspraak. De volgende afspraak heeft u weer bij een cardioloog in uw eigen ziekenhuis. 

Advies en leefregels

U kunt nog en poosje moe en kortademig zijn. Doe het daarom de eerste week rustig aan. Verder:

  • til geen dingen zwaarder dan 5 kg
  • voorkom lichamelijke inspanning, dus niet stofzuigen, in de tuin spitten of zware boodschappen tillen
  • niet zwemmen of in bad gaan, het wondje in de lies wordt dan zacht en kan weer open gaan. U mag wel kort douchen
  • mag u de eerste 4 weken na de ingreep niet fietsen, brommer of autorijden
  • u kunt zich na de ingreep onstabiel en onzeker voelen. Dat is een veel voorkomend gevoel en heel gewoon. Voor uw herstel is het goed om aan deze emoties toe te geven


Tandheelkundige en/of medische behandeling in de toekomst

Voortaan moet u vóór en ook na een tandheelkundige behandeling waar bloed bij vrij komt (dus niet een gaatje boren) en bij een niet-steriele medische ingreep, een korte antibioticakuur volgen. Het recept voor deze kuur krijgt u via uw tandarts of uw behandelend arts. Bij een medische of tandheelkundige behandeling kan een infectie optreden. U krijgt de antibioticakuur om te voorkomen dat zo’n infectie overslaat op uw hart en hartkleppen.

Ook kan het zijn dat de tandarts u zegt om tijdelijk met de bloedverdunners te stoppen in verband met een tandheelkundige behandeling. Meestal is dit geen probleem, maar overleg dit altijd eerst met uw cardioloog.