• Home
  • Contact
  •  NL 
  • Login medewerkers
  • mijnUMCG

Voedselallergie

Print 

Het immuunsysteem beschermt het lichaam en produceert verschillende antilichamen (immunoglobulines, IgE, IgG en IgM) die lichaamsvreemde stoffen herkennen.

Het antilichaam dat allergenen herkent is immunoglobuline E (IgE). Dit  immunoglobuline hecht zich aan bepaalde allergische cellen (mestcellen). Zodra het een lichaamsvreemde stof herkent geeft het een seintje aan de mestcel, waarop deze kapot gaat. Er komen dan stoffen vrij (zoals histamine) die een allergische reactie veroorzaken. Van oorsprong geven IgE-immunoglobulines bescherming tegen infecties die worden veroorzaakt door parasieten. Het is niet duidelijk waarom het immuunsysteem van sommige mensen reageert op onschadelijke stoffen.

Voedselallergenen
Voedselallergenen zijn elementen in voeding die een allergische reactie veroorzaken. Dit zijn meestal eiwitten. In bijna ieder voedingsmiddel komen verschillende eiwitten voor. Het is niet bekend waarom sommige eiwitten allergische reacties oproepen en andere niet.

Voedeselallergie ontstaat in 2 fasen:
1. sensibilisatie: als u voor het eerst iets eet, kan uw lichaam IgE aanmaken dat vervolgens op de mestcel gaat zitten.
2. reactie: als u vervolgens hetzelfde weer eet, ontstaat er een binding tussen het IgE en de mestcel waardoor er stoffen vrij komen die leiden tot een allergische reactie.

Hoe vaak komt voedselallergie voor?
Het is niet bekend hoe vaak voedselallergie voorkomt omdat in onderzoek naar voedselallergie nooit onderscheid is gemaakt tussen echte voedselallergie en niet-allergische voedselovergevoeligheid.
Naar schatting ligt het percentage bij kinderen tussen de 1 en 5% en bij volwassenen tussen de 1 en 3%. Wel is het zo dat het aantal mensen dat een voedselallergie denkt te hebben groter is dan de mensen die er ook daadwerkelijk één hebben.